Een op de zes kiezers weet niet op welke partij hij vier jaar geleden stemde. Ze verbeelden zich bij voorkeur dat ze stemden op een partij die nu in de lift zit. Politieke aardverschuivingen blijven door dit effect onzichtbaar.

Een duidelijk voorbeeld van valse verkiezingsherinneringen is te zien bij aanhang van D66, die nu een politieke wederopstanding doormaakt. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 werd de partij gereduceerd tot 3 zetels (2 procent van de stemmen). De nieuwe partijleider Alexander Pechtold viel daarna echter in de smaak bij het publiek, waarna de partij weer begon te stijgen in de peilingen.

Opiniepeiler Maurice de Hond onderzocht eind maart wederom de volkswil, en toen zei maar liefst tien procent van de ondervraagden dat ze D66 gaan stemmen, goed voor 15 zetels. De Hond vroeg zijn onderzoekspanel echter ook: “Wat heb je in 2006 gestemd?” Volgens henzelf had vijf procent toen D66 gestemd, dus 2,5 maal het echte percentage.

Op jacht naar geluk
LEES OOK
Op jacht naar geluk

Ook de stemmers van andere partijen lijden aan valse herinneringen. Vooral partijen waarvan men denkt – dankzij diezelfde peilingen! – dat ze gaan winnen, trekken als het ware met terugwerkende kracht extra kiezers aan.

In een artikel op zijn eigen website betoogt De Hond dat als je hier niet voor corrigeert, peilingen systematisch de verschuivingen in het politieke landschap onderschatten. Stel, in een steekproef van 1000 mensen zeggen 100 mensen dat ze D66 gaan stemmen, en 50 zeggen dat ze vorige keer D66 hebben gestemd. De opiniepeiler concludeert dan dat D66-stemmers oververtegenwoordigd zijn in de steekproef, want statistisch zouden er maar 20 (want 2 procent) D66-stemmers moeten zijn. De Hond besluit dan, dat D66 10 procent – 5 procent = 5 procent zal stijgen, ofwel van 3 naar 8 zetels. Volgens De Hond moet hier nog wel de herinneringsfout bij worden opgeteld: D66 stijgt in feite 8 procent, van 3 naar 15 zetels.

Stemgeheugen

De Hond stelt dat onder meer het vierjarige Nationale Kiezersonderzoek aan dit euvel leidt, omdat men alleen van de ondervraagden zelf weet waar ze de vorige keer op stemden. “Verschuivingen worden dus fors onderschat, omdat de ondervraagden neigen bij hun fouten te gaan in de richting van hun huidige keuzes in plaats van die van vier jaar ervoor.” Dr Henk van der Kolk, politicoloog aan de Universiteit Twente en nauw betrokken bij het Nationale Kiezersonderzoek, zegt de kritiek te herkennen. “De Hond heeft absoluut een punt, veel kiezers weten niet meer wat ze vier jaar geleden gestemd hebben”, zegt Van der Kolk.

Van een deel van de 40.000 personen op Peil.nl, De Honds online verkiezingspanel, wordt al sinds 2006 het feitelijke stemgedrag geregistreerd, waardoor voor het eerst de herinneringsfout precies bekend is. Het ‘stemgeheugen’ wisselt per verkiezing en per partij. Stemmers op PVV, GroenLinks en de Partij voor de Dieren hebben het slechtste geheugen (circa een kwart vergist zich achteraf), PvdA, ChristenUnie/SGP en D66 hebben het beste geheugen (minstens 85 procent correct).

De Hond stelt dat hij deze gegevens kan gebruiken om zijn prognoses nauwkeuriger te maken dan die van de concurrentie. Daar heeft Van der Kolk nog wel een kanttekening bij: “We weten uit onderzoek dat zulke online panels, waar je jezelf voor aanmeldt, een heel specifieke groep vormen. Voor het Nationale Kiezersonderzoek stellen we een echte representatieve steekproef uit de bevolking samen, dus ik denk dat wij betere gegevens hebben. En trouwens, in 2006 vroegen we onze proefpersonen ook al: “Wat heb je vier jaar geleden gestemd?”. Toen reproduceerden de antwoorden heel precies de feitelijke uitslag.”

Arnout Jaspers