In de Callao-grot op het Filipijnse eiland Luzon hebben archeologen restanten gevonden van een onbekende menssoort. Mogelijk is deze soort ontstaan uit een klein groepje mensen dat per toeval op het eiland is aangespoeld.

De onderzoekers noemen de mysterieuze menssoort de Homo luzonensis. Hun ontdekking werpt de vraag op: zijn er nog meer onbekende soorten in deze regio te vinden?

In 2007 kwamen de eerste aanwijzingen voor oermensen op Luzon aan het licht. Florent Détroit van het Franse Muséum national d’Histoire naturelle en Armand Salvador Mijares van de University of the Philippines ontdekten daar met hun team een 67.000 jaar oud menselijk voetbot.

Op een vlot en goed geluk
LEES OOK
Op een vlot en goed geluk

In eerste instantie schreven ze dat bot toe aan een Homo sapiens. In 2016 kwamen echter de eerste geruchten dat Détroit en Mijares meer fossielen hadden gevonden, die er te primitief uitzagen om bij onze menssoort te horen.

Nu zijn die geruchten bevestigd. Het team heeft nog eens twaalf fossielen gevonden: zeven tanden, twee vingerbotten, twee teenbotten en een deel van een dijbeen. Van sommige van de tanden is vastgesteld dat ze zo’n 50.000 jaar oud zijn.

Daarmee hebben de fossielen ongeveer dezelfde leeftijd als bepaalde resten van de Homo floresiensis: de ‘hobbitmens’ die in 2003 werd ontdekt op Flores, een eiland zo’n 3000 kilometer ten zuiden van Luzon. Volgens Détroit en Mijares hebben de Luzon-fossielen echter voldoende onderscheidende kenmerken om bij een andere soort te horen. Hun resultaat is gepubliceerd in Nature.

Kleine tanden

Volgens Détroit zijn er te weinig fossielen om te weten of deze soort net zo’n klein postuur had als de hobbitmens. William Jungers van de Stony Brook University in New York, niet bij het onderzoek betrokken, zegt wel dat de tanden uitzonderlijk klein zijn, zelfs in vergelijking met die van huidige populaties van kleine mensen in de Filipijnen.

De gevonden restanten van de Luzon-mens: tanden (a, f & g), handbotten (b & c), voetbotten (d & e) en een stuk van een dijbeen (h).

Als wordt bevestigd dat de H. luzonensis een aparte soort is, zullen onderzoekers hun aandacht vestigen op zijn afkomst. Net als de hobbits op Flores zijn er twee voor de hand liggende mogelijkheden: de soort is ofwel geëvolueerd uit een relatief ver ontwikkelde menssoort zoals de Homo erectus, die ooit in Zuidoost-Azië leefde, of hij stamt rechtstreeks af van een oude mensachtige vergelijkbaar met de Australopithecus afarensis, bekend van het fossiel Lucy.

De tweede optie is echter controversieel, omdat deze soort tot dusver alleen in Afrika is aangetroffen. Maar onderzoekers kunnen er niet omheen: de hand- en voetbotten van zowel de H. luzonensis als de H. floresiensis lijken verdacht veel op die van de Australopithecus.

Aangespoeld?

Waarschijnlijk zal de nieuwe ontdekking de jacht op uitgestorven menssoorten op nabijgelegen eilanden doen toenemen. De meeste wetenschappers denken dat oermensen niet in staat waren om boten te bouwen en daarmee in een opwelling de zee over te steken. Ze achten het waarschijnlijker dat vroege menssoorten per toeval op eilanden zoals Luzon en Flores terechtkwamen. Mensen die aan de kust leefden, kunnen bijvoorbeeld in een storm de zee in zijn geworpen en vervolgens op een ander eiland zijn aangespoeld.

Die theorie past bij de ontdekking dat de menselijke resten op Luzon en Flores bij twee verschillende soorten horen. Als oermensen regelmatig per boot tussen eilanden in Zuidoost-Azië heen en weer voeren, is het moeilijk te verklaren hoe populaties op relatief nabijgelegen eilanden lang genoeg genetisch geïsoleerd zijn geweest om tot aparte soorten te evolueren. Wel is het dus mogelijk dat kleine groepjes mensen per toeval op andere eilanden zijn terechtgekomen en zich daar – afgezonderd van de rest van de mensheid – tot een nieuwe soort ontwikkelden.

Leestip: in New Scientist 59 staat een uitgebreid artikel over de mysteriën rond de allereerste menssoorten. Bestel het nummer in onze webshop!