Precies tweehonderd jaar geleden werd een van de grootste prestaties in de taalwetenschap verricht: de ontcijfering van de Egyptische hiërogliefen. Koninklijke namen op een donkere steen – de Steen van Rosetta – brachten onderzoekers op het juiste spoor.

Eeuwenlang waren de hiërogliefen van het oude Egypte grotendeels abracadabra. Het schrift was in gebruik van ongeveer 3200 v. Chr. tot 400 n. Chr. Daarna ging de kennis erover verloren.

Ondanks eerdere pogingen kwam de ontcijfering pas echt op gang vanaf 1799. In dat jaar werd namelijk de Steen van Rosetta gevonden. Deze donkere granieten steen bevat een tekst die op drie manieren is ingekerfd: in het Oudgrieks, in hiërogliefen en in het Demotisch, een ander oud-Egyptisch schrift dat men destijds ook niet kon lezen.

‘Obesitasmedicatie is geen quick fix’
LEES OOK
‘Obesitasmedicatie is geen quick fix’

De Griekse tekst konden wetenschappers redelijk goed vertalen. Je zou misschien denken dat het ontcijferen van de hiërogliefen daarna een eenvoudig klusje was. Maar het bleek zo ingewikkeld als een mummie.

Rebus

Hiërogliefen zijn namelijk een volstrekt ander type schrift dan het Latijnse alfabet dat we nu gebruiken. Ze bevatten geen 26, maar wel honderden verschillende tekens. Taalwetenschappers wisten destijds niets over deze tekens. Staan ze allemaal voor een klank, zoals de letters in ons schrift? Of duiden ze allemaal een begrip aan, zoals de plaatjes in een rebus?

steen van rosetta
De Steen van Rosetta, te zien in het British Museum in Londen. Beeld: Hans Hillewaert (CC BY-SA 4.0).

Wetenschappers hadden dus geen idee welk symbool of welke reeks van symbolen bij een bepaald Grieks woord hoorde. En dan kwamen de drie teksten, zoals later bleek, ook nog eens niet letterlijk overeen. Het ontcijferen van de Steen van Rosetta is dus alsof je een vrije Japanse vertaling van een klein stukje Nederlandse tekst te zien krijgt, en op basis daarvan de hele Japanse taal moet doorgronden.

Cleopatra

Toch wist de Franse taalwetenschapper Jean-François Champollion in september 1822 met hulp van anderen de hiërogliefen te ontcijferen (zie ‘Eurekamoment’). De sleutel daartoe waren enkele koninklijke namen. Waar een bepaald begrip in elke taal met andere klanken kan worden aangeduid, klinkt een naam altijd ongeveer hetzelfde. Daarnaast gaven Eyptenaren koninklijke namen in hiërogliefen vaak extra gewicht door er een ovaal omheen te kerven.

Dankzij de ovalen op de Steen van Rosetta ontdekte de Engelsman Thomas Young tussen de hiërogliefen de naam van de Egyptische koning Ptolemaeus, aan wie de tekst was gericht. Daarna herkende Champollion, vermoedelijk op aanraden van de Engelsman William John Bankes, ook de naam van de beroemde koningin Cleopatra. Zo stelde hij vast welke klanken horen bij de symbolen waaruit deze namen zijn opgebouwd. Door verder te speuren naar namen in hiërogliefenteksten, achterhaalde Champollion het basisprincipe van het schrift.

24 klanken

Het hiërogliefenschrift bevat 24 symbolen die elk een bepaalde klank aanduiden – net als de 26 letters in ons alfabet. De klank komt overeen met de beginklank van het woord waarop het symbool is gebaseerd. Zo staat het symbool dat eruitziet als een hand voor de d-klank, omdat het oud-Egyptische woord voor hand (ḏrt) met deze klank begint.

hierogliefen
Het hiërogliefenschrift bevat 24 symbolen die een losse klank aanduiden. Beeld: openclipart/rones.

De overige honderden symbolen, die minder vaak voorkomen, kunnen verschillende functies hebben. Sommige symbolen staan voor een combinatie van meerdere klanken. Andere staan voor een bepaald begrip, zoals in een rebus. Daarnaast kunnen symbolen gebruikt worden om te verhelderen welk begrip een naburig symbool precies aangeeft.

Verwarrend genoeg kan een klanksymbool ook een begrip aanduiden. In dat geval staat er een streepje bij. Een hand met een streepje geeft dus niet de d-klank weer, maar het woord ‘hand’. En met een extra symbool ernaast kan het bijvoorbeeld ‘geven’ betekenen.

Taal

Met het in kaart brengen van de basisstructuur had Champollion de hiërogliefen goeddeels ontcijferd. Maar dat was alleen maar het schrift; de taal van het oude Egypte was nog altijd onbekend. Je kunt een Japanse tekst wel fonetisch in ons alfabet opschrijven, maar dan heb je nog steeds geen idee wat er staat.

Bij het verder ontraadselen van de oud-Egyptische taal werden wetenschappers geholpen door de vondst van andere meertalige inscripties. Die bevatten teksten die een stuk uitgebreider waren en letterlijker met elkaar overeenkwamen dan de teksten op de steen van Rosetta.

Verder konden onderzoekers de betekenis van bepaalde woorden en sommige grammaticale regels afleiden door het oud-Egyptisch te vergelijken met het Koptisch. Die taal is uit het oud-Egyptisch voortgekomen, net zoals het Italiaans een nakomeling is van het Latijn.

Door de complexiteit en grilligheid van de hiërogliefen ging het onderzoek toch decennialang slechts met vallen en opstaan vooruit. Pas aan het eind van de 19e eeuw hadden de opvolgers van Champollion een aardig beeld van wat er op de Steen van Rosetta en andere inscripties staat. Inmiddels zijn de meeste teksten met hiërogliefen vrijwel volledig vertaald, al is van sommige zeldzame woorden de betekenis nog altijd onzeker.

Het begrijpen van hiërogliefen opende een schat aan informatie over de geschiedenis en cultuur van het oude Egypte. Zo was ineens op piramides en sarcofagen te lezen welke farao’s heersten en welke goden werden aanbeden. Ook nu nog, tweehonderd jaar na de ontcijfering van de hiërogliefen, worden er regelmatig stenen met inscripties opgegraven die Egyptologen nieuwe inzichten bieden.

Eurekamoment
De Franse taalwetenschapper Jean-François Champollion werkte sinds het begin van de 19e eeuw aan de ontcijfering van hiërogliefen. Volgens de overlevering beleefde hij op 14 september 1822 zijn eurekamoment. Hij rende naar het kantoor van zijn broer, die op hetzelfde instituut werkte, smeet een stapel papieren op diens bureau en schreeuwde uit: ‘Je tiens mon affaire!’ (‘Ik heb het geflikt!’). Vervolgens zou Champollion zijn bezweken en pas dagen later zijn bijgekomen. Zoals zo vaak bij dit soort anekdotes, wordt het waarheidsgehalte ervan betwijfeld.

Op 27 september 1822 onthulde Champollion zijn resultaten in een lezing. Een van de toehoorders was zijn Engelse rivaal Thomas Young. Die had enkele cruciale ontdekkingen gedaan waar Champollion op kon voortborduren. De ontcijfering van de hiërogliefen wordt nu vooral toegeschreven aan Champollion, maar zoals zo veel ontdekkingen was ze in feite het resultaat van een gezamenlijke inspanning van meerdere wetenschappers.