Henny Vrienten is benieuwd wat er in zijn hersenen gebeurt als hij een liedje componeert. Tijdens New Scientist Live op Lowlands vraagt hij het aan Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Die heeft er immers voor doorgeleerd’, aldus Vrienten.

‘Dit is mijn werkruimte’, zegt Henny Vrienten met een milde glimlach als hij wijst op een immens verbouwde boerenschuur met rieten puntdak. We bevinden ons op het platteland een kleine 40 kilometer voorbij Deventer en het enige geluid dat je hoort is van een overvliegende buizerd. Vrienten wisselt de hectiek van Amsterdam Centrum af met de serene rust van Overijssel. De schuur heeft hij een aantal jaar terug heeft laten ombouwen tot studio. Binnen wordt gevuld met een enorme vleugel, gitaren, verschillende bassen en talloze andere instrumenten. ‘Muziek maken zie ik eigenlijk als een gewone baan,’ zegt hij later. ‘Ik sta ‘s ochtends niet te laat op, drink een paar koppen sterke koffie en hier gebeurt het dan. Ik heb eigenlijk niks nodig, alleen rust.’

Dit is de plek waar Vrienten muziek heeft gecomponeerd voor talloze films, voor langlopende tv-programma’s als Klokhuis en Sesamstraat en natuurlijk voor zijn soloprojecten en Doe Maar. ‘Muziek maken doe ik elke dag’, zegt hij. ‘Ik zou niet weten wat ik anders moet doen. Nu ben ik met een soloalbum bezig en al doe ik maar vijf mensen plezier met de muziek, dan is het geslaagd. Ik maak dus ik besta. En stoppen zal ik nooit.’

De volgende zonnestorm kan de aarde treffen zonder waarschuwing vooraf
LEES OOK
De volgende zonnestorm kan de aarde treffen zonder waarschuwing vooraf
Beeld: Bram Belloni

Vrienten is inmiddels de zeventig gepasseerd, maar de agenda is nog immer gevuld. ‘Begin volgend jaar ga ik weer spelen met De Vreemde Kostgangers en vervolgens ga ik met ‘de Doe Maars’ (zoals Vrienten Doe Maar steevast noemt) op tournee langs ‘de kleine zalen’. We hebben gewoon geen zin meer in stadions, mede omdat het geluid daar belabberd is. Maar voor vier keer Carré kun je me wakker maken.’

Maar eerst staat er een optreden op Lowlands op het programma, dat hij samen verzorgt met Erik Scherder.

‘Ik heb mijn hele leven muziek gemaakt, bijvoorbeeld voor tweehonderd films. Een film duurt anderhalf uur en daar zit drie kwartier muziek in. Dat is georkestreerde muziek en ontzettend veel werk. Dan loop ik de studio in, ga zitten en dan gebeurt het. En dat proces, daar snap ik helemaal niets van. Ik heb er veel over nagedacht, zelfs theorieën proberen te ontwikkelen. Maar daar wil ik meer van weten.’

Heeft u enig idee, wellicht met een beetje fantasie?

‘Misschien is het wel zo dat je vanaf je derde je oren openzet en dat alles wat je hoort (geluiden, muziek) wordt opgeslagen in bepaalde kamertjes, waar je niet bij kunt komen. Maar als je dan de juiste voorwaarden creëert, openen die kamertjes zich en als een wasdroger husselen ideeën en melodieën zich samen en die komen er op een andere manier uit. Dichterbij kom ik niet, maar het moet ergens vandaan komen. Dat proces in de hersenen, dat is machtig interessant.’

Wat denkt u dat er in uw brein gebeurt?

‘In mijn meer stoere momenten zeg ik wel eens: liedjes maken is het raam openzetten en wachten wat er voorbijvliegt en dan het goeie pakken. Maar wat er voorbijkomt en waarom, dat weet ik niet. Ik heb geen flauw idee.’

Met professor Erik Scherder gaat u een programma maken op Lowlands, en tevens bent u al langer lid van de Akademie van Kunsten van de KNAW.

