In de zoektocht naar ongeziene methaanuitstoot heeft het Nederlandse ruimte-instrument TROPOMI een grote vondst gedaan bij vier vuilnisbelten in Argentinië, India en Pakistan. De uitstoot van deze vier plekken is qua klimaatimpact vergelijkbaar met die van meer dan twee miljoen auto’s.

De vuilnisbelten in vier wereldsteden blijken gemiddeld twee keer zo veel methaan uit te stoten als verwacht op basis van eerdere berekeningen. Dat ontdekte het Nederlandse ruimte-instrument TROPOMI, dat speurt naar methaanlekken en andere grote vormen van uitstoot. Methaan is geurloos, kleurloos, en als broeikasgas op de lange termijn bijna dertig keer zo krachtig als CO2.

De vondsten werden gedaan bij stortplaatsen in het Argentijnse Buenos Aires, Delhi en Mumbai in India en het Pakistaanse Lahore. De vuilnisbelt in Buenos Aires stoot 28 ton methaan per uur uit. Dat is qua klimaatimpact vergelijkbaar met de uitstoot van anderhalf miljoen auto’s. De andere drie vuilnisbelten tikken samen ook nog eens bijna dezelfde impact aan als die van een miljoen auto’s. Deze informatie publiceerden de onderzoekers in Science Advances.

Het 'vijftigplusbuikje’ komt niet door een tragere stofwisseling
LEES OOK
Het 'vijftigplusbuikje’ komt niet door een tragere stofwisseling

Succesjaren

Het grotendeels Nederlandse ruimte-instrument, de TROPOspheric Monitoring Instrument (TROPOMI), ontdekte eerder al methaanlekken in Amerikaanse olievelden en bracht daarmee ongeziene uitstoot in beeld. ‘Maar ik heb nog nooit een instrument meegemaakt dat zo efficiënt te werk gaat en ook zo weinig degradatie (afname of verloren functionaliteit, red.) heeft’, zegt projectmanager en systeemingenieur Ruud Hoogeveen, die meewerkte aan het TROPOMI-project namens SRON, het Nederlands instituut voor ruimteonderzoek.

Tropomi
TROPOMI en de ESA-satelliet waarop hij gemonteerd zit (Sentinel-5 Precursor). Beeld: Wikimedia / SkywalkerPL / CC BY 3.0

De ESA-satelliet waar TROPOMI op gemonteerd zit bestaat uit onder andere de zonnepanelen, batterijen en communicatieapparatuur. Het onderste deel bevat de spectrometers van TROPOMI waar de metingen worden genomen. De ‘sneeuwschuiver’ onderop straalt warmte weg naar de ruimte. Hierdoor kan TROPOMI’s methaandetector functioneren op een temperatuur van ongeveer 144 Kelvin (zo’n 130 graden Celcius onder nul).

TROPOMI maakt baantjes om onze planeet, van Noordpool tot Zuidpool, op 824 kilometer hoogte. Hij kijkt naar beneden, naar een strook op aarde van 2600 kilometer breed. Deze verdeelt hij in zogeheten grondpixels van 7 bij 5,5 kilometer. ‘Dit is het eerste instrument waarmee we met redelijke resolutie iedere dag de gehele wereld in kaart kunnen brengen’, vertelt Bram Maasakkers, hoofdauteur van het onderzoek naar de vuilnisbelten.

Speurtechniek

Met een telescoop vangt TROPOMI licht op dat hij onderverdeelt in vier verschillende golflengtegebieden: uv, zichtbaar licht, nabij-infrarood en infrarood. Deze technieken zet hij niet alleen voor methaan in. Hij meet bijvoorbeeld ook ozon, stikstofdioxide en zwaveldioxide, om onder andere menselijke en natuurlijke uitstoot aan te tonen. Voor methaan zet het instrument de infrarood- en nabije-infraroodgebieden in.

Ieder gas absorbeert licht van specifieke golflengten. Met een spectrometer kun je vervolgens het licht meten dat een gas heeft geabsorbeerd. Met die unieke kleurabsorptie kun je bepalen welk gas het is. Het gas heeft dan eigenlijk een unieke ‘streepjescode’ of ‘vingerafdruk’.

Zodra de onderzoekers uit deze data opmaken dat er uit bepaalde gebieden een verhoogde uitstoot komt, sturen ze de Canadese satelliet GHGSat erop af. Deze maakt ook rondjes om de aarde en kan dus alle plekken vrijwel iedere dag in kaart brengen. GHGSat zoomt vervolgens in op het gebied waar TROPOMI een waarneming heeft gedaan, om heel nauwkeurig te kunnen bepalen waar het methaan vandaan komt. ‘Je kunt niet de hele aarde bekijken en dan ook nog eens met een vergrootglas te werk gaan. Daar hebben we dus de Canadese satelliet voor’, zegt Hoogeveen.

Een oplossing bieden

Nu deze vondsten op tafel liggen, is het wel de vraag wat ermee gaat gebeuren. Volgens Maasakkers is het ‘laaghangend fruit’ in de aanpak van de uitstoot van methaan. De steden zouden een aantal dingen kunnen doen, zegt hij: ‘Allereerst kun je de productie van organisch afval verminderen, het scheiden of composteren.’ Op deze manier komt er veel minder methaan in de atmosfeer terecht.

‘En als je het afval toch mixt, kun je het nog opvangen en affakkelen of zelfs nuttig gebruiken voor bijvoorbeeld je cv-ketel of gasfornuis’, vervolgt Maasakkers. Deze apparaten verbranden namelijk aardgas, dat voornamelijk uit methaan bestaat. ‘Dan zou het zelfs commercieel ingezet kunnen worden’, vult Hoogeveen aan.