Leeuwen die een neusspray met oxytocine toegediend krijgen zijn plots toleranter tegenover soortgenoten, blijkt uit een studie. Kennismakingen tussen leeuwen in opvangcentra kunnen hierdoor mogelijk minder agressief verlopen.

Oxytocine, ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd, is een lichaamseigen stofje dat onder meer vrijkomt bij knuffelen en vrijen. Eerdere studies bij mensen en andere zoogdieren lieten zien dat zij zich socialer gedragen en minder angst en stress ervaren nadat ze een verhoogde dosis oxytocine hebben binnengekregen, bijvoorbeeld via een neusspray.

De precieze effecten verschillen echter per diersoort en situatie. Een Amerikaans onderzoeksteam was benieuwd naar de effecten van een oxytocinebehandeling op Afrikaanse leeuwen. Ontmoetingen tussen onbekende exemplaren van deze soort kunnen namelijk nogal gewelddadig verlopen, met soms een dodelijke afloop.

‘Er is heel lang verkeerd naar een alzheimermedicijn gezocht’
LEES OOK
‘Er is heel lang verkeerd naar een alzheimermedicijn gezocht’

Gevaarlijke ontmoetingen

Hoewel die agressie in het wild van pas komt, bijvoorbeeld bij het beschermen van het territorium, is deze woeste eigenschap minder handig voor natuurbeschermers. Uitdijende Afrikaanse steden dringen alsmaar verder het leefgebied van de leeuw binnen. Om gevaarlijke ontmoetingen met mensen te voorkomen, worden steeds meer leeuwen naar omheinde reservaten verplaatst. Hier komen echter regelmatig individuen uit verschillende troepen bij elkaar terecht, wat voor de nodige opschudding kan zorgen.

Vandaar de vraag: kan een dosis knuffelhormoon zulke ontmoetingen iets gemoedelijker laten verlopen? Dat onderzocht het team bij 23 leeuwen in een Zuid-Afrikaans reservaat.

Volledig ontspannen

Met een stuk vlees werden de dieren naar de omheining gelokt, waar een onderzoeker een spray met oxytocine in hun neuzen spoot. Het team vergeleek vervolgens hun gedrag met situaties waarin de katachtigen geen behandeling of een neusspray zónder oxytocine toegediend kregen.

Het knuffelhormoon bleek een duidelijk effect te hebben op de leeuwen. ‘Je ziet hun gelaatstrekken onmiddellijk verzachten, de gezichtsuitdrukking gaat van rimpelig en agressief naar totaal kalm’, zegt bioloog Jessica Burkhart van de Universiteit van Minnesota, die het onderzoek leidde. ‘Ze ontspannen volledig. Het is verbluffend.’

Zo zagen de onderzoekers ook dat de leeuwen zich toleranter opstelden tegenover soortgenoten in hun omgeving. Deze mochten dichter in de buurt van hun favoriete speeltje – een pompoen – komen: waar de gemiddelde afstand tussen de dieren zonder behandeling zeven meter was, halveerde deze bijna na toediening van de neusspray.

Luidruchtig terugbrullen

Overigens was er geen toegenomen tolerantie te bespeuren als er voedsel op het spel stond. Knuffelhormoon of niet, bij een lekkernij mochten soortgenoten geen centimeter dichterbij komen. Wel was er een kleine afname te zien in het aantal opstootjes tijdens de maaltijd: het aantal leeuwen dat agressief verdrag vertoonde ging van 31 procent naar een kwart.

Daarnaast bleken de leeuwen na een oxytocinebehandeling minder alert op mogelijke indringers in hun territorium. Wanneer het team geluidsfragmenten met het gebrul van onbekende soortgenoten afspeelden, lieten de leeuwen niets van zich horen. Terwijl de reactie normaal vrijwel altijd is: luidruchtig terugbrullen. Bovendien meenden de onderzoekers te zien dat de houding van de dieren relaxter was, terwijl ze zonder het inademen van de neusspray zichtbaar geagiteerd reageerden op onbekend gebrul. Die verandering was echter lastig in meetbare getallen uit te drukken.

Succesvollere kennismaking

Met name de reactie op het geluid van onbekende soortgenoten is een bemoedigend resultaat, aangezien sommige studies bij andere dieren – waaronder mensen – tonen dat hogere concentraties oxytocine ook gepaard kunnen gaan met meer agressie of afgunst tegenover buitenstaanders.

Voor de leeuwen lijkt dus het tegenovergestelde het geval. Dat betekent dat een behandeling met oxytocine mogelijk van pas komt bij toekomstige verplaatsingen van individuen naar wildreservaten, zeggen de onderzoekers. ‘De hoop is dat dit hen helpt om beter gewend te raken aan hun nieuwe sociale omgeving’, zegt Burkhart. ‘Als ze nieuwsgieriger en minder angstig zijn, kan dat tot succesvollere binding met soortgenoten leiden.’