Vandaag werd bekend dat Kees de Jager, een grootheid uit de Nederlandse sterrenkunde, op honderdjarige leeftijd is overleden. New Scientist-hoofdredacteur Jim Jansen ontmoette hem de afgelopen jaren een aantal keer en blikt terug.

Het moment dat Kees de Jager het podium betrad was voor mij het absolute hoogtepunt van het Gala van de sterrenkunde. We schrijven december 2018, de plaats van handeling was de Stadsgehoorzaal in Leiden en we vierden het twintigjarig jubileum van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Astronomie (NOVA) én het honderdjarig jubileum van de Internationale Astronomische Unie (IAU). Speciale gast was Koning Willem-Alexander, die bij binnenkomst een mooi applaus kreeg. Het onthaal van gastvrouw Ewine van Dishoeck was ovationeel. Maar toen Kees de Jager als verrassing net voor de pauze stapvoets de spotlights in liep, was er geen houden meer aan. Deze man, toen 98 jaar oud, was van ongekend groot belang geweest voor de mondiale sterrenkunde en dat was niet alleen te horen, maar ook te zien en te voelen.

Kees de Jager was niet alleen een geweldige wetenschapper, hij kon er ook zeer begenadigd over vertellen. Voor een filmpje bezocht ik hem in de zomer van 2018 thuis in zijn woning in Den Burg op Texel. Voor de gelegenheid had hij zijn beste pak aangetrokken met de onderscheiding van de Universiteit Utrecht duidelijk zichtbaar. Daar was hij namelijk trots op, net zoals hij genoot van de aandacht die hij en zijn onderzoek – en dus ook de sterrenkunde – in de afgelopen tientallen decennia hadden gekregen. Een paar maanden later zaten we samen bij het tv-programma Tijd voor Max en zonder moeite legde hij de praatgrage presentator Sybrand Niessen het zwijgen op. Dit overigens tot groot genoegen van Niessen zelf.

Ockhams scheermes: hoe een middeleeuwse monnik de kracht van eenvoud doorzag
LEES OOK
Ockhams scheermes: hoe een middeleeuwse monnik de kracht van eenvoud doorzag

Geen droog brood mee te verdienen

De Jager werd geboren op Texel en verhuisde op vijfjarige leeftijd naar het toenmalige Nederlands-Indië, waar zijn vader hoofd van de school werd op het eiland Sulawesi. Ook daar werd Sinterklaas gevierd en toen zijn ouders hem vroegen wat hij wilde, koos hij De wonderen des hemels, een boek over sterrenkunde. Hij leerde het boek naar eigen zeggen van voor tot achter uit zijn hoofd en dik negentig jaar later had het boek nog steeds een mooie plek in zijn boekenkast op Texel.

Als negentienjarige keerde De Jager terug naar Nederland om – zeer tegen de zin van zijn ouders – sterrenkunde te gaan studeren. Hij schreef een brief aan zijn ouders met de mededeling van zijn keuze en kreeg vervolgens zes weken later antwoord – zolang deed de post er over – waarin zijn vader schreef dat hij het er absoluut niet mee eens was. Toch koos hij voor de sterrenkunde, achteraf gezien een juiste beslissing.  ‘Er was geen droog brood mee te verdienen, maar ach, ik kon altijd nog natuur- of wiskundeleraar worden’, vertelde hij tijdens een latere ontmoeting, in september 2020.

Te links voor Princeton

De Jager promoveerde bij Marcel Minnaert die net onderzoek was gaan doen met een nieuw instrument: een spectrograaf voor zonne-onderzoek. Dit is een apparaat dat licht opsplitst in zijn verschillende golflengtes, waardoor je de eigenschappen van een ster kunt achterhalen. ‘Toen Minnaert daarmee begon te werken, was hij een van de eerste zonnefysici ter wereld. Ik volgde dat pad; ik schreef mijn proefschrift over waterstoflijnen in het spectrum van de zon. Ik vond uit hoe je het temperatuurverloop in de buitenste laag van de zon kon bepalen. Op het oppervlak is het 5000 graden Celsius. Ik wist de temperatuur op verschillende dieptes daaronder te achterhalen. Toen mijn proefschrift klaar was, promoveerde ik cum laude’, vertelde hij in de nazomer van 2020.

Kees de Jager wordt in zijn huis op Texel geïnterviewd door New Scientist.

De Jager was een geweldige onderzoeker, kon er fantastisch over vertellen en deed dat meestal met een grote dosis humor en relativeringsvermogen. Zo verhaalde hij met een grote glimlach het moment dat hij hoogleraar in Princeton zou worden en dit vervolgens niet doorging omdat hij volgens de Amerikanen te links was. ‘Het was midden in de Koude Oorlog, en ik was politiek gezien nogal linksradicaal. Zo iemand konden ze natuurlijk niet toelaten in Amerika. Ik was te gevaarlijk! Dus na het aanbod volgde het bericht dat ik toch niet mocht komen. Ach ja, ik dacht maar zo: dat is nou verdomde rot voor die Amerikanen.’

De trekker overgehaald

Ondanks dat hij niet op Princeton ging werken, volgde een geweldige carrière. Hij doorgrondde de geheimen van de zon, stond aan de wieg van het Nederlandse ruimteonderzoek en schreef een boek over de zwaarste sterren in het heelal.

Ook was hij betrokken bij de demotie van Pluto tot dwergplaneet, tot groot ongenoegen van diezelfde Amerikanen. In New Scientist april 2021 zegt hij: ‘Toen astronomen kritisch naar Pluto keken, twijfelden ze of die nog wel een planeet moest heten. Ik kreeg een brief van de Internationale Astronomische Unie, de organisatie die over naamgeving gaat, met een vraag om advies. Ik heb een brief teruggeschreven waarin ik zei dat Pluto geen planeet is. Er zitten namelijk andere grote objecten in de baan van Pluto. Hoe je het dan wel noemt, is jouw zaak, schreef ik. Toen Pluto zijn planeettitel moest inleveren, waren de Amerikanen boos. Tja, het was de enige planeet die door Amerikanen ontdekt was – en nu had ik de trekker overgehaald!’

Bij onze laatste ontmoeting vertelde De Jager ook dat hij het was die het woord ‘oerknal’ had bedacht en dat hij het zeer bijzonder vond dat zijn term in de Van Dale terechtkwam. Diep in zijn hart had hij gehoopt dat hij in zijn leven zou weten hoe die oerknal is ontstaan. Dat heeft helaas niet zo mogen zijn. Kees de Jager overleed donderdagmiddag 27 mei op de gezegende leeftijd van 100 jaar en 4 weken.

‘Met tevredenheid en trots kijk ik naar de Nederlandse sterrenkunde en ik ben blij dat ik daar mijn steentje aan heb kunnen bijdragen.’

Kees de Jager (najaar 2020) bij zijn boekenkast.