Tijdens de coronapandemie werd pijnlijk duidelijk hoe ongelijk de kansen zijn in het onderwijs. Monique Leijgraaf, lector kansengelijkheid aan de Hogeschool iPabo: ‘We hebben behoefte aan counter narratives, tegenverhalen over mensen die niet goed gezien worden.’

Ieder kind in Nederland heeft toegang tot onderwijs. Hoe worden kinderen dan toch ongelijk behandeld?

‘We denken vaak vanuit een eurocentrisch perspectief. We hebben het bijvoorbeeld over de ontdekking van Amerika door Columbus, alsof het voordien niet bestond. De oorspronkelijke bewoners en hun cultuur worden veelal over het hoofd gezien. Een ander voorbeeld: Anton de Kom. Deze Surinaamse verzetsheld is inmiddels opgenomen in de Canon van Nederland, maar bijna niemand kent hem. Hoe mooi zou het zijn als we hem een plek kunnen geven in het basisonderwijs? Kinderen uit de niet-dominante groepen gaan zich daardoor ook herkennen in onze geschiedenis en voelen zich meer betrokken bij de maatschappij.

En waarom zouden we bij aardrijkskunde niet extra aandacht kunnen schenken aan landen waar de kinderen in de klas vandaan komen: Suriname, Turkije, Marokko? Dat is ook leuk voor de witte kinderen. Ze leren dan iets over landen waar hun klasgenootjes vandaan komen. Maar geef ook aandacht aan de kermis, die in Noord-Holland vaak een belangrijke plaats inneemt. Ieder kind heeft het recht om gezien te worden.’

'Het is bizar dat wiskunde zo machtig is'
LEES OOK
'Het is bizar dat wiskunde zo machtig is'

Waar schort het aan in het basisonderwijs?

‘Er zijn natuurlijk veel te weinig leraren om alle kinderen de aandacht te geven die ze verdienen. Leraren zijn vaak wit en vrouw. Dat geldt ook voor de studenten hier op de iPabo. Daar is helemaal niets mis mee, maar het zou mooi zijn als het wat diverser wordt, zodat ook kinderen van andere komaf zich een beetje kunnen herkennen in hun onderwijzers. En aan de andere kant puilen de klassen uit, er zitten te veel lijven in een lokaal. Wat mij betreft gaan we terug naar twintig leerlingen per klas.

Aan de rol van het Nederlands op school mogen we ook wel iets doen. Kinderen met een niet-westerse taal als achtergrond mogen die niet spreken op school. Dat is jammer, want taal is belangrijk voor wie je bent. Natuurlijk is het belangrijk dat kinderen Nederlands leren, maar waarom mogen Turkse kinderen niet even onderling hun moedertaal spreken? Daar zit argwaan achter: ‘Misschien zeggen ze wel iets slechts over mij.’ Engelstalige expats worden anders benaderd, die worden niet als bedreigend gezien.

Verder bespeur ik angst als het over de islam gaat. We hebben moeite om aandacht te besteden aan het Suikerfeest. Waarom? Voor moslimkinderen is dat belangrijk. Zo’n kind krijgt nu de indruk dat wat voor hem belangrijk is, niet past in de samenleving – ‘op mij zitten ze niet te wachten’.’

Een ander punt van gelijkheid: vroeger was de meester een autoriteit en je moest niet het lef hebben hem te veel tegen te spreken. Dat is nu anders.

‘Die autoriteit is nu overgenomen door het leerlingvolgsysteem. Kinderen worden continu getest, met als gevolg dat kinderen die bijvoorbeeld niet zo goed zijn in lezen, daar telkens op gewezen worden. Ook als ze wel degelijk vorderingen maken. Onze leermethodes zijn nogal talig: sommige kinderen hebben geen moeite met rekenen omdat ze er slecht in zijn, maar omdat ze de taal nog niet zo goed beheersen.

Het kan ook anders. Boodschappen doen in de supermarkt als rekenles. Daar komen de sommetjes recht op je af. Of neem een paar mooie goals van Ajax. Van die spelsituaties valt best een mooi verhaal over snelheid, hoeken en draaicirkels te maken. Dán heb je de aandacht van alle kinderen te pakken.’

Zijn we te veel gericht op zo hoog mogelijke cijfers?

‘Precies, en dat is onzin. Het gaat erom dat ieder kind zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen. Dat kan op honderdduizend manieren. Wat mij betreft komt er meer aandacht voor beroepen waarvoor je je handen moet gebruiken. Voor verzorgende beroepen, zodat kinderen kunnen zien wie opa’s billen wast.

In deze neoliberale samenleving laten we onze oren hangen naar het geld. Onderwijs en zorg worden als kostenposten gezien. Terwijl ze veel meer waarde hebben voor de maatschappij dan het verzinnen van een fiscale ontsnappingsroute voor een multinational. Daar moeten we mee breken. We hoeven niet allemaal op de Zuidas te eindigen. Ik zou er zelf niet dood gevonden willen worden.’

Hoe staat het er voor qua kansengelijkheid?

‘Wij Nederlanders denken dat we het goed doen en dat racisme een Amerikaans probleem is. Maar dat valt tegen. We gaan er hier maar vanuit dat ieder kind een eigen kamer en een eigen laptop heeft, maar sinds corona weten we beter. We hebben behoefte aan counter narratives, tegenverhalen over mensen die niet goed gezien worden. Dat kan gaan over kleur, religie, maar ook over gezondheid. Een leerling vertelde me dat ze strafwerk had gekregen omdat ze te weinig op school was geweest, terwijl ze dat helemaal niet kon vanwege haar chronische ziekte.’

Heeft u advies voor de onderwijzer die al die verschillende kinderen aandacht moet geven?

‘Wees geen redder. Een valkuil is dat je mensen zielig vindt en ze wilt gaan redden. Denk niet bij een meisje met een hoofddoek: die wordt onderdrukt, want veel moslimmeisjes ervaren dat niet zo. Je maakt een slachtoffer van ze, terwijl ze dat niet zijn. Ikzelf zag hier op school een keer een moslimmeisje dat normaliter geen hoofddoek droeg, ineens wel met een hoofddoek. Ze bleek een bad hair day te hebben. Hulp is goed, maar wel op basis van gelijkwaardigheid.’