Pas maar op, Marsbewoners: de ­aarde is al ingepikt door andere groene wezentjes. Maar hoe komt het eigenlijk dat ­parkieten een van de succesvolste ­invasieve soorten ooit zijn geworden?

Amsterdam, Brussel en Londen zijn inmiddels even vermaard om hun parkieten als om hun duiven. ‘Hier in Londen is de populatie echt fors gegroeid’, zegt Tim Blackburn, bioloog aan het University College in de Britse hoofdstad. ‘Waar je ook gaat, je kunt niet om ze heen. Het is duidelijk dat ze zich razendsnel vermenigvuldigen.’

En wat er in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België gebeurt, blijkt overal ter wereld te gebeuren. Tien jaar geleden was het vooral een Europees probleem. Inmiddels is in bijna veertig landen, van de VS en Israël tot – sinds kort – Azerbeidzjan, sprake van een explosieve groei van het aantal parkieten. Daarmee behoren de vogels tot de succesvolste invasieve soorten ter wereld. En net als andere exoten worden ze steeds hinderlijker. Hoe konden deze opzichtige dieren zich zo ver vanuit de tropen verspreiden? Wat zegt hun succes ons over de wereld die wij scheppen? En kunnen we iets tegen ze ondernemen?

Spitsbergen luidt de noodklok
LEES OOK
Spitsbergen luidt de noodklok

Begrijp de wereld beter met New Scientist

Maak nu voordelig kennis met New Scientist en lees 5 nummers waar en wanneer u maar wilt. Nu voor slechts 29,95 ipv 43,75.

Explosieve groei

Al voordat de halsbandparkiet (Psittacus krameri) begon aan zijn verovering van de wereld, was zijn leefgebied gigantisch. Toen voor het eerst melding werd gemaakt van de soort, in 1769, kwam hij in Afrika voor in een gordel ten zuiden van de Sahara, van Gambia tot aan de Hoorn van Afrika. Aan het begin van de twintigste eeuw werd gemeld dat een ondersoort, Psittacus krameri borealis, voorkwam op het Indiase subcontinent. Van die populatie stamt de Europese populatie af, zo toont genetisch bewijs aan. Waarschijnlijk werden ze als huisdier meegenomen.

Aan kleurrijke verhalen over de manier waarop de vogels in Europa terecht zijn gekomen geen gebrek. De Britse populatie zou bijvoorbeeld afstammen van vogels afkomstig van de set van de film The African Queen, of van een koppeltje dat werd vrij­gelaten door gitaarlegende Jimi Hendrix.

De nuchtere waarheid is echter dat er niet één bronpopulatie valt aan te wijzen. Waarschijnlijk ontsnapte er in de loop van vele jaren af en toe een exemplaar of werd er een vrijgelaten. Het zijn ware ontsnappingskunstenaars die zich elke keer weer uit kooien en volières weten te wurmen, zegt bioloog Richard Bufton van de Universiteit van Birmingham, die in het Verenigd Koninkrijk onderzoek doet naar de verspreiding van de soort. In Nederland lijkt hetzelfde aan de hand te zijn.

De oorsprong van parkieten is gehuld in mysterie, maar wordt toegewezen aan ontsnappingen en vrijlatingen uit kooien en volières. In België daarentegen wordt de uitzet van veertig halsbandparkieten nabij de Meli-dierentuin in Brussel gezien als de oorsprong van de parkietenpopulatie.

Parkieten overleven in Azerbeidzjan door te rusten in de buurt van olieraffinaderijen die overtollig gas affakkelen

In de jaren tachtig begon het aantal broedparen in allerlei landen explosief te groeien. Volgens de meest recente telling, uit 2012, bedroeg het aantal broedparen in het Verenigd Koninkrijk 8600. ‘Waarschijnlijk zijn dat er nu veel meer’, zegt Bufton. Hij houdt een register van waarnemingen bij en schat dat er ongeveer 30.000 parkieten voorkomen in zijn land. Bovendien lijkt het aantal toe te nemen met zo’n 30 procent per jaar. In 2011 had België 10.500 parkieten. Daar neemt het aantal ieder jaar met zo’n 18 procent toe. In Nederland vond de laatste slaapplaatstelling plaats in 2010 en waren er naar schatting 9800 vogels. De toename hier ligt, net als in het Verenigd Koninkrijk, op 30 procent per jaar.

