Ik had bijna gigantisch voor schut gestaan bij Engels op de middelbare school. Ik miste een les omdat ik ziek was en leerde daarom thuis de woordjes die die les besproken waren. Ancestor, to resemble, immediately: de rijtjes stampte ik één voor één in mijn hoofd voor het geval we de volgende les een SO zouden krijgen.

Dat was niet het geval, maar lessen later kwam immediately wel nog een keer voorbij. Wat was ik toen blij dat ik niet degene was die de tekst moest voorlezen, want dat was zeker op hoongelach uitgelopen. Omdat ik ziek was toen de leraar de lijst met woorden had doorgelopen, had ik mezelf de uitspraak helemaal fout aangeleerd. Ik zei (letterlijk) immudáiatly in plaats van immédiately. Net als ‘in my diary’, zeg maar. Wist ik veel.

Dat het Engels een taal is waarin je uit de spelling lang niet altijd kunt opmaken hoe je iets moet uitspreken, had mijn klasgenoten er vast niet van weerhouden om in joelen uit te barsten. Het Nederlands is trouwens niet veel beter. Wij maken ook een potje van de uitspraak: notuléren, skéeleren. Nee, dan moet je toch echt Spaans gaan leren, of nog beter: Hongaars. Bij hardop lezen is succes gegarandeerd.

Waarom sommige kinderen snel taal oppikken en andere langzaam
LEES OOK

Waarom sommige kinderen snel taal oppikken en andere langzaam

Vrijwel alle kinderen leren praten, maar de snelheid waarmee varieert. 'Het komt bijna altijd goed', zegt taalonderzoeker Julia Egger.

Laatst had ik weer zo’n Engelselesmoment. En dit keer weet ik zeker dat ik niet de enige ben. Ik durf zelfs te beweren dat bijna het gehele Nederlandse volk leeft in een verkeerde uitspraakwaan. Een vriendin van mij kwam terug van een paar maanden onderzoek doen in Wales en was daar op een avond bij een Engelse vriend spelletjes gaan spelen. Ze zag een bekende spellendoos uit haar jeugd en riep enthousiast: “Cluedo!” Waarop de vriend haar toch wat raar aan keek.

Nee, Cluedo spreek je niet uit als cluédo. Kijk nog eens goed naar het woord en begrijp de clue…