anthropology_cartoon
Ik weet nog hoe verbaasd ik was. In een zaaltje vol antropologiestudenten en -docenten op de campus in Nijmegen had Mathijs van de Port juist een lezing gehouden. Dé Mathijs van de Port! Zijn boek, Het einde van de wereld (1994), over redeloosheid en zigeuners in Servië, had ik met groot enthousiasme verslonden.

We mochten vragen stellen en ik wilde graag iets weten over zijn onderzoeksmethode. Zijn boek bevatte een mengelmoes van fictie, krantenknipsels en veldobservaties. Het werk stak knap in elkaar, met lekker veel postmoderne aandacht voor zijn persoonlijke rol in het veld: dat leest lekker weg.

Ik kan de studie nog altijd van harte aanraden, maar mijn vraag aan Van de Port was: hoe wetenschappelijk is deze manier om de werkelijkheid te doorgronden? De antropoloog dacht even na en mompelde toen: “Ach, het maakt me eigenlijk niet heel veel uit hoe wetenschappelijk mijn boek is.”

‘Ik voel me een ambassadeur van het Y-chromosoom’
LEES OOK

‘Ik voel me een ambassadeur van het Y-chromosoom’

Genetica-onderzoeker Sofie Claerhout onderzoekt hoe we het Y-chromosoom in forensisch onderzoek kunnen gebruiken om cold cases op te lossen.

Het is achttien jaar geleden, dus ik kan me in zijn precieze bewoordingen vergissen. Maar dat was ongeveer wat hij antwoordde. Ik gaapte hem ongelovig aan. “Maar u gaat binnenkort wél op dit werk promoveren!”

Bax
Ik was het voorval allang vergeten, maar moest er weer aan denken toen ik vanochtend een artikel in de Volkskrant las over ‘De zaak Bax’. Onderzoeksjournalist Richard de Boer toont hierin op overtuigende wijze aan dat VU-hoogleraar Mart Bax grote delen van zijn antropologische Balkanstudies verzonnen heeft.

Wat een fantasie! Wie zulke sterke verhalen uit zijn hooggeleerde duim weet te zuigen, verdient zeker een plaats in mijn boekenkast – tussen de fictie, welteverstaan. Wat Bax heeft gepresteerd – als De Boer althans gelijk heeft – is natuurlijk schandalig. Maar verbazingwekkend? Nou, nee.

Antropologen zijn zich al tijden bewust van het probleem dat hun veldstudies moeilijk te herhalen zijn. Wie doet aan participerende observatie, beïnvloedt zelf de werkelijkheid die hij observeert, en interpreteert die ook nog eens op een geheel eigen manier. Kort door de bocht: je kunt alleen maar je best doen en bidden dat je analyses hout snijden.

Waarom antropologen vasthouden aan participerende observatie, en niet houden van grootschalige surveys of gecontroleerde laboratoriumexperimenten? Omdat mensen bij enquêtes niet het achterste van hun tong laten zien en onze onderzoeksvragen zich niet altijd laten vertalen naar geïsoleerde experimenten.

Ik denk dat er wel degelijk manieren zijn om de nadelen van kwalitatief onderzoek te ondervangen, bijvoorbeeld met kwantitatief materiaal. En ik vermoed (nou ja, hoop) dat er in twintig jaar wel het een en ander is veranderd.

Aanmodderen
Maar in de tijd dat ik studeerde, was het postmodernisme het niet erg overtuigende antwoord op dit probleem van subjectief waarnemen: we modderen maar wat aan, maar zijn daar in elk geval transparant over! Wetenschappelijke waarde? Ach, alles is relatief. En tja, aangezien we zelf ons eigen meetinstrument zijn, is het voor een ander weinig zinvol (en al helemaal niet eervol) die exercitie nog eens lichtjes over te doen.

Dat dit in het geval van Bax’ Balkanstudies nu pas gebeurde, en dan ook nog door een journalist, verbaast mij dus niet in het minst.