Verder noordwaarts

Het is niet duidelijk wat die toename veroorzaakt. ‘Ik vermoed dat het voor een deel een natuurlijke fase in de populatiegroei is’, zegt Blackburn. ‘Populaties blijven vaak lange tijd rond een relatief laag niveau hangen om daarna een punt te bereiken waarop ze ineens snel gaan groeien.’

Misschien heeft een exemplaar dat onlangs is ontsnapt wel nieuwe genen in de populatie ingebracht, waardoor de kans is toegenomen dat de dieren in hun nieuwe omgeving overleven. Mogelijk betrof het een aanpassing aan de kou. Blackburn wijst erop dat halsbandparkieten het goed doen in de uitlopers van de Himalaya en daarom al tot op zekere hoogte aan de kou zijn aangepast, maar niet helemaal. ‘Je ziet vaak dat ze als gevolg van bevriezing een paar tenen of teenkootjes missen’, zegt Bufton. Hij denkt dat de parkieten de warmte van de stad opzoeken om de wintermaanden door te komen, waardoor ze in West-Europa vaak in of nabij steden te zien zijn. Het meest noordelijke gebied waar ze tot dusver zijn gezien, is Glasgow. De exemplaren die onlangs zijn waargenomen in Bakoe, in Azerbeidzjan – de temperatuur schommelt daar ’s winters rond het vriespunt – blijken te overleven doordat ze rusten in de buurt van olieraffinaderijen die overtollig gas affakkelen.

Voorlopig worden de invasieve parkieten als synantropisch beschouwd, wat wil ­zeggen dat ze dicht bij de mens leven om gebruik te maken van kunstmatige leef­omgevingen, zoals ‘warmte-eilanden’ en vogelvoederplaatsen. Maar door de opwarming van de aarde zou dat weleens kunnen veranderen. ‘Ik vermoed dat meer vogels de winter overleven en dat de populatie groeit doordat het klimaat opwarmt en de winters steeds milder worden’, zegt Blackburn. ‘Ik denk dat we ze steeds vaker buiten de steden zullen aantreffen.’

‘Parkieten kunnen echte plaagdieren voor de landbouw worden’

Ook zullen ze zich waarschijnlijk nog verder noordwaarts verspreiden. ‘Vreemde soorten verspreiden is een van de belangrijkste manieren waarop de mens ingrijpt in de natuur’, zegt Blackburn. ‘Kennis van dat proces is van groot belang om te begrijpen welke gevaren voor het milieu de mens veroorzaakt.’

Doodgepikte vleermuizen

In de Verenigde Staten komen al parkieten buiten steden voor. In enkele zuidelijke staten, waaronder Alabama, Californië, Florida, Louisiana, Texas en Virginia, vind je populaties op het platteland. En die ­veroorzaken steeds meer problemen. ‘Het kunnen echte plaagdieren voor de landbouw worden’, zegt bioloog Page Klug, die in de Amerikaanse staat North Dakota onderzoek doet naar plaagdieren.

De vogels eten van nature fruit, waardoor ze zich in fruitbomen verzamelen, maar ook noten en zaden. Ze vernietigen en verspillen veel. ‘Ze pikken ergens in, waardoor dat product ongeschikt is geworden voor de verkoop, laten het vallen en gaan door naar het volgende’, zegt Jim Groombridge, hoogleraar behoud van ­biodiversiteit aan de Universiteit van Kent.

Onder meer in Nederland zorgen de vogels voor enorme schade aan boomgaarden. Vooral fruitbomen hebben eronder te lijden. Daarbij lijken de parkieten een voorkeur te hebben voor vruchten die hoog in de bomen groeien. Siergewassen laten ze grotendeels met rust. Een uitzondering hierop zijn de bomen waar parkieten slapen. Die raken soms een deel van hun bladeren kwijt, wat ze minder gezond maakt.

