Natuurkundige Peter Higgs is op 94-jarige leeftijd overleden. Higgs bedacht dat er een deeltje moest zijn dat alle andere deeltjes massa geeft. Dit zogeheten higgsboson werd in 2012 ontdekt met de deeltjesversneller van CERN, de Large Hadron Collider.

Natuurkundige Peter Higgs is op 8 april gestorven in zijn huis in Edinburgh, in het Verenigd Koninkrijk, na een kort ziekbed. Higgs’ werk, dat verklaart hoe elementaire deeltjes aan hun massa komen, leverde hem in 2013 de Nobelprijs voor de Natuurkunde op. Het vormt een belangrijke hoeksteen van het standaardmodel van de deeltjesfysica.

God-deeltje

De doorbraak van Higgs vond plaats in 1964, toen hij als docent werkte aan de Universiteit van Edinburgh. Hij voorspelde toen het bestaan van een veld dat overal in het universum te vinden is en dat deeltjes vlak na de oerknal massa toekende. Dit veld gaat gepaard met een eigen deeltje, dat later de naam higgsboson kreeg. Higgs ontwikkelde zijn theorie onafhankelijk van de Belgische natuurkundigen François Englert en Robert Brout, die enkele weken eerder eveneens het bestaan van een dergelijk veld en deeltje hadden voorspeld.

Deeltjesfysicus Dylan van Arneman: ‘Ik ben op zoek naar iets wat misschien niet bestaat’
LEES OOK

Deeltjesfysicus Dylan van Arneman: ‘Ik ben op zoek naar iets wat misschien niet bestaat’

Dylan van Arneman verruilt een paar keer per jaar zijn werkkamer op het Science Park in de Watergraafsmeer voor de ondergrond ...

De theorie van het higgsdeeltje had een grote impact op de wereld van de fysica. Het werd gezien als de belangrijkste voorspelling van het standaardmodel van de deeltjesfysica: als dit deeltje gevonden werd, zou dat bevestigen dat een groot deel van het model klopt. Het higgsdeeltje kreeg daarop de bijnaam ‘god-deeltje’, wat Higgs zelf ‘een ongelukkige vermenging van theoretische natuurkunde met slechte theologie’ noemde in een interview met de Britse New Scientist in 2017.

Peter Higgs in 2013, bij de persconferentie voor Nobellaureaten. Beeld: Wikimedia Commons/Bengt Nyman/CC BY 2.0.

Na jaren zoeken werd het higgsboson in 2012 ontdekt in het deeltjesfysicalaboratorium CERN in Zwitserland. Een jaar later ontving Higgs de Nobelprijs. Daarnaast schreef hij een lange reeks andere prijzen en onderscheidingen op zijn naam.

Onzekere tijden

De ontdekking van het higgsboson wordt vaak gezien als het belangrijkste werk van de deeltjesversneller van CERN, de Large Hadron Collider. Het luidde ook een spannende tijd in de deeltjesfysica in. Wat is de volgende stap nu alle deeltjes die het standaardmodel voorspelt zijn gevonden?

Higgs hoopte zelf dat we versnellers kunnen gaan gebruiken om de deeltjesfysica te verenigen met de kosmologie, het vakgebied dat onderzoekt hoe het heelal is ontstaan en gegroeid. Ook zou deeltjesversnelleronderzoek licht kunnen werpen op het mysterie van donkere materie. Vooralsnog is dat niet gebeurd.

Supersymmetrisch universum

Na zijn pensionering in 1996 bleef Higgs natuurkundeconferenties bijwonen en samenwerken met collega’s en studenten. Hij sprak vaak over supersymmetrie, een theorie waarin elk bekend deeltje een overeenkomstige partner heeft, die slechts afwijkt in zijn ‘spin’ (een soort draaiing in het deeltje). Als we inderdaad in een supersymmetrisch universum leven, zijn er nog veel meer deeltjes te ontdekken.