Leuven (B) – In de strijd tegen het dodelijke HIV-virus ontdekken wetenschappers een nieuwe klasse van HIV-remmers.

Onderzoekers van de Katholieke Universiteit van Leuven melden in het tijdschrift Current Biology dat ze een nieuwe klasse van HIV-remmer hebben ontwikkeld. Deze remmer is gericht tegen het HIV-enzym integrase. Tot op heden behandelen artsen aids-patiënten uit Westerse landen met een cocktail van geneesmiddelen. Deze geneesmiddelen zijn gericht tegen twee enzymen van het HIV, reverse transciptase en protease, beide betrokken bij de vermenigvuldiging van het HIV-virus.

Alhoewel de krachtige cocktail bij de meerderheid van de patiënten erin slaagt het virus te onderdrukken, ontstaan er bij een deel van die patiënten resistente virusstammen. Deze stammen zijn niet meer gevoelig voor de gebruikte medicijnen. Daarom is het belangrijk dat onderzoekers steeds nieuwe geneesmiddelen ontwikkelen, het liefst tegen enzymen actief in andere stadia van de virusvermenigvuldiging.

Doorbehandelen: ja of nee? Wat er beter kan in gesprekken tussen artsen en naasten van patiënten
LEES OOK

Doorbehandelen: ja of nee? Wat er beter kan in gesprekken tussen artsen en naasten van patiënten

Op de intensive cares van ziekenhuizen wordt elke dag besloten over doorgaan of stoppen met behandelen, over leven en dood. Aranka Akkermans onderzoch ...

Krachtige onderdrukking

Samen met zijn Leuvense collega’s ontdekte hoogleraar Zeger Debyser de nieuwe klasse integrase-remmer met de ingewikkelde naam pyranodipyrimidine derivaat. In tien jaar onderzoek is dit slechts de tweede klasse die effectief HIV bestrijdt. Het integrase is een HIV-enzym dat verantwoordelijk is voor de inbouw van het erfelijke materiaal van het virus in de gastheercel. Dit is een cruciale stap. Na inbouw is het viraal DNA voorgoed aanwezig in de gastheercel.

In combinatie met de bestaande HIV-remmers waren de Belgische biologen in staat een krachtige onderdrukking van de virusvermenigvuldiging in celkweek op te wekken. Nu is het nog taak de huidige anti-integrasemoleculen te verfijnen vóór artsen ze in een klinische studie bij patiënten testen.