Acht satellietenjagers hebben vier nieuwe manen rond de planeet Saturnus ontdekt. Ze cirkelen op een afstand van meer dan 15 miljoen kilometer rond de planeet.

De ontdekking van vier nieuwe manen verschaft Saturnus opnieuw de status van planeet met de meeste manen, namelijk 22. Saturnus heeft daarmee Uranus van de eerste plaats verdrongen. Hetzelfde team dat nu de manen van de Saturnus vond, ontdekte tussen 1997 en 1999 vijf nieuwe manen van Uranus en bracht haar totaal daarmee op 21.

Het enige wat de ontdekkers van de nieuwe manen weten, is hun helderheid. Ze schatten dat hun doorsnede tussen de tien en de vijftig kilometer ligt. Vanaf de Aarde lijken het vage lichtpuntjes die rond Saturnus bewegen. Op 26 oktober presenteren de ontdekkers de vondst op de jaarlijkse bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences van de American Astronomical Society, in de Californische plaats Pasadena.

‘Ik maak me al twintig jaar hard voor een telescoop op de maan’
LEES OOK

‘Ik maak me al twintig jaar hard voor een telescoop op de maan’

Minimaal duizend antennes wil Marc Klein Wolt op de achterkant van de maan gaan zetten. Die moeten meer licht gaan werpen op ...

Zowel de vijf nieuwe manen van Uranus die het team al eerder vond, als de vier nieuwe Saturnusmanen zijn onregelmatige satellieten. Ze bewegen in lange banen met lussen, in tegenstelling tot manen die dichter rond een planeet cirkelen. Bovendien draaien ze tegen de draairichting van de planeet in. De grote afstand van de manen tot Saturnus wijst erop dat ze zijn ingevangen nadat de planeet is ontstaan. Dat is in tegenstelling tot grote regelmatige satellieten. Daarvan nemen astrofysici aan dat ze tegelijkertijd met de planeet zelf zijn samengeklonterd uit stof- en gasschijven.

Theorieën helpen bevestigen

Voorheen was er maar één onregelmatige satelliet van Saturnus bekend, Phoebe, die eind 19e eeuw door W. Pickering is ontdekt. Phoebe draait in een retrograde baan, ofwel tegengesteld aan de draairichting van Saturnus. Alle regelmatige satellieten draaien met hun planeet mee. De onderzoekers speuren naar dergelijke patronen omdat het gemakkelijker is om voorwerpen vanuit een baan om de Zon te vangen in een retrograde baan dan in een draaiing met de planeet mee. Als statistisch blijkt dat voor de buitenmanen de retrograde banen de voorkeur hebben, helpt dat in het bevestigen van theorieën over het invangen van manen.

Brett Gladman ontwikkelde de gebruikte waarnemingstechniek toen hij studeerde aan Cornell University. Met lichtgevoelige halfgeleiders (ccd-cellen) gekoppeld aan een telescoop genereerden de onderzoekers elk uur beelden van verre lichtpunten. Vervolgens vergeleken ze diverse van die opnamen met elkaar, waarbij computersoftware lichtpunten aanwees die bewogen ten opzichte van de diverse verre, bekende sterren. Gladman ontdekte de eerste twee maankandidaten met een 2,2-meter-telescoop van de Europese zuidelijke sterrenwacht in Chili. Deze twee zijn vervolgens met een telescoop op Hawaï opnieuw gevonden, evenals twee andere kandidaten.

De onderzoekers van het team (naast Gladman ook hoogleraren van Cornell University en onderzoekers van McMaster University, Harvard-Smithsonian en een observatorium aan de Cote d’Azur) waarschuwen dat de vondsten nog niet definitief zijn bevestigd. Het is zelfs mogelijk dat ze nog meer Saturnusmanen hebben waargenomen.