Bewoonbare planeten om de hoek

In de Melkweg zijn mogelijk veel meer bewoonbare planeten dan sterrenkundigen tot nu toe dachten.

Om aardachtige planeten te vinden hoeven we niet meer alleen naar verre sterrenstelsels te turen. Astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics hebben vastgesteld dat ook binnen de Melkweg zich vele planeten bevinden die qua grootte en temperatuur vergelijkbaar zijn met de aarde. Met metingen van de Kepler-ruimtetelescoop hebben ze rode dwergen onderzocht, kleine sterren die samen driekwart van het totaal aantal sterren in de Melkweg vormen.

Uit een statistische analyse concluderen de astronomen dat 6 procent van de rode dwergen een aardachtige planeet bevat. Dat betekent dat in ons sterrenstelsel minstens 4,5 miljard van zulke planeten voorkomen. De dichtstbijzijnde aardachtige planeet bevindt zich waarschijnlijk op een afstand van ongeveer 13 lichtjaar, voor sterrenkundigen een steenworp.

Rode dwergen
Rode dwergen zijn kleiner, kouder en zwakker dan de zon. Hierdoor zijn ze moeilijker waar te nemen dan andere sterren. Voor een zoektocht naar aardachtige planeten zijn rode dwergen echter zeer geschikt. Planeten worden namelijk waargenomen doordat ze een deel van het sterrenlicht blokkeren. Bij een kleinere ster blokkeert een planeet een groter deel van het licht. Bovendien moet een aardachtige planeet zich dicht bij een rode dwerg bevinden om warm genoeg te zijn. Hierdoor is de kans groter dat we zo’n planeet voor de ster zien langsbewegen.

Vervolgstudies moeten aantonen of de aardachtige planeten ook bewoonbaar zijn. Dit hangt voornamelijk af van de aanwezigheid van een atmosfeer. Omdat de planeten zich relatief dicht bij de aarde bevinden, is het mogelijk de chemische samenstelling van de atmosfeer te achterhalen. Mocht er leven zijn op een planeet rond een rode dwerg, dan zou het veel ouder kunnen zijn dan het leven op aarde, omdat rode dwergen er al lang waren toen de zon ontstond.

De resultaten zullen in The Astrophysical Journal gepubliceerd worden.

Over de auteur

Yannick Fritschy

Redacteur New Scientist



Plaats een reactie