Het eerste dopinggeval in Vancouver is gevonden, lees ik in Trouw en de Standaard. De twijfelachtige eer gaat naar een Russische ijshockeyster, Svetlana Terenteva. De verbinding die in haar urine is aangetroffen, heeft de naam tuaminoheptaan, soms ook tuamine genoemd. Vreemde naam, het klinkt haast als de naam van een eiland in de Stille Oceaan. Dat voorvoegsel tu betekent, zo blijkt, 2, het klinkt alsof die nieuwe Duitse eurocommissaris Öttinger telefonisch de naam heeft doorgegeven .

De officiële chemische aanduiding van het stofje in het Nederlands is heptaan-2-amine, en kan ook worden aangeduid als 2-aminoheptaan (C7H17N). De kranten schrijven tuaminoheptane, maar dat is natuurlijk de Engelse spelling. Het is niet zo’n complexe verbinding als bijvoorbeeld epo. Tuaminoheptaan is een eenvoudige keten van zeven koolstofatomen, met netjes overal waterstofatomen, behalve op het tweede koolstof, waaraan naast een waterstofatoom ook nog de aminegroep (-NH2) vastzit.

De atlete heeft een berisping gehad, het stofje zat in een neusspray. Dat geeft alvast vertrouwen in de dopingcontroles, dat stofjes uit zo’n neusspray in urine kunnen worden opgespoord. Het is zo’n neusspray waarvoor bijna iedere snotterende burger van de huisarts een recept kan krijgen, maar (top)sporters is het nu ten strengste verboden als ze moeten presteren. Hopelijk heeft Terenteva geen snotneus meer als haar wedstrijden beginnen.

‘Gevangenisstraffen  zijn niet constructief’
LEES OOK

‘Gevangenisstraffen zijn niet constructief’

Veel mensen denken dat je criminelen het beste kunt straffen met een gevangenisstraf. Maar met een enkelband of taakstraf bereik je meer, stelt crimin ...

Het verboden stofje helpt tegen de neusverkoudheid, doordat nadat het vastzittende slijm door acetylcysteïne loskomt het de bloedvaatjes wat laat samentrekken. Het neusslijmvlies komt dan een beetje tot rust. Vermoedelijk staat tuaminoheptaan op de dopinglijst omdat het effecten op bloeddruk en hartritme heeft, het stimuleert het onwillekeurige zenuwstelsel. Overigens is prof dr Ivan Wolffers sceptisch over het nut van dergelijke neussprays, althans in de wat oudere editie van zijn dikke pil hier op de redactie.