‘Bij de Akademie heb ik geen taken en ook geen verplichtingen en daar heb ik het eigenlijk schromelijk laten zitten. Daarom vind ik het leuk om met Scherder op Lowlands te staan. Wie weet wat er hierdoor op gang komt.’

Heeft u iets met wetenschap?

‘Ik ben wel geïnteresseerd en lees zoals ieder normaal mens de krant en dus ook over de nieuwe ontdekkingen. Ik ben geïntrigeerd door het heelal en de hersenen; eigenlijk boeit alles me wat ik zelf niet begrijp.’

Nooit zelf de ambitie gehad om wetenschapper te worden?

Glimlachend: ‘Ik heb natuurlijk wel op school gezeten, maar sinds mijn zeventiende zit ik in bandjes en wist ik al vrij snel dat ik niet zou gaan studeren. In het Frans zeggen ze: Ni Dieu ni maître. Ik heb nooit een meester of een baas gehad en heb mijn hele leven gedaan waar ik zin in had.’

Wat kunnen we verwachten van het nieuwe duo Scherder en Vrienten?

‘Hij heeft een grove opzet gemaakt en erover nagedacht. Dat vind ik prettig. We gaan via liedjes die er al zijn en die het publiek kent, kijken hoe die ontstaan zijn en hoe specifieke akkoorden bepaalde gevoelens bij mensen losmaakt. Ik zag dat Scherder iets met 32 jaar wilde doen en als ik nu bewust aan dat nummer denk, ben ik weer even terug in Tilburg, zittend aan een gammele keukentafel.’

Kunt u ons eens meenemen in het maakproces van een nummer?

‘Liedjes maken is vooral een vak. Ik doe het vaak en weet dus hoe ik het aan moet pakken. Als ik besluit dat ik een liedje over mijn vader wil maken, Pa, dan is er eerst een kader: wat voor soort muziek wil ik maken; wat voor tempo moet het hebben en waar past het op het album? Een plaat van ons bestaat doorgaans uit vier depri stukken, twee blije nummers en dan hebben we nog een medium song nodig en dat zou zomaar Pa kunnen zijn. Wat ik wil zeggen: er zijn heel veel factoren die je sturen in het proces. Bij liedjes is het nog veel sterker, want een goed liedje heeft ijzeren wetten.’

En die zijn?

‘Een pakkend intro, twee coupletten (waarvan de eerste de melodie neerzet) naar het refrein toe; eerste refrein, derde couplet, solo, brug, twee keer refrein, fade out en weg. Leg alle grote liedjes uit de muziekgeschiedenis erbij en ze werken zo.’

Wanneer is voor u een liedje een goed liedje?

‘Dat is natuurlijk volkomen subjectief. Een liedje van Andre Hazes wordt door een groot deel van de Nederlanders prachtig gevonden, maar ik hou er niet van. Voor mij is een goed liedje een nummer waarin iets gezegd wordt. Dus het heeft een goede tekst, met weinig platitudes en originele zinnen en dan vooral een pakkende melodie. Het liefst melodieën die meteen blijven hangen. En zonder arrogant te zijn, denk ik dat ik dat best goed kan. Ik schrijf een melodie, die speel ik en vervolgens hoor ik iedereen de hele dag dat ding fluiten.’

Kunt u een voorbeeld noemen?

‘Het fluitje aan het begin van Hij zingt omdat-ie het niet zeggen kan. Dat is altijd iets dat iedereen meteen in zijn hoofd heeft. Het is een oorwurm, ze kruipen erin en blijven er zitten. Scherder mag uitleggen waar dat gebeurt.’

Winnetoe van Doe Maar vind ik daar ook een voorbeeld van.

