Octopussen zijn zeer intelligent. Ze kunnen spelen, voorwerpen hanteren en vooruitdenken. Het zal je dus niet verbazen dat ze een groot brein hebben. Ontwikkelingsbioloog Eve Seuntjens van de KU Leuven ontdekte met haar team dat het octopusbrein bovendien een verrassend bonte mix aan hersencellen omvat.

Waaruit blijkt de intelligentie van octopussen?

‘Ze kunnen puzzels oplossen, zoals het opendraaien van een pot met schroefdeksel. Ze kunnen werktuigen gebruiken, en op voorhand inschatten welk werktuig ze ergens anders nodig hebben, zodat ze dat meenemen. Als ze op jacht gaan, weten ze waar ze moeten zijn, en ze kunnen daarna een kortere weg terug naar huis nemen. Ze bouwen ook sociale relaties op met vissen, om samen te jagen.

Eve Seuntjens is hoogleraar dierenfysiologie en neurobiologie aan de KU Leuven.

Zeekatten, een andere inktvissoort, slagen zelfs voor de marshmallow-test. Dat is een zelfbeheersingstest. Je geeft bijvoorbeeld een kleuter een marshmallow en zegt: “Als je een halfuur wacht met eten, krijg je er twee”. Zeekatten tonen genoeg zelfbeheersing en inzicht om te wachten op een grotere beloning.’

‘Het maken van leven is niets mystieks’
LEES OOK

‘Het maken van leven is niets mystieks’

De Groningse hoogleraar Sijbren Otto probeert met zijn groep moleculen in een kolfje tot leven te wekken. En dat lukt vrij aardig.

Wat hebben jullie ontdekt over de hersenen van octopussen?

‘Hun hersenen zijn niet alleen groter, ze hebben ook veel meer verschillende hersencellen dan andere weekdieren en ongewervelden. Qua complexiteit van de hersenen staan ze in de evolutionaire boom, in de tak van de ongewervelden, op een plek die vergelijkbaar is met die van primaten en mensen in de tak van de gewervelden. Ze hebben een half miljard zenuwcellen in hun lichaam. Dat komt ongeveer overeen met de omvang van de hersenen van een klein aapje.’

Hoe hebben jullie dat gevonden?

‘Wij hebben octopussen onderzocht die net uit het ei gekomen waren. Dan zijn ze ongeveer zo groot als een fruitvliegje, en hebben ze nog een andere levensstijl dan de volwassen dieren. Ze hebben zulke korte armpjes dat ze nog niet kunnen rondkruipen over de bodem. We zagen in die jonge hersenen al een verrassend grote diversiteit aan typen hersencellen. Het is nog lastig om al die cellen te classificeren, omdat er nauwelijks kennis is over de verschillende soorten hersencellen van inktvissen.’

Houdt die hersenceldiversiteit verband met hun intelligentie?

‘Ja, dat denk ik absoluut.’

Hebben octopushersenen een grotere diversiteit dan de hersenen van gewervelden?

‘Dat kunnen we nog niet zeggen, omdat er bij gewervelde dieren, zoals mensen en muizen, vooral onderzoek is gedaan naar celdiversiteit in de hersenschors. Dat is het deel dat evolutionair gezien enorm is gegroeid, en waar ons hogere-orde-denken aan gelinkt is. In vergelijking daarme is er meer diversiteit bij octopussen, maar als je naar onze volledige hersenen zou kijken, denk ik dat er bij ons in totaal niet minder diversiteit is.’

Wat maakt octopushersenen zo interessant?

‘Als we het octopusbrein beter begrijpen, kunnen we het vergelijken met andere ongewervelde dieren om te onderzoeken wat er zo speciaal is aan octopussen. En we kunnen het vergelijken met ons eigen brein.

Octopussen staan evolutionair ver van ons af. Onze gemeenschappelijke voorouder leefde zo’n 600 miljoen jaar geleden. Hun complexe zenuwstelsel is dus bijna volledig onafhankelijk ontstaan.
Dat maakt het ideaal om te zoeken naar verschillen en overeenkomsten: wat is belangrijk of zelfs essentieel voor de ontwikkeling van complexe hersenen? Het biedt ook een andere kijk op intelligentie: niet vanuit de mens. Begrijpen hoe dieren denken en de wereld waarnemen, is onder meer belangrijk om ze te beschermen.’