Nijmegen (NL) – Met de officiële opening door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen herbergt Nijmegen nu een van de vier grootste magnetenlaboratoira ter wereld.


In het nieuwe magnetenlaboratorium in Nijmegen levert een krachtbron van twintig megawatt energie voor een enorm sterk magneetveld. Het HFML schaart zich onder de vier grootste magneetlaboratori ater wereld. In het laboratorium kunnen continue velden tot veertig tesla gedurende een aantal uren en gepulste velden tot tachtig tesla worden opgewekt.
Nijmegen had al een grote naam op het gebied van onderzoek met magneetvelden. Enkele jaren geleden verwierven de onderzoekers daar zelfs bekendheid toen ze een kikker lieten zweven in een magneetveld. Sterke magneten zijn een belangrijk hulpmiddel bij fundamenteel onderzoek. Materialen veranderen niet alleen onder invloed van hoge druk en temperatuur, maar ook door een magneetveld. Materie geeft vaak zijn fundamentele eigenschappen prijs onder extreme omstandigheden. Jaarlijks zullen naast de vaste stof zo'n zeventig onderzoekers uit de hele wereld in Nijmegen metingen uitvoeren met de hoogst mogelijke magneetvelden.
Extra interessant voor de onderzoekers is dat in het open hart in de kern van de Nijmeegse magneten elke gewenste temperatuur kan heersen, van het absolute nulpunt tot circa 275ºC. De druk kan oplopen tot 25.000 de atmosferische luchtdruk. Bovendien kunnen de zeer stabiele velden relatief snel en gemakkelijk worden veranderd. Door de speciale bouw van het laboratorium en de hoge kwaliteit van de energiebron hebben de magneetvelden nauwelijks last van mechanische trillingen of variatie in de stroom door de magneet. Daardoor worden ook experimenten bij zeer lage temperaturen of heel gevoelige elektrische metingen niet verstoord. Het laboratorium beschikt ook over NMR-faciliteiten en er zal samenwerking plaatsvinden met de Nijmeegse onderzoeksschool voor bestudering van moleculen en materialen en het in aanbouw zijnde NMR-laboratorium.
Gebouw en inrichting kosten samen 23 miljoen euro. Naast de Nijmeegse universiteit leverden – uit het budget van het ministerie via NWO – de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie, de provincie Gelderland en het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling de gelden voor de bouw van het laboratorium.

Erick Vermeulen