‘Dat is een heel oud instrumentaal liedje van Jan Hendriks, onze gitarist. Het nummer was af, maar miste ergens nog iets, waar mensen aan bleven hangen. Mede geïnspireerd door Oglala Sioux-muziek van Noord-Amerikaanse indianen, bedacht ik het einde van het lied en iedereen vond het meteen te gek. Als wij nu dat nummer doen met Doe Maars stoppen de mensen niet meer met zingen. Dan zijn we al vier nummers verder in de set en hoor je nog een gedeelte van het publiek: Héhé héhé héhé / Héjajaja / Héjajaja / Héjajaja / Héhé héhé héhé / Héjajaja / Héjajaja / Héjajaja / zingen.’

Het lijkt Erik Scherder een goed idee om datzelfde publiek woorden te vragen waar u alvorens ter plekke een liedje van maakt.

‘Ik kan best improviseren, maar dit heeft alle ingrediënten in zich voor een totale mislukking. Maar daar ik hou ik van. En dan kan ik zeggen: het werkt niet altijd en dat is dan weer wetenschap. Dat vind ik ook zo aantrekkelijk aan wetenschap. Je vindt iets waar je niet naar zocht. Je hebt daar een mooi Engels woord voor: propinquity, iets vinden in de nabijheid van iets anders dat je zoekt. In wezen is een liedje ook gevonden iets. Er gaan flarden door je hoofd en dan ontstaat er iets.’

Maar dan heeft u ook inspiratie nodig.

‘Ik heb niet veel met dat begrip. Bij mij gaat het om concentratie en voorwaarden scheppen. Die voorwaarden zijn een leeg huis, stilte en koffie. Dan ga ik zitten, als een kantoorklerk, en aan het werk. Je ruikt een idee voor een stuk, dat vormt zich in je hoofd, maar dan heb je hem nog niet. Vanuit je hersenen moet het op papier of uit een instrument komen en ook dat is weer een proces. Dat gaat altijd door en stopt pas als de kinderen om eten roepen.’

Is er een liedje uit uw repertoire dat u als favoriet bestempelt?

‘Dat is altijd het laatste liedje dat ik gemaakt heb, want dat is je meest recente overwinning. En soms verdwijnen die voorgoed. Het gebeurt wel eens dat ik in een hoek zit te werken, terwijl er hier een buitenlandse film op staat en dat ik dan opeens een melodie hoor en denk: die is van mij.’

Pinkpop, Paradiso en De Kuip. U heeft overal gestaan. En nu voor het eerst Lowlands.

‘Ik ben er nog nooit geweest en heb er zin in. Ik neem mijn gitaar mee, Scherder is er voor de diepgang, en we zien wel wat er gebeurt.’

Beeld: Bram Belloni

‘Uit het raam kijken en wachten wat er voorbijkomt, is de default’

‘Het is een eer om op Lowlands te staan. Helemaal als je het podium deelt met Henny Vrienten,’ zegt Erik Scherder.

Muziek luisteren

‘Als je naar je favoriete muziek luistert, dan zie je dat twee hersengebieden een hoge activiteit laten zien: pariëtaal en frontaal. Deze maken een onderdeel uit van het default mode-netwerk. Dit is het netwerk dat actief wordt als je niet cognitief belast bent en is het netwerk voor creativiteit, probleemoplossend vermogen en om nieuwe ideeën te genereren. Je luistert dus naar muziek die je mooi vindt, en dan kom je in een defaultsysteem uit, dat actief wordt en dat leidt tot ideeën, maar ook bijvoorbeeld tot nieuwe nummers uit het brein van Henny. Stel, je hebt een groot probleem en komt maar niet tot de oplossing. Vervolgens zet je je favoriete muziek op. Dan heb je een goede kans dat je de oplossing vindt.’

Kantoorklerk

‘Als je een liedje componeert of muziek schrijft, zoals Henny al meer dan veertig jaar doet, dan zijn er andere netwerken actief. Je hebt je frontaal en pariëtaal nodig voor de creativiteit, maar het is complexer. Je hebt iets in gedachten, maar wil er eigenlijk van af; dat is hoe wij creativiteit omschrijven. Je hebt een idee maar weet dat het niet het beste idee is, en dat idee moet je dus wegremmen. Opzijzetten, in je brein. Je moet dus goed kunnen remmen, om er vanaf te komen waardoor er weer ruimte ontstaat voor nieuwe ideeën. Je moet flexibel zijn,  en je moet kunnen filteren. Het is dus de balans van ontremd zijn en filteren.

