Bij een grote ramp kan je telefoon je redding zijn. Het laatste procentje batterij zien verdwijnen, wil iedereen in nood dus voorkomen. TU Delft-onderzoeker Indushree Banerjee ontwierp het rampencommunicatiesysteem Self-Organization for Survival (SOS). Dit SOS-systeem maximaliseert het aantal mensen dat in een noodsituatie kan blijven communiceren.

Wanneer komt de SOS-technologie van pas?

‘Als er een ramp gebeurt, bijvoorbeeld de orkaan Katrina, de Japanse tsunami of de Nepalese aardbeving, gaat er vaak belangrijke infrastructuur kapot. Alles is weg: geen elektriciteit, geen verwarming, maar ook de communicatiesystemen liggen vaak plat. In de eerste 72 uur na de ramp is communicatie heel belangrijk. Dat kan het verschil maken tussen leven en dood. Soms wachten gemeenschappen dagen of zelfs weken op hulp. Gemeenschappen kunnen elkaar in die tijd nog wel helpen met het delen van drinkwater, dekens of eerste hulp. Ze hebben dan genoeg opgeladen telefoons nodig om via een noodsysteem met elkaar te kunnen praten.’

Bestaat er niet al een noodsysteem?

‘In het huidige noodcommunicatiesysteem maakt iedereen met iedereen contact waardoor de telefoons een groot netwerk vormen, een zogenoemd mesh-netwerk. Het kost veel batterij om zoveel verbindingen te maken. Wij hebben een systeem ontworpen waarbij het niet uitmaakt of je veel of weinig batterij hebt. Als we de connecties zo vormen dat sommige mensen minder connecties maken, en andere meer, dan spaar je batterij.’

Hoe werkt dat systeem precies?

‘We proberen het batterijvermogen over iedereen te verdelen. Met een app van het SOS-systeem op je telefoon kun je in de nabije omgeving verbindingen maken met andere telefoons via bijvoorbeeld bluetooth. Als ik bijvoorbeeld een bericht wil sturen vanuit Leiden naar Utrecht, dan fungeren de mensen om mij heen als doorgeefluik. Zo beweegt mijn bericht in een paar stappen naar iemand in Utrecht. Het netwerk vormt op zo’n manier dat volle telefoons meer centraal komen, en dus meer connecties maken.

Dit zelf-organiserende netwerk moet zich constant aanpassen aan de situatie. Als een volle telefoon te ver weg beweegt, dan maak je verbinding met iemand anders. Of misschien word je dan zelf een centraal connectiepunt, omdat je meer batterij hebt dan de mensen om je heen. Er is dan ook geen centraal systeem nodig om dit te regelen; lokale kennis is genoeg.’

Indushree Banerjee is onderzoeker in de groep Systems Engineering and Simulations van de TU Delft.  Ze onderzoekt en ontwerpt veerkrachtige complexe systemen vanuit een sociotechnisch perspectief.

Hoe hebt u het systeem getest?

‘We hebben het SOS-systeem ontworpen en getest met een computermodel. Daaraan voegden we data toe van hoeveel energie je kwijtraakt als je je telefoon gebruikt. Het beginniveau van de batterijen is gebaseerd op een normale verdeling, en de bewegingen van de mensenmassa volgen een willekeurig model. Daarnaast varieerden we de invoerwaarden van het model. Wat gebeurt er als honderd mensen dicht op elkaar in een gebied zijn, wat als er duizend mensen zijn? En wat heb je nodig als ze allemaal één bericht versturen, of allemaal tien? We wilden ervoor zorgen dat het algehele netwerk langer werkt. Op die manier is het toegankelijk voor iedereen, ongeacht of je veel of weinig batterij over hebt.’

Hoeveel winst levert dit op?

‘Veel! Bij mesh-netwerken zijn volgens ons model binnen 24 uur 90 procent van de telefoons dood. Als je bij een ramp gebruikmaakt van SOS, heeft na twee dagen 80 procent nog genoeg batterij, en na drie dagen nog 75 procent. Gegeven dat natuurrampen steeds frequenter en intenser worden, is het belangrijk dat het SOS-systeem op alle telefoons beschikbaar komt. Als de overheid en het Rode Kruis het willen, kan dat binnen een paar jaar al het geval zijn.’

LEESTIP: Wil je meer weten over technologische ontwikkelingen? Bestel het meinummer van New Scientist in onze shop.