‘IJsbeer in gevaar door industrieel gif’, kopten de media onlangs. Maar het onderzoek waaruit zou blijken dat ijsberen lijden onder gifstoffen, deugt van geen kanten, betoogt bioloog Hans Wolkers.


Het voortbestaan van de ijsbeer komt door chemische verontreinigingen, zoals PCB's en pesticiden, in gevaar, concludeert de Deense dierenarts en onderzoeker Christian Sonne Hansen. Hij publiceerde zijn bevindingen onlangs in een uitgebreid overzichtsartikel in het tijdschrift Environment International, waarna diverse media Sonnes verontrustende conclusie onder de aandacht brachten.

Er is echter nogal wat af te dingen op de dramatische conclusies van Sonne Hansen. Veel van de gezondheidseffecten die hij vond, en volgens hem correleren met verontreinigingsniveaus in ijsberen, blijken marginaal te zijn. Wat dit betekent voor de overleving van de witte reuzen is totaal onbekend. De suggestie dat de gifstoffen hier invloed op zouden hebben is erg speculatief en wordt niet onderbouwd door feiten. Sonne Hansen onderkent terecht de beperkingen van de verbanden die hij vond: ze bewijzen niet dat de afwijkingen veroorzaakt zijn door de chemische verontreinigingen.

‘Wat mensen allang vergeten zijn, staat nog geschreven in bomen’
LEES OOK

‘Wat mensen allang vergeten zijn, staat nog geschreven in bomen’

Met haar boomboor onderzoekt Valerie Trouet woudreuzen en reconstrueert ze wat die allemaal hebben meegemaakt.

Om wel een direct verband tussen verontreinigingen en effecten in pooldieren aan te tonen, verwijst Sonne Hansen onder meer naar een experimentele studie waarbij poolvossen werden blootgesteld aan verontreinigd voedsel. Naast deze ‘vuile vossen’ was er ook een controlegroep van ‘schone vossen’, die voedsel zonder verontreinigingen kreeg. Ook lieten de onderzoekers de dieren voor langere tijd vasten, zodat de vetvoorraden werden aangesproken. Tijdens het vasten komen de in het vet geaccumuleerde verontreinigingen vrij in het lichaam, met alle mogelijk schadelijke gevolgen van dien. Zo’n situatie zou zich in ijsberen kunnen voordoen als ze door gebrek aan ijs lang moeten vasten. Ondergetekende was nauw betrokken bij het ontwerp en de uitvoering van het poolvossenexperiment.

Poolvosgegevens
Ondanks de forse dosis chemicaliën die ‘vuile vossen’ binnenkregen en het aanzienlijke vetverlies tijdens het vasten, bleken de negatieve effecten ver beneden de verwachting. De organen van zowel de ‘vuile’ als de ’schone vossen’ bleken minimale pathologische afwijkingen te hebben, hoewel dit iets meer voorkwam bij de ‘vuile vossen’. Ook hormoon- en vitamineconcentraties in het bloed bleken niet of nauwelijks te verschillen tussen tussen ‘vuile’ en ‘schone’ vossen. Alleen enkele leverenzymen, betrokken bij de afbraak van verontreinigingen, waren licht waren verhoogd bij de ‘vuile vossen’.

In zijn overzichtsartikel put Sonne Hansen nagenoeg alleen uit zijn eigen onderzoek. Daarnaast gebruikt hij ongepubliceerde gegevens en resultaten van andere teameden zonder toestemming en op onjuist wijze: hij gooit namelijk ‘vuile’ en ‘schone vossen’ op één hoop. Lisa Helgason, promovendus ecotoxicologie bij het Noors Poolinstituut in Noorwegen, had gepland de poolvosgegevens te gebruiken in een artikel voor haar proefschrift. Ze is furieus over Sonne Hansens handelswijze. “Hij heeft de gegevens gewoon gepikt”, stelt ze. “Daarnaast zijn de conclusies zwaar overdreven. Hij blaast marginale resultaten op tot irreële proporties.”

Stemmingmakerij
Er zijn opvallend weinig studies die effecten van chemische verontreinigingen in pooldieren overtuigend aantonen. Als er al sprake is van enig effect, dan is volstrekt onduidelijk wat de consequenties zijn voor de overleving en voortplanting van het betreffende dier, laat staan van de soort.

Essentieel is dat Sonne Hansen voor het gemak vergeet te vermelden dat verreweg de meeste stoffen die hij in zijn overzichtsartikelartikel bespreekt niet meer, of slechts beperkt, geproduceerd of gebruikt mogen worden. PCB’s en de meeste gechloreerde pesticiden zijn al langere tijd verboden in Europa en Noord-Amerika, terwijl enige jaren geleden ook de productie en het gebruik van gebromeerde vlamvertragers werd beperkt. Hierdoor neemt de blootstelling in ijsberen af en zullen eventuele effecten van deze stoffen alleen maar minder worden. In dat opzicht ziet de toekomst voor de witte beer er rooskleurig uit.

In historisch perspectief is het ook onwaarschijnlijk dat PCB’s en aanverwante stoffen de overleving van de ijsbeer in gevaar brengen. In de jaren zeventig en tachtig was de vervuiling van ijsberen namelijk op zijn top. Op datzelfde moment werd de jacht aan banden gelegd. De ijsberenpopulatie kon zich gaan herstellen van de overbejaging en ondanks de vervuiling groeide de populatie gestaag. Dit geeft al aan dat als er al effecten zijn, dit zelfs bij hoge verontreinigingsniveaus blijkbaar niet substantieel ten koste gaat van de voortplanting. Hetzelfde zie je bij orca’s in Noorwegen. Dit zijn de meest vervuilde dieren van de Europese pool. Desondanks is de populatie stabiel en planten de dieren zich normaal voort.

Het heeft er alle schijn van dat, nu het arctisch milieu steeds schoner wordt, sommige onderzoekers volhouden dat het ‘slecht gaat’ en zich verlagen tot ongefundeerde stemmingmakerij. Wellicht dat het veiligstellen van onderzoeksgelden een van de motieven is.

Hans Wolkers