Braziliaans onderzoek wijst uit dat de hersenen slechts 86 miljard zenuwcellen bevatten. Neurowetenschapper Suzana Herculano-Houzel ontkracht in een gesprek met Nature enkele oude hersenspinsels.

Ik heb het nog even gecheckt met zoekmachine Wolfram Alpha – hoeveel hersencellen bevat een brein? – en het antwoord luidt honderd miljoen. Fout, vertelt Suzana Herculano-Houzel in de podcast Neuropod van Nature-medewerker Kerri Smith. Ze heeft vier hersenen van volwassen mannen onderzocht en vond daarin een gemiddeld aantal van 86 miljard zenuwcellen. Dat verschil van 14 miljard is niet gering – de helft van het aantal hersencellen in een volwassen gorillabrein. We zijn eenzevende van ons brein kwijt.

Voor deze bepaling van het aantal hersencellen is ze gedegen te werk gegaan. Ze veranderde een compleet brein in een soort soep, zorgde dat die goed homogeen gemengd was en telde toen in een klein volume het aantal celkernen van zenuwcellen. Een simpele vermenigvuldiging en je weet het totaal aantal hersencellen in een brein: 86 miljard.

Het subnivium: een geheim ecosysteem dat schuilgaat onder de sneeuw
LEES OOK

Het subnivium: een geheim ecosysteem dat schuilgaat onder de sneeuw

Op allerlei plekken ter wereld nemen dieren 's winters hun toevlucht tot een tijdelijke holte onder de sneeuw.

In de podcast maakt Herculano-Houzel korte metten met enkele hardnekkige mythen. Zo zouden er tienmaal zoveel steuncellen (gliacellen) in de hersenen voorkomen dan dat er zenuwcellen zijn. Blijkbaar zijn dit gelijke hoeveelheden. Slechts in bepaalde hersenonderdelen, zoals enkele structuren in de hersenstam, wijken de verhoudingen sterk af van het gemiddelde. Deze mythe leidt ook tot de foutieve veronderstelling dat mensen maar tien procent van hun hersenen gebruiken. Dat blijkt ook terug te voeren op de vermeende verhouding tussen aantallen gliacellen en zenuwcellen. Maar, zo verklaart ze, we gebruiken onze hersenen continu voor de volle honderd procent.

Koken en braden
De menselijke hersenen zijn ook niet uitzonderlijk, de mens heeft een kenmerkend primatenbrein. Dat de moderne mens zo’n actief brein heeft, komt volgens Herculano-Houzel vooral dankzij de voeding van de moderne mens. Koken en braden, dat maakt er veel meer energie uit voedsel kan worden opgenomen en dat hebben al die zenuwcellen hard nodig.

Dat er een verschil is tussen de linker- en rechterhersenhelft blijkt een mythe uit de 19e eeuw, uit de tijd waarin bijvoorbeeld Paul Broca en Carl Wernicke ontdekten waar in de hersenschors functies als spraak en taalbegrip zitten. Een toen opgestelde lijst met taakverdeling tussen de twee hersenhelften was zeer speculatief, zegt Herculano-Houzel. Er zijn kleine verschillen, maar creativiteit hangt bijvoorbeeld af van de samenwerking tussen beide hersenhelften.

Haar kwantitatieve metingen aan aantallen zenuwcellen in het brein lijken me moeilijk te weerleggen. Ik ben benieuwd hoe snel bij Wolfram Alpha en in de enorme hoeveelheid populaire literatuur over hersenen de nieuwe waarde zal verschijnen.

In ieder geval siert de mens enige bescheidenheid, we hadden al veel minder genen dan gedacht en hebben nu ook veel minder zenuwcellen in ons brein. Des te verwonderlijker, eerlijk gezegd, wat we er dan toch allemaal mee weten te presteren.