Turku (Finland) – Zonen verkorten het leven van hun moeder, dochters verlengen het – als ze tenminste oud genoeg worden om de dagelijkse taken van hun moeder over te nemen.


Aanstaande moeders doen er goed aan voortaan rustig na te denken voordat ze een jongetje op de wereld zetten: elke geboorte van een zoon verkort hun leven met een half jaar. Deze opmerkelijke bevinding maakte een team van Finse en Britse onderzoekers bekend in het tijdschrift Science van 10 mei.

De epidemiologen brachten de geboorten en overlijdens tussen 1640 en 1870 in Noord-Finland in kaart. Ze ontleenden hun gegevens aan de registers die destijds door parochiepriesters werden bijgehouden. De onderzoekers wilden nagaan of het krijgen en opvoeden van kinderen effect had op de levensduur van de moeder.
“We zien geen verband tussen het aantal kinderen dat een vrouw baart en haar levensverwachting, tenminste als we de vrouwen die in het kraambed overlijden, buiten beschouwing laten,” zegt Samuli Helle, leider van het Finse onderzoeksteam. “Er is echter wel een opmerkelijk geslachtseffect: de levensverwachting van een moeder daalt met gemiddeld 34 weken per zoon die ze ter wereld brengt. Het aantal dochters heeft daarentegen geen negatief effect op de levensverwachting van de moeder, integendeel, volwassen dochters hebben zelfs een positieve invloed op de levensduur van de moeder.”

Een portie testosteron
Volgens de onderzoekers is er meer dan één oorzaak voor dit verschijnsel. Ten eerste vraagt het baren van zonen meer van het moederlichaam: mannelijke baby's zijn doorgaans groter en dikker, waardoor de kraamarbeid zwaarder is. Bovendien zadelen mannelijke foetussen hun moeders op met een portie testosteron, het belangrijkste mannelijke hormoon. Dit hormoon kan een tijdelijke verzwakking van het immuunsysteem van de moeder en een snellere veroudering veroorzaken.

De positieve invloed van de oudere dochters op de levensduur van de moeder zoeken de epidemiologen in de menselijke familiestructuur, waarbij dochters traditioneel hun moeders helpen bij de dagelijkse taken. Dit effect zal tegenwoordig, sinds de industriële revolutie en de vrouwenemancipatie, veel minder sterk optreden. De huishoudelijke taken die traditioneel aan de vrouw zijn toegewezen, waren in de pre-industriële samenleving fysiek veel belastender dan nu. “Bovendien,” besluit Helle, “zijn dochters nu eerder geneigd om carrière te maken dan om hun moeders te helpen bij het runnen van het gezin.”

Peter Raeymaekers