Twee onderzoekers zeggen dat ze kunnen bewijzen dat negentien objecten die rond de zon draaien afkomstig zijn uit een ander planetenstelsel. Als dit inderdaad zo is, dan komen interstellaire objecten in het zonnestelsel vaker voor dan gedacht.

Sterrenkundige Fathi Namouni van het Côte d’Azur-observatorium in Frankrijk en Helena Morais van de Universiteit van São Paulo in Brazilië simuleerden met een supercomputer hoe de banen van zogeheten centaurs zich hebben ontwikkeld sinds het ontstaan van het zonnestelsel. Centaurs zijn objecten die zich tussen Jupiter en Neptunus bevinden en zowel op kometen als planetoïden lijken.

De onderzoekers ontdekten dat de banen van zeventien van deze objecten zijn te verklaren als je ervan uitgaat dat ze gevangen zijn geraakt in een baan om de zon toen die nog erg jong was. Twee andere planetoïden die ergens voorbij Neptunus liggen, zogeheten transneptunische objecten (TNO’s), lijken een vergelijkbare herkomst te hebben.

Heino Falcke fotografeerde als eerste een zwart gat: ‘Nog mooier dan ik al die tijd had verwacht’
LEES OOK

Heino Falcke fotografeerde als eerste een zwart gat: ‘Nog mooier dan ik al die tijd had verwacht’

Heino Falcke, hoogleraar radioastronomie, maakte in 2019 de eerste foto van een zwart gat. Op dit moment doet hij onderzoek n ...

Schijf van stof en gas

‘We hebben hun beweging gereconstrueerd tot 4,5 miljard jaar geleden. Deze blijkt loodrecht op het vlak van het zonnestelsel te staan’, zegt Namouni. ‘Daardoor kunnen ze geen onderdeel van het zonnestelsel zijn geweest en moeten ze zijn ingevangen.’

De onderzoekers vermoeden dat de negentien objecten gevangen zijn geraakt in een periode dat de zon nog werd omringd door een protoplanetaire schijf van stof en gas. Dit materiaal kan inkomende objecten afkomstig van andere pasgeboren sterren in de omgeving hebben vertraagd. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de objecten in kwestie waarschijnlijk niet allemaal dezelfde oorsprong hebben.

Hoge snelheid

Tot nu toe waren er nog maar twee objecten in het zonnestelsel waarvan vaststaat dat ze van elders afkomstig zijn: de in 2017 ontdekte planetoïde ‘Oumuamua en de in 2019 geïdentificeerde komeet 2I/Borisov.

In 2018 claimden Namouni en Morais dat een ander object genaamd 2015 BZ509 óók van interstellaire oorsprong is. Deze ruimterots draait in tegenovergestelde richting rond de zon ten opzichte van de planeten. Er bestaat echter scepsis rondom deze vondst. De rots kan ook afkomstig zijn uit de Oortwolk aan de rand van het zonnestelsel.

Onderzoekers nemen aan dat er enorm veel interstellaire objecten door de Melkweg bewegen en dat er daarvan geregeld eentje door het zonnestelsel sjeest. Vanwege hun hoge snelheid hebben we echter maar weinig tijd om ze te bestuderen. Maar als een flink aantal van die objecten permanent rond de zon draait, dan geeft dat nieuwe onderzoeksmogelijkheden.

Stabiel of instabiel?

Astronoom Alan Fitzsimmons van de Queen’s Universiteit van Belfast in Noord-Ierland zegt dat de banen van de twee TNO’s weliswaar uit de interstellaire ruimte kunnen komen, maar dat hij dat in het geval van de centaurs zo net nog niet weet. ‘De meeste zitten in instabiele banen die het normaliter maar een paar miljoen jaar volhouden’, zegt hij. ‘Dat betekent dat het extreem onwaarschijnlijk is dat een van die centaurs zijn oorsprong vindt in de interstellaire wolk waaruit de zon is geboren.’

Planeetwetenschapper Kat Volk van de Universiteit van Arizona in de Verenigde Staten zegt dat het lastig is om de geschiedenis van specifieke objecten te achterhalen. ‘De hoek waaronder deze objecten staan, vormt een uitdaging voor modellen die het ontstaan en de evolutie van het zonnestelsel verklaren. Maar ik denk niet dat dit onderzoek overtuigend bewijst dat ze een interstellaire oorsprong hebben’, zegt ze.

Namouni zegt echter dat de banen die de centaurs beschrijven wel degelijk stabiel zijn. Hij is er rotsvast van overtuigd dat alle negentien objecten een interstellaire oorsprong hebben. ‘Zoals ik het zie, is die oorsprong nu bevestigd’, zegt hij. ‘Nu moeten we ze observeren en erachter proberen te komen of ze wel of niet lijken op planetoïden zoals die in het zonnestelsel.’