Amsterdam (NL) – Conserveringsmiddelen moeten de aftakeling van op PUR-schuim gebaseerde kunstwerken een halt toeroepen.


Wie ooit zijn spouwmuren gevuld heeft met polyurethaanschuim – kortweg ‘PUR’ – kent de uitzonderlijke eigenschappen van dit materiaal. Kunstenaars ontdekten dan ook snel uitdagender toepassingen waarbij ze dankbaar gebruik maken van de goede spuitbaarheid, het geringe gewicht en de zeer grote flexibiliteit van het schuim.
Helaas tasten temperatuurschommelingen, licht en vocht het schuim aan waardoor het na verloop van tijd zijn flexibiliteit verliest en uiteindelijk verkruimelt. De eerste PUR-kunstwerken zijn inmiddels dertig tot veertig jaar oud en krijgen steeds meer te kampen met deze vorm van verval.
Wetenschappers van het Instituut Collectie Nederland zoeken naarstig naar geschikte conserveringsmiddelen om de aftakeling van de kunstwerken tegen te gaan. Natuurwetenschappers, restaurateurs en kunsthistorici ontwierpen samen een test waarmee ze de veroudering versneld nabootsen. Ze behandelen blokjes PUR-schuim met experimentele conserveringsmiddelen en plaatsen deze in een zogenaamde ‘verouderingskast’. De veroudering verloopt zeer snel – enkele weken in plaats van tientallen jaren – door de extreme condities in deze klimaatkast.
De onderzoekers ontdekten dat de aard van het schuim een grote rol speelt bij de keuze van de juiste conserveringsmethode. Er bestaan twee soorten PUR-schuim: polyesterurethanen en polyetherurethanen. De eerste schuimsoort is vooral gevoelig voor veroudering door hydrolyse onder invloed van temperatuurschommelingen en vocht. Polyetherurethanen zijn daarentegen prima bestand tegen vocht, maar erg gevoelig voor oxidatieprocessen onder invloed van licht. Terwijl de eerstgenoemde schuimsoort baat heeft bij een beschermende coating, heeft de ander een behandeling met anti-oxidanten nodig. In de korte laboratoriumproeven werken deze conserveringsmethoden goed, maar het is nog niet bekend hoe lang ze in de praktijk effectief zijn.

Mirjam Leunissen