Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka, elk weekend in het AD, verzorgd door de redactie van New Scientist. Deze week: Jeroen Geurts, hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VUMC in Amsterdam.

‘Ik heb medische biologie gestudeerd en ben gepromoveerd in de neurowetenschappen. Later ben ik ook filosofie gaan studeren. Juist de filosofie heeft gezorgd tot het grootste inzicht in mijn carrière tot nu toe.

Als neurowetenschapper had ik geleerd dat je een ingewikkelde vraag simpel moet maken. Dat je moet reduceren naar een proefopstelling. Vanuit die proefopstelling kan je vervolgens metingen doen, extrapoleren en zeggen of je hypothesen kloppen of niet. Inherent daaraan leek de notie dat als zaken niet te meten waren, ze min of meer betekenisloos waren.

Door de stijgende zeespiegel komen steden als Rio en Jakarta tegen 2100 onder water te staan – wat kunnen we doen?
LEES OOK
Door de stijgende zeespiegel komen steden als Rio en Jakarta tegen 2100 onder water te staan – wat kunnen we doen?

Dit kwam een keer heel mooi naar voren toen ik in 2006 in een panel zat met alternatieve genezers, hier in de VU. Naast artsen en patiënten was ik ‘de wetenschapper’. Ik sprak me duidelijk uit tegen alternatieve geneeswijzen. Zo had ik het geleerd. Vanuit mijn perspectief waren niet-toetsbaar en dus niet zinvol, in ieder geval in wetenschappelijke zin.

De week erna stond in het universiteitsblad een verslag van die avond waarin ik las dat ‘Geurts een logisch positivist van de oude stempel’ was. Ik kende die term niet, maar wat men bedoelde was dat ik te simplistisch redeneerde: dat ik wegredeneerde wat ik niet kon toetsen. Deze kritiek trok ik me aan.

Hoogleraar translationele neurowetenschappen Jeroen Geurts. Beeld: Wikimedia/NIBI
Hoogleraar translationele neurowetenschappen Jeroen Geurts. Beeld: Wikimedia/NIBI

Door die kritiek ben ik in de filosofie geïnteresseerd geraakt. En zo ben ik erachter gekomen dat de redeneertrant van mijn neurowetenschappelijke opleiding erg beperkt is. Toen, maar nog steeds, worden neurowetenschappers opgeleid tot mensen die weliswaar technisch heel goed zijn, maar die met de grote vragen des levens, die bij hun vakgebied horen, maar weinig kunnen.

In mijn vakgebied, de translationele neurowetenschappen, behoort filosofie inmiddels tot een vast onderdeel van het curriculum. Mijn studenten leren weer echt nadenken. Zo heeft mijn eigen eureka-momentje geleid tot een wijziging van het onderwijs in een vakgebied .’

LEESTIP. Kan hersenwetenschap ons slimmer maken? Bestel ‘Een beter brein’ van Niki Korteweg in onze webshop.
LEESTIP. Kan hersenwetenschap ons slimmer maken? Bestel ‘Een beter brein’ in onze webshop.