Tot drie keer toe waren er tijdens de carrière van ‘puberspecialist’ Eveline Crone parallellen tussen haar onderzoek en haar eigen leven. ‘De vraag is dan natuurlijk: houdt iets me erg bezig en ga ik het daarom onderzoeken? Of beweeg ik mee met mijn eigen onderzoek?’

Wetenschap

‘Ik wist niet echt wat ik wilde na de middelbare school en ik kwam min of meer toevallig bij psychologie terecht. Dat was een schot in de roos; ik vond het fantastisch, vanaf dag een. Ik wilde álles weten wat er in die boeken stond. Ik was en ben er volkomen door gegrepen. We zullen de complexe relatie tussen hersenen en gedrag nooit helemaal kunnen doorgronden, maar ik ben blij met elk stapje, elk stukje van de puzzel.’

MRI

‘Toen ik begon als jonge onderzoeker, net gepromoveerd, hoorde ik dat er wetenschappers waren in de Verenigde Staten die foto’s maakten van de hersenen terwijl iemand een bepaalde taak uitvoerde. Dat vond ik zó fascinerend! Ik dacht: ‘Wauw, dan kun je echt in de hersenen kijken! Daar moet ik heen, ik wil dat ook leren.’ Dus zonder te denken ‘heb ik daar wel de juiste vaardigheden voor?’ – ik heb helemaal geen natuurkundeachtergrond – blufte ik me er een beetje in.’

Dokter Dog wil graag even aan u ruiken
LEES OOK
Dokter Dog wil graag even aan u ruiken

Risicogedrag

‘Ik was in die periode erg nieuwsgierig naar risicogedrag van jongeren – en mijn eigen loopbaan kenmerkte zich dus ook nogal door risicogedrag. Ze zeggen niet voor niets ‘research is me-search’, haha. Vanaf het jaar 2000 heb ik me in de VS in het breinonderzoek gestort en gekeken naar hoe de hersenen reageren op het krijgen van beloning. We ontdekten dat er een gebied is, heel diep in de hersenen, helemaal onder de cortex gebogen – we noemen het wel het reptielenbrein omdat het ook bij primaire dieren aanwezig is – dat bij pubers actiever is dan bij volwassenen. Dat verklaart onder meer waarom ze gemakkelijker risico’s nemen.’

Eveline Crone. Beeld: Bram Belloni
Eveline Crone. Beeld: Bram Belloni

Zelfbeeld

‘In eerste instantie was ik nog vooral bezig met gedrag van jongeren, maar ik ging me steeds meer bezighouden met hoe ze over zichzelf nadenken. En wat een heel grappig toeval is: in die tijd was ik zélf ook heel erg bezig met wat mijn rol is, mijn identiteit als wetenschapper. Ik had me immers verdiept in een nieuw vakgebied, de neurowetenschappen, maar ik was opgeleid tot psycholoog. Dat leidde wel eens tot frictie, want mensen vroegen: ‘Ben je nou psycholoog of neurowetenschapper?’ Het lijkt alsof je altijd moet kiezen. En ik raakte ook nog geïnteresseerd in het schrijven van populairwetenschappelijke boeken. Nou, dan kun je al helemáál geen goede wetenschapper zijn.’

Sociaal gedrag

‘Langzamerhand breidde ik de focus van mijn onderzoek uit naar pro-sociaal gedrag. Want ook al nemen pubers veel risico, maar een klein percentage komt daardoor echt in de problemen. De meeste jongeren ontwikkelen zich tot mensen die iets bijdragen aan de maatschappij; die graag iets goeds doen voor anderen. Als wetenschapper raakte ik ook in een vaarwater waar ik me niet meer zo’n zorgen maakte over wat anderen over me dachten. Ik dacht juist: dit heb ik bereikt, wat kan ik nu betekenen voor andere wetenschappers? Hoe kan ik jonge mensen inspireren? Hoe kan ik netwerken aanleggen tussen wetenschappers waar iedereen ervan profiteert? Dus dat was de derde keer dat er parallellen waren tussen mijn onderzoek en mijn eigen leven. De vraag is natuurlijk: houdt iets me erg bezig en ga ik het daarom onderzoeken? Of heeft iets doordat ik het onderzoek zo’n effect op mezelf? Het kan goed zijn dat je meebeweegt met je eigen onderzoek. Het is in elk geval goed om je te blijven ontwikkelen. Ik wil mezelf uitdagen; af en toe moet ik hindernissen op mijn eigen pad leggen.’

Corona

‘Jongeren zijn door de pandemie beperkt geraakt in drie van hun fundamentele behoeften: de wereld ontdekken door risico’s te nemen en te exploreren, het vormen van warme sociale connecties met vrienden, en de behoefte om gezien en gehoord te worden en respect te krijgen. Dan is de vraag: wat maakt jongeren veerkrachtig genoeg om met die beperkingen om te gaan? Dat hebben we onderzocht. Als jongeren iets konden doen om hun vrienden of familie te helpen, zoals boodschappen rondbrengen, of iets wat ertoe deed in de maatschappij, zoals helpen bij de teststraten, dan gaf dat ze een gevoel van kracht. Dat bleek echt een belangrijke veerkrachtfactor. Onze jongeren moeten we koesteren, want ze vernieuwen de maatschappij en er brandt een vuurtje in ze: ze willen de wereld beter maken. Wat corona voor jongeren betekend heeft en nog steeds betekent, moeten we niet relativeren met ‘er zijn ergere dingen’, want deze tijd krijgen ze niet meer terug. Het is een heel belangrijke en mooie periode.’

CV Eveline Crone
Crone is hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden en hoogleraar ontwikkelingsneurowetenschap in de maatschappij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Als hoofd van het door haar opgerichte Brain & Development Lab in Leiden en het recent opgerichte Society, Youth & Neuroscience Connected Lab in Rotterdam doet ze met haar team innovatief onderzoek naar hersenprocessen van pubers met behulp van MRI-scans. Als een van de eersten ter wereld volgt Crone jongeren, hun levens, hun denkbeelden en de neurologische processen in hun hersenen door de jaren heen.


Dit artikel komt uit special European City of Science Leiden2022. Deze special is gemaakt door de redactie van New Scientist in opdracht van Leiden2022, een Europees wetenschapsfestival van 365 dagen.