‘Als Henny componeert, moet hij ontremd zijn, kunnen filteren, hij moet ideeën kunnen generen en dat moet hij weer plannen en ordenen. Dat hij zichzelf een kantoorklerk noemt, snap ik donders goed. Dan zit hij dus in de flow, precies de balans tussen filteren van de dingen waaraan je niet wilt denken en ontremming in de dingen waaraan je wel wilt denken.’

Liedjes maken

‘Uit het raam kijken en wachten wat er voorbijkomt, is de default. Je bent niet cognitief belast en laat alles de vrije loop gaan. Dat is precies wat er gebeurt als je loopt te tobben over bijvoorbeeld iets over je dochter waar je maar niet uit wilt komen. Als je dan ‘s avonds in de supermarkt bent en niet aan die dochter denkt, dan weet je het opeens.’

32 jaar

‘In dat liedje zingt Henny: ‘Sinds een dag of twee, vlinders in m’n hoofd; sinds een dag of twee, aangenaam verdoofd. ‘k Was haast vergeten hoe ‘t voelt om verliefd te zijn.’ Als je verliefd wordt, dan schakel je eigenlijk je schors uit. Mensen zeggen ook dat ze hun hoofd kwijt zijn. Met je schors redeneer je, en dat doe je niet meer als je verliefd bent. Onder je schors zit een gebied dat te maken heeft met beloning. Je weet wat er gaat komen, omdat je ooit eerder verliefd was. Een ander gebied is heel erg gericht op jezelf. Je voelt iets wat je heel lang niet gevoeld hebt vanbinnen. En de amandelkern, ook wel de angstkern genoemd, wordt minder actief. Je hebt geen angst meer omdat je weet dat je niet meer alleen bent.’

Pa

‘Dat is een liedje over het proces van loslaten. Hij wil niet meer in het gareel blijven lopen. Ik wil niet meer dat jij vertelt wat ik moet doen, maar ik wil het zelf uitzoeken. Op Lowlands doe ik een testje met het publiek om te kijken hoe flexibel zij zijn. En om te kijken of ze buiten hun eigen box kunnen denken, want daar gaat dat nummer over. Op Lowlands laat ik dan verschillende breinen zien. Als je doet wat pa zegt, met lage uitdagingen, ziet je brein er anders uit dan als je je eigen pad kiest met veel uitdagingen. Als je een leven hebt met veel uitdagingen, dan zie je dat er veel activiteit overblijft in je brein.’

Oorwurm

‘Wat Henny een oorwurm noemt, is ook wel in studies beschreven. Waarom de ene melodie een oorwurm is en de ander niet, dat is natuurlijk interessant. Het is waarschijnlijk een liedje dat aanspreekt qua klank. Je hebt spiegelneuronen in je brein en kennelijk wordt er een beroep gedaan op liedjes die erop lijken en al in je kop zitten. Vervolgens wordt dat circuit getriggerd. En al hoor je het nummer niet meer, je blijft het herhalen, door die spiegelneuronen. Henny combineert noten en tonen die ons niet onbekend zijn en plezierig overkomen.’

Lowlands

‘Ik ben er zelf nooit geweest en kijk er enorm naar uit. Van collega-wetenschappers heb ik goede verhalen gehoord en helemaal met iemand als Henny is het een voorrecht om daar op het podium te staan.’

New Scientist verzorgt tijdens Lowlands dagelijks om 14.30 een talkshow in de Echo-tent. Vrijdag muziek en het brein met Erik Scherder en Henny Vrienten. Zaterdag een potje knallende seksuele voorlichting met Ellen Laan en Daphne van de Bongardt. Zondag knippen en plakken met DNA met Annelien Bredenoord en John van der Oost.