De druk die de uitdijende parkieten­populatie op de inheemse wilde natuur uitoefent, leidt tot steeds meer bezorgdheid. Invasieve soorten zijn een van de belangrijkste oorzaken van verlies aan biodiversiteit. Parkieten concurreren dan ook op verschillende manieren met andere diersoorten. Om te beginnen bouwen ze hun nest in holle bomen. ‘Ze bezetten zulke nestlocaties eerder dan Britse vogels’, zegt Bufton. Daardoor kunnen soorten zoals de boomklever en de specht nergens naartoe. ‘Het is een van de redenen waardoor ze zo succesvol zijn’, aldus Bufton.

‘Er bestaat ook bewijs dat ze sommige inheemse vogelsoorten verdringen van voederplaatsen en met die soorten om voedsel concurreren’, zegt Blackburn. In Zuid-Spanje zijn ze een geduchte concurrent van de grote rosse vleermuis, de grootste vleermuizensoort van Europa, die met uitsterven wordt bedreigd. Parkieten annexeren de nestgaten in bomen en ­pikken de vleermuizen soms dood.

Hels kabaal

Bovendien begint het besef te dagen dat parkieten allerlei ziekteverwekkers bij zich dragen. Sommige daarvan veroorzaken ziektes die bij vee voorkomen, hoewel er geen bewijs bestaat dat ze die op het vee overbrengen, zegt Blackburn. Maar parkieten die als huisdier worden gehouden, ­dragen soms de griepachtige infectieziekte psittacose, ook wel papegaaienziekte, op mensen over. Een uitbraak van die ziekte in Frankrijk in 1930 leidde ertoe dat eige­naren hun vogels vrijlieten, wat volgens sommigen het begin van de Europese populatie was.

Een ander probleem is het gekrijs. ­Parkieten zijn luidruchtige vogels: twee uur voor zonsondergang en, in iets mindere mate, vlak na zonsopkomst maken ze een hels kabaal. Volgens Groombridge bestaat er anekdotisch bewijs dat mensen ’s nachts uit hun slaap werden gehouden of vanwege geluidsoverlast hun huis niet konden verkopen. Ook in Den Haag leidt het lawaai van parkieten tot een boel overlast en zijn er meldingen van gedaan.

Naast het lawaai veroorzaken parkieten rondom hun slaapplaatsen overlast doordat hun uitwerpselen zorgen voor vervuiling. En niet alle halsbandparkieten nestelen zich in een boom in het park. Sommige broeden in kieren of gaten van gebouwen. Het grootste deel van de schade die parkieten hier veroorzaken, is te voorkomen door nestkasten aan te bieden waarin de vogels kunnen broeden.

Hawaii geeft ons een idee van de schade die de parkieten kunnen aanrichten. Halsbandparkieten arriveerden er in de jaren dertig op het eiland Oahu, waar de omstandigheden ideaal bleken. Jarenlang waren ze niet meer dan een bezienswaardigheid, inmiddels zijn ze een plaag. ‘Parkietenpopulaties kunnen heel lang ergens voorkomen voordat ze een probleem worden. Dan neemt hun aantal ineens exponentieel toe’, zegt Klug.

Halsbandparkieten kunnen een enorme hoeveelheid lawaai produceren. Beeld: ImageSelect.

Zo’n toename heeft de afgelopen twintig jaar plaatsgevonden op Hawaii. In 2018 waren er ongeveer 4650 parkieten op Oahu en nog eens 6800 op Kauai. ‘Ze beginnen echt een probleem te worden voor de landbouw en voor het toerisme vanwege de poep en het lawaai’, zegt Klug. ‘Veel mensen krijgen genoeg van ze. Er is zoveel schade dat mensen plannen zullen steunen om de populatie te verminderen.’

