De kans intelligente beschavingen te vinden groeit naarmate we dieper ons sterrenstelsel induiken, zeggen astronomen.

De Melkweg spant zich als een lichtende band uit over de nachtelijke hemel. Foto: Diana Robinson
De Melkweg spant zich als een lichtende band uit over de nachtelijke hemel.
Foto: Diana Robinson

De Melkweg is een zogenoemd balkspiraalstelsel waarvan we er vanaf de aarde veel kunnen waarnemen. Onze zon bevindt zich vrij ver van het centrum van de Melkweg af, in één van de spiraalarmen. Als we in dit sterrenstelsel op zoek willen naar andere intelligente beschavingen, moeten we ons volgens astronomen van de Swinburne University of Technology in Australië vooral richten op de kerngebieden van de Melkweg.

Intelligent leven

De Australische astronomen bestudeerden de kansen op het ontwikkelen van intelligent leven in verschillende delen van de Melkweg. Ze keken daarbij naar de tijdspannes die er moeten zijn tussen supernovae, sterexplosies die enig ontwikkeld leven weer snel steriliseren. ‘Zelfs bij de aanname dat er lange periodes zijn vereist tussen sterilisaties om intelligent leven mogelijk te maken, suggereert ons onderzoek dat de binnenste Melkwegdelen de grootste kansen bieden op intelligent leven. De reden hiervoor is dat het aantal theoretisch bewoonbare planeten in dit centrale Melkweggebied groter is dan het aantal supernova-explosies in het gebied,’ aldus Ian Morrison en Michael Gowanlock, de auteurs van het pas gepubliceerde onderzoek.

Op jacht naar geluk
LEES OOK
Op jacht naar geluk

Ook zouden beschavingen in het centrum van de Melkweg ouder en dus verder ontwikkeld kunnen zijn dan de onze omdat de  omstandigheden voor de ontwikkeling van intelligentie daar eerder aanwezig waren.

Balkspiraal

Tot in de jaren negentig dachten astronomen dat ons sterrenstelsel een vrij normale structuur had. Dankzij waarnemingen met de Spitzer Space Telescope in 2005 weten we nu zeker dat de Melkweg behoort tot de klasse van de balkspiralen. Vergeleken met normale spiraalstelsels hebben deze een afwijkende structuur omdat de armen van de spiraal ontspringen vanuit een centrale balk, waar normale sterrenstelsels een bolvormige kern hebben.

Stofwolken

Het is geen wonder dat wetenschappers daar pas laat achter kwamen. Omdat we zelf in het stelsel zitten hebben we geen overzicht van de structuur. Stel dat je geboren wordt in een huis en daar nooit uitkomt. Dan zal je nooit weten hoe dat huis er precies uitziet. Wel weet je hoe omringende huizen er uitzien. Idem dito met de Melkweg en sterrenstelsels aan de hemel. Een ander probleem is dat we de kern van de Melkweg niet zien omdat daar gas en stofwolken voor hangen.

Invloed

Dankzij infraroodwaarnemingen is inmiddels een beter beeld ontstaan van de Melkwegbalk. Deze blijkt met vijftienduizend lichtjaar langer te zijn dan werd gedacht. Ook concludeerden astronomen dat de positie van de balk in het Melkwegstelsel veel meer in de buurt van de zon ligt dan werd aangenomen. Het uiteinde van de balk is dus relatief dichtbij en heeft daardoor redelijk wat invloed op de beweging van de zon en naburige sterren.

Superdun

Wetenschappers van het Max Planck Institute for Extraterrestrial Physics hebben onlangs het complete binnengebied van de Melkweg in kaart gebracht. Zij concluderen dat de balk naar astronomische maatstaven bijzonder dun is. Hannelore Hämmerle van het Max Planck Institute für Astrophysik: ‘De nieuw ontdekte component is erg gecentreerd rond het vlak van de Melkweg’. Als je een denkbeeldige lijn trekt door het vlak van het sterrenstelsel wijkt de dikte van de balk daar volgens Hämmerle maar vijftien lichtjaar van af. ‘Astronomen noemen dat superdun.’

Jonge sterren

De balk is volgens de onderzoekers zo dun doordat hij bestaat uit relatief jonge sterren die nog dicht bij elkaar zitten. Hämmerle: ‘Jonge sterren in de balk werden een miljard jaar geleden geboren met relatief lage snelheden. Dat betekent dat ze in hun korte leven nog niet ver zijn afgedwaald van het deel van de schijf waar ze zijn geboren.’

Een blik op een stukje sterrenstelsel

Een sterrenstelsel van dichtbij zien? Dat kan, want we zitten er zelf in. Alle sterren die we aan de hemel zien, inclusief de zon, behoren tot ons eigen sterrenstelsel. De band met sterren die wij ’s nachts aan de hemel zien is een deel van de zijkant van de Melkweg. De afstand is zo groot dat de sterren op het oog samensmelten tot een band.
Omdat we de schijf die de Melkweg is van de zijkant zien, kunnen we zijn spiraalstructuur niet waarnemen. Een uitsnede van een foto van een ander sterrenstelsel dat we van de zijkant zien, zoals die door de Hubble ruimtetelescoop zijn gemaakt, ziet er nagenoeg vergelijkbaar uit. Je ziet een band van sterren en gasnevels met veel donkere tussengebieden die bestaan uit stofwolken.
De Hubblefoto’s zijn lang belicht en zodoende tonen ze de sterren en de donkere stofgebieden veel contrastrijker dan onze vage blote-oogwaarneming. Maar wie ervan droomt een sterrenstelsel van dichtbij te zien, werpen op een heldere nacht zijn blik omhoog. Geen sciencefictionproductie die tegen die werkelijkheid op kan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief. 

Lees ook: