Het idee dat er zoiets bestaat als het homogen kan de prullenbak in. Volgens de grootste genetische studie over seksueel gedrag ooit heeft een groot aantal genen invloed op de seksualiteit van een persoon, elk met slechts een klein effect.

Eerdere studies leken erop te wijzen dat individuele genen de seksuele oriëntatie van jongens en mannen bepalen. Maar deze studies waren altijd erg kleinschalig. De meeste menselijke eigenschappen worden beïnvloed door honderden of zelfs duizenden genen, elk met een klein effect. Een genetische studie moet dus ook minstens honderden of duizenden menselijke genomen omvatten om alle relevante genen op het spoor te komen. ‘De eerdere onderzoeken kwamen niet in de buurt van de hoeveelheid data die vereist is,’ zegt Robbee Wedow van het Broad Institute van MIT en Harvard.

Wedow en zijn collega’s combineerden data van twee grote bronnen: de UK Biobank, die genomen van 500.000 mensen tussen de 40 en 70 jaar bevat, en 23&Me, een bedrijf dat genetische testen aan meer dan vijf miljoen consumenten heeft verkocht. Beide organisaties hebben de eigenaren van de genomen een vragenlijst laten invullen. Daarbij werd ook naar het seksuele gedrag gevraagd.

'Een waan is niet ­realistisch, maar er zit wel een logica in'
LEES OOK

'Een waan is niet ­realistisch, maar er zit wel een logica in'

Geheugenexpert Douwe ­Draaisma kan urenlang vertellen over de mysteries van onze ­hersenen. Onlangs bracht de Groningse hoogleraar zijn negende boek ...

Zo kreeg het team de beschikking over de genetische data van ongeveer 477.000 mensen, evenals informatie over hun seksuele gedrag. ‘Dit is een enorme sprong voorwaarts in termen van de onderzoeksomvang,’ zegt John Perry van de universiteit van Cambridge, coauteur van de studie.

Kleine invloed

Het team zocht naar overeenkomsten in de genomen van mensen die zeiden dat ze seks hebben met iemand van hetzelfde geslacht. Aan de hand van die analyse konden ze inschatten in hoeverre seksualiteit gerelateerd is aan genetica. Als een kenmerk voor een groot deel bepaald wordt door de genen, zou je immers verwachten dat mensen met dat kenmerk soortgelijke genomen hebben. Het team vond dat ongeveer een derde van de variaties in seksueel gedrag verklaard kan worden door de genen.

Vervolgens zocht het team of er specifieke genen zijn die correleren met homoseksualiteit. Ze identificeerden vijf genetische variaties die een statistisch verband vertonen met homoseksueel gedrag. Twee variaties werden bij zowel mannen als vrouwen gevonden, twee kwamen specifiek bij mannen voor en één genetische variant juist specifiek bij vrouwen. Het is niet duidelijk wat de daadwerkelijke invloed van deze genen is op seksualiteit. Eén van de genen wordt bijvoorbeeld ook geassocieerd met het reukvermogen. Een ander staat in verband met haarverlies bij mannen.

De belangrijkste conclusie is dat deze vijf genen maar een kleine invloed hebben. Aan de hand van deze genen is dus niet iemands seksualiteit te voorspellen. Dat een derde van de variaties in het seksuele gedrag verklaard kan worden door de genen, suggereert dat er veel andere genen zijn die ook allemaal een klein beetje invloed hebben op het gedrag.

Ze heeft haar moeders lach
LEESTIP. Carl Zimmer je mee op een reis door je genen. Te koop in onze webshop.

Genen doorgeven

Het werk geeft meer duidelijkheid over een evolutionaire vraag rondom homoseksualiteit: hoe kan homoseksueel gedrag voortbestaan als de genen van homoseksuele mensen niet consequent worden doorgegeven aan de volgende generatie?

‘Als bioloog en homoseksuele man ben ik hier erg nieuwsgierig naar,’ zegt Jeremy Yoder van het California State University Northridge. ‘Als het om veel genen gaat met elk kleine effecten, is de kans dat natuurlijke selectie die varianten uit de populatie laat verdwijnen klein’, zegt hij. ‘Iemand kan compleet heteroseksueel zijn, maar alsnog veel genvarianten hebben die bij mensen met een andere genetische achtergrond ervoor zorgen dat die persoon aanleg heeft voor homoseksueel gedrag.’

Zorgen om discriminatie

Er zijn zorgen dat DNA-studies gebruikt kunnen worden om een genetische test voor homoseksualiteit te ontwikkelen. Voor LHBTIQ+-gemeenschap zou zo’n test problematisch zijn, omdat zij te maken heeft met vooroordelen en discriminatie. Er zijn zelfs landen waar de doodstraf staat op homoseksualiteit.

Volgens Wedow zijn genetische homotesten onmogelijk. Samen met zijn collega’s heeft hij een zogeheten ‘polygene score’ ontwikkeld – een methode om een gewicht toe te kennen aan genetische factoren die in verband staan met homoseksueel gedrag, ook als dit verband niet statistisch significant is. Het bleek onmogelijk om met zo’n test iemands seksualiteit te voorspellen.

Dit betekent niet dat niemand zal proberen om toch zo’n test te ontwikkelen. Bestaande genetische testen voor consumenten gebruiken vergelijkbare polygene scores. Sommigen daarvan zijn net zo min in staat een voorspelling te doen, zegt Melinda Mills van de universiteit van Oxford, maar ‘mensen kopen dit soort diensten alsnog, en ze geloven erin.’

Het onderzoeksteam zegt dat vroeg of laat iemand deze studie zou doen – de data was immers beschikbaar. Ook hebben ze gedurende het project gesproken met LHBTIQ+-groepen. ‘Dit is de beste manier om dit onderzoek te doen,’ zegt Yoder. ‘[Maar] wanneer het is gepubliceerd, hebben ze er niet langer de controle op.’

Vele wegen

Dit onderzoek kan de LHBTIQ+-gemeenschap ook geruststellen, zegt Wedow, die zelf als homoseksuele man is opgegroeid in een conservatief deel van de Verenigde Staten. ‘Onze resultaten onderstrepen dat homoseksueel gedrag bij de menselijke variaties hoort,’ zegt hij.

Omdat er zoveel verschillende genen bij betrokken zijn, lijkt het erop dat er vele genetische wegen leiden naar homoseksualiteit, zegt Yoder. ‘Dat is toch een soort poëtisch idee.’