Lange adem

Het zal echter niet eenvoudig worden om de parkieten op Hawaii te decimeren. Uiteindelijk zijn er twee opties: afschieten of de pil. Afschieten gaat snel, maar is gevaarlijk met andere dieren en mensen in de buurt. Ook bestaat de angst dat de problemen door een beheerplan alleen maar zullen toenemen. Zo’n plan zal de vogels van het landbouwgebied in het laagland verdrijven naar het hoogland, waar ze een bedreiging vormen voor inheemse vogelsoorten. ‘Ze kunnen bijzonder agressief zijn. Daarom maken we ons zorgen over het natuurbeschermingsaspect’, zegt Klug.

Aas met voorbehoedsmiddelen erin gebruiken is onder laboratoriumomstandigheden effectief gebleken, maar lastig in het wild. Er zijn speciale voederbakken nodig zodat alleen halsbandparkieten bij het voer kunnen. En parkieten leven lang, waardoor het met zo’n aanpak wel twintig tot dertig jaar kan duren voordat ze zijn verdwenen. ‘Op dit moment is het gezien de aantallen een kwestie van lange adem om de populaties alleen al te laten slinken’, zegt Klug. Maar er is een precedent. Het afgelopen jaar meldden de Seychellen dat de halsbandparkiet op het hoofdeiland Mahe was uitgeroeid na een acht jaar durende campagne. De laatste van ongeveer vijfhonderd vogels werd in 2017 doodgeschoten. Sindsdien is de parkiet niet teruggekeerd. ‘Het is de enige succesvolle campagne tot nu toe’, zegt Klug.

Behalve op Hawaii en op de Seychellen is er weinig belangstelling voor een parkietenuitroeiplan. Toch pleiten biologen nu al voor beheerprogramma’s in gebieden waar de vogel nog geen plaag vormt. Vooral Californië wordt als kwetsbaar beschouwd, vanwege de teelt van amandelen, pistachenoten en fruit. Op een recente conferentie over gewervelde plaagdieren opperde de Amerikaanse bioloog Aaron Shiels dat Californië zou moeten overwegen de parkieten in toom te houden, nu het nog kan.

‘Het punt waarop we de halsbandparkiet hadden kunnen uitroeien zijn we allang ­gepasseerd’

In Europa is dat waarschijnlijk geen optie meer. De geest is al uit de fles: er zijn gewoon te veel parkieten en ze verspreiden zich te snel om ze onder de duim te houden. ‘Ik denk dat we, als het zo doorgaat, er over een jaar of veertig iets tegen zullen willen doen’, zegt Bufton. ‘Maar we zijn het punt waarop we ze hadden kunnen uitroeien allang gepasseerd.’ Het zou bovendien controversieel zijn om de parkieten te doden. ‘Veel mensen zijn dol op ze. Ik ook; ik vind het geweldige beesten’, zegt hij.

Afbeelding 3

Vliegende ratten

Dat sentiment kan echter omslaan. ‘Veel mensen zien ze graag in hun tuin’, zegt Groombridge. ‘Maar als er op een gegeven moment alleen maar parkieten in de tuin te zien zijn… Het is interessant om te zien hoe de perceptie dan verandert.’ Als vertrouwdheid omslaat in haat, zoals bij de duiven in Amsterdam, zullen de parkieten op een dag worden beschouwd als vliegende ratten.

En zelfs wanneer halsbandparkieten het lot van de dodo beschoren zou zijn, zou dat niet per se het einde van het Europese parkietenprobleem betekenen. Er zijn vele vergelijkbare soorten die hun plaats kunnen innemen. De monniksparkiet, een aan de kou aangepaste vogel uit Zuid-Amerika, lijkt nu al in sommige steden, waaronder Barcelona, niet meer in toom te houden. De grote alexanderparkiet uit India, die eruitziet als de halsbandparkiet met een paarse vlek op de schouder, bevindt zich al in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Italië. ‘In Europa komen ongeveer tien parkietensoorten met broedpopulaties voor, zo niet meer, die als potentieel invasief worden beschouwd’, zegt Groombridge. ‘Ze staan te trappelen in de coulissen.’

Begrijp de wereld beter met New Scientist

Maak nu voordelig kennis met New Scientist en lees 5 nummers waar en wanneer u maar wilt. Nu voor slechts 29,95 ipv 43,75.