Bron: Warner Bros
“I’m going on an adventure!” – Bilbo Baggins hoeft geen vitaminepillen in te pakken voor zijn reis.
Bron: Warner Bros

Het is geen cure for cancer of het ontwerp van de kwantumcomputer – maar leuk is het wel. Australische wetenschappers hebben een ludiek onderzoek gedaan naar de gezondheid van hobbits en orks. Ze concludeerden dat de slechteriken in de Lord of the Rings-reeks veelal in duisternis leven, en daardoor lijden onder een chronisch tekort aan vitamine D. Daardoor hebben de goede personages doorgaans een grotere kans om gevechten te winnen.

Cake versus rottend karkas
Bilbo, Frodo en Sam (allen hobbits) hoeven zich nergens zorgen om te maken. Ze wonen in hobbithuisjes met grote ramen, waardoor ze een gezonde dosis zonlicht absorberen. Ook eten ze gevarieerd. Wanneer Bilbo in het boek The Hobbit wordt bezocht door een gezelschap van dwergen, schotelt hij ze van alles voor: cake, thee, bier, rode wijn, frambozenjam, pasteitjes, kaas, salade, kip, augurken en appeltaart. Met het hobbitdieet zit het dus wel goed – ze krijgen genoeg vitamines binnen.

Orks, draak Smaug en Gollem (ex-hobbit, ooit Sméagol) hebben minder geluk. Zij leven in duistere krochten en eten geen verse groentes en fruit. Hun menu bestaat slechts uit schapenvlees, rottende karkassen en een enkele vis op zijn tijd. Verzwakt door een flink tekort aan vitamine D, hebben ze geen schijn van kans in een gevecht tegen de fitte hobbits.

Hersentumoren wellicht beter te behandelen door middel van techniek die bloed-hersenbarrière opent
LEES OOK

Hersentumoren wellicht beter te behandelen door middel van techniek die bloed-hersenbarrière opent

Neuro-oncoloog Tom Snijders is gespecialiseerd in hersenkanker, waarbij de levensverwachting vaak gering is. Hij is betrokken ...

Publicatie
‘Systematische tekstuele analyse van The Hobbit bewijst onze hypothese dat de triomf van goed over kwaad in zekere mate mogelijk wordt gemaakt door het beperkte dieet en gebrek aan zonlicht waar de slechteriken kampen,’ zo vatten de onderzoekers samen. Zij beschrijven hun vondst in een bijlage van de kersteditie van het Medical Journal of Australia.