Brussel (B) – Beendermeel in worst? Daar scheen nog niemand van gehoord te hebben, behalve een groep Belgische slagers. Zij bonden de kat de bel aan door een brief te sturen naar de Belgische minister van Volksgezondheid, Magda Aelvoet. Is er geen BSE-gevaar, vroegen de slagers zich af. Toen het bericht afgelopen week in de Belgische media kwam, ontstond commotie: niemand had een pasklaar antwoord.


De krant Het Laatste Nieuws publiceerde de brief. Volgens de slagers verwerken vleeswarenbedrijven beendermeel in minderwaardige bereidingen zoals hamworst, lookworst, rookworst, salami en gehaktballetjes. De worsten worden er smeuïger van en het beendermeel zorgt voor veel goedkoop gewicht in duur verkocht vlees. Met hun brief sloegen de slagers iedereen met verstomming. De minister wist niets af van beendermeel in worst. Ook het Instituut voor Veterinaire Keuring, de Eetwareninspectie en zelfs de Beroepsfederatie van de Vleesverwerkende Nijverheid hield zich op de vlakte en meende van niets te weten. Wel hield iedereen de adem in: kon men de ziekte van Creutzfeld-Jacob, de menselijke variant van de gekke-koeienziekte, misschien krijgen van salami’s waarin beendermeel zit?
Vervolgens stuurde het departement van Volksgezondheid een bizarre persmededeling naar enkele kranten. De krant De Standaard citeert de mededeling als volgt: ‘Het Instituut voor Veterinaire Keuring, de Eetwareninspectie, de groep Belgische BSE-deskundigen en het wetenschappelijk comité van de Europese commissie zien geen redenen om beendermeel in bereide vleeswaren te verbieden. BSE kan niet van de ene diersoort op de andere worden overgedragen. Dat geldt ook voor de mens. Moest die barrière niet bestaan, dan zou het verbruik van alle producten van niet-geteste runderen verboden moeten worden, vlees inbegrepen. Er moet opgemerkt worden dat de consumptie van beenderen niet verboden is. Denk maar aan soepvlees, mergpijpen en dergelijke meer.’
Deze argumenten zijn hoogst eigenaardig. Als beendermeel voor de mens acceptabel is, waarom heeft Europa dan net besloten dat er vanaf één januari geen snuifje diermeel meer mag worden toegevoegd aan veevoeder, vroegen journalisten zich af. Het antwoord werd ons aangereikt door lezer en dierenarts Luc Jansegers. Volgens hem moet men een verschil maken tussen beendermeel en vlees-beendermeel. Het eerste is alleen afkomstig van goedgekeurde dieren waarvan we het vlees ook consumeren. Dus met dat beendermeel is er niks aan de hand. Anders is het gesteld met vlees-beendermeel dat afkomstig is van afkeurde karkassen. Europa heeft besloten om voor een bepaalde periode dat soort meel uit de voedselketen te weren.

Frauderen
Op vrijdagmiddag scheen het departement zijn vergissing te hebben ingezien, want de mededeling was plots niet meer beschikbaar. In de tussentijd werden bij de diverse agentschappen die betrokken zijn bij de BSE-crisis de violen gelijk gestemd. Het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid en het departement van Volksgezondheid zeggen nu dat beendermeel onmogelijk kan worden gebruikt voor menselijke consumptie. Het is verboden en zelfs voor wie wil frauderen is beendermeel nutteloos, want het vlees zou niet lekker meer zijn. Het wordt gewoon onverkoopbaar.
Even vreesde de Belgische consument dat hij wederom in de kou stond en onvoldoende beschermd werd door de instanties die de veiligheid van ons voedsel controleren. Deze keer lijkt het niet zo’n vaart te lopen. Wel wordt weer het beeld versterkt dat we eigenlijk niet meer weten wat er op ons bord komt.

Peter Raeymaekers