Hoeveel drukte kan een mens aan? En wat is eigenlijk de drukste stad in de wereld? Die vragen borrelden spontaan in me op toen ik rondliep in de Libanese hoofdstad Beiroet. Wát een mensen, wát een auto’s, wát een smalle straatjes en hoge flats, en vooral: wát een kabaal.

De strijd of ’s nachts de airco wel of niet aan moest was snel gestreden. Mijn ‘nee, want dan word ik met van die dikke, droge ogen wakker’ werd ruimschoots overstemd door mijn zusjes ‘ja, want ik kan niet slapen in die hitte’ en de begeleidende claxons van buiten.

En dan is Beiroet nog niet eens een heel grote stad. Alleen al het idee aan Mexico-City, Shanghai of Bombay zet mijn zintuigen in overdrive. Daar kan je toch niet oud worden!

Aan den lijve
LEES OOK

Aan den lijve

Ans Hekkenberg zoekt naar manieren om iets dat lastig is om voor te stellen te vertalen naar iets dat je letterlijk aan den lijve ondervindt.

Maar de Beiroeti’s lijken er niet onder te lijden. Ze toeteren dan misschien om de haverklap – omdat ook niemand zich aan de verkeersregels houdt en een rood stoplicht toch eigenlijk alleen een indicatie is dat er waarschijnlijk verkeer van de andere kant komt, maar geenszins een reden om daadwerkelijk te stoppen – ze zijn ook wel weer heel relaxt. Volgens mij zijn er in Nederland een stuk meer automobilisten die zich zitten op te vreten in de auto, zich dood ergerend aan al die klungelige medeweggebruikers. De Beiroeti toetert, en zet het van zich af.

Misschien zijn ze gewoon te lui om zich op te winden. Want lui, dat zijn ze. Bussen hebben daar geen haltes en je kunt ze overal op straat gewoon aanhouden en instappen. Staat er tien meter eerder iemand die de bus al laat stoppen, dan is dat nog geen reden om daarheen te lopen en ook in te stappen. Nee, je wacht gewoon tot de bus weer gang heeft en houdt hem tien meter later nogmaals aan. Met uiteraard een claxonnade van omringend verkeer tot gevolg.

Een Libanees van een jaar of twintig (uit een andere stad) omschreef het zo: “De Libanezen stammen af van de Feniciërs, een volk dat eeuwen geleden alom werd gerespecteerd. Ze handelden in cederhout, bouwden er grote, stevige schepen van en bedachten het klankenalfabet. Ze gaven de wereld dus van alles. Maar het lijkt wel of we daarna in een diepe slaap zijn gesukkeld en nog steeds niet wakker zijn geworden. Libanezen doen niks, maken niks, dragen niks bij aan de wereld. We luieren alleen.”

Misschien is dat in het huidige Libanon wel de beste overlevingsstrategie. Met lui zijn kan een mens ook in een drukke stad heel oud worden, denk ik. Mits er af en toe getoeterd kan worden.