Immuuncellen die in de wanden van onze bloedvaten zitten, kunnen chemische stofjes in ons bloed waarnemen. Dat doen ze met receptoren die ook in onze neus zitten. Wanneer ze het stofje octanal oppikken, kan dit ontstekingsreacties veroorzaken die zelfs tot hart- en vaatziekten kunnen leiden.

De immuuncellen in kwestie, macrofagen genoemd, doen dienst als een soort antennes binnen ons lichaam. Ze zitten ook in onze vaatwanden. Eerder onderzoek toonde aan dat deze macrofagen – net als onze neus – reukreceptoren hebben. Vervolgonderzoek laat nu zien dat ze het chemische stofje octanal in ons bloed kunnen ‘ruiken’. Dit kan een ontstekingsreactie op gang brengen.

Afweer

Immunoloog Marco Orecchioni en zijn collega’s van het La Jolla-instituut voor immunologie in Californië injecteerden twee groepen muizen met octanal. In een groep was het gen voor de muizenreukreceptor Olfr2 verwijderd. Toen ze het effect van octanal in de twee groepen met elkaar vergeleken, zagen ze dat de ontstekingsreactie in de muizen mét Olfr2-receptor een stuk ernstiger was.

De feiten en mythen over eieren eten
LEES OOK
De feiten en mythen over eieren eten

Zodra de onderzoekers de Olfr2-receptor blokkeerden, zagen ze dat de ontstekingsreactie afnam. Zo wisten ze zeker dat de ontsteking ook echt het gevolg was van de Olfr2-receptor die octanal aan zich bond.

Immuuncellen ‘ruiken’ het stofje octanal in ons bloed, waardoor gevaarlijke ontstekingsreacties op gang komen. Video: Matt Ellenbogen, La Jolla Institute for Immunology

Reukreceptor

Iedereen heeft een klein beetje octanal in zijn bloed. Bij mensen met hoog cholesterol is de concentratie octanal echter een stuk hoger. Dat kan het resultaat zijn van een beschermingsreactie van je cellen: oxidatieve stress. Wanneer vetten zich op de vaatwand afzetten, komen je cellen daar in actie. Ze produceren zuurstofradicalen, die het vet aanvallen en proberen af te breken. Hierbij komt octanal vrij. In het kort: hoe meer vetten, hoe meer octanal.

Al eerder toonden wetenschappers van het La Jolla-instituut aan dat niet alleen onze neus, maar ook macrofagen een reukreceptor hebben om octanal op te pikken. Dat is volgens immunoloog Pieter Goossens van Maastricht University niet zo gek als je misschien denkt. Ons lichaam bevat namelijk zo’n 400 verschillende reukreceptoren. Hoewel de meesten zich in onze neus bevinden, zijn ze ook op andere plaatsen in het lichaam ontdekt. Zo weten we bijvoorbeeld ook dat zaadcellen reukreceptoren gebruiken om gericht naar eicellen te zwemmen.

Goossens: ‘Het is geen verrassing dat de Olfr2-receptor in macrofagen gevonden is. De werkelijke waarde van deze studie zit vooral in de ontdekking dat deze receptor daar in de bloedvaten ook echt een stofje aan zich bindt – en dat binding van beiden ook daadwerkelijk tot een reactie leidt.’

Toekomst

Het feit dat macrofagen zo goed zijn in het opsporen van octanal in ons bloed, is niet per se positief. Als de ontstekingsreacties in de bloedvaten aanhouden, kan dit beginnende slagaderverkalking verergeren en zo zelfs leiden tot hart- en vaatziekten.

De volgende stap is dan ook om op zoek te gaan naar stofjes die ‘neus’ van de afweercellen kunnen blokkeren. Zo kunnen de onnodige ontstekingsreactie mogelijk voorkomen worden. Orecchioni gelooft ook dat het mogelijk is om de reukreceptor in mensen te blokkeren. Het type receptor wordt namelijk wel vaker gebruikt als aangrijpingspunt voor medicijnen.

Goossens plaatst wel een kanttekening: ‘Slagaderverkalking is een chronische ontstekingsziekte die tientallen jaren zonder symptomen kan opbouwen en dan plots acuut problematisch wordt. Vaak is het dan al te laat om op deze manier in te grijpen. Zo’n behandeling zou dus preventief moeten zijn en bovendien jarenlang volgehouden moeten worden. Dat is niet altijd realistisch.’

‘Maar intussen is wel er weer een belangrijke stap gezet in het beter begrijpen van het ontstaan en ontwikkelen van hart- en vaatziekten – nog steeds de voornaamste doodsoorzaak wereldwijd’, aldus Goossens. ‘Bovendien opent dit mogelijk ook deuren voor de zoektocht naar vergelijkbare mechanismen in andere ziekten.’