Voor iedereen die denkt dat uitsluitend onder de rivieren met de zachte g wordt gesproken: u heeft het mis. Ook Amsterdammers spraken vroeger met de g die we tegenwoordig alleen nog in het zuiden kennen. Dat stelt taalkundige Marc van Oostendorp.

De onderzoeker, die is verbonden aan het Meertens Instituut, legt in een filmpje op YouTube uit hoe hij tot die conclusie is gekomen.

Marc-van-Oostendorp
De zachte g is gaandeweg vervangen door een harde, stelt Marc van Oostendorp

‘De g komt van woorden als goal en gut. Die maak je met de achterkant van je tong bij je harde verhemelte. Net zoals de zachte g, die ligt daar dichter in de buurt. De harde g zit meer achter in de mond, bijna in de keel’, aldus Van Oostendorp.

Kunnen ­gedachten de bron zijn van fysieke klachten?
LEES OOK

Kunnen ­gedachten de bron zijn van fysieke klachten?

Sebastiaan van de Water zocht uit hoe wetenschappers het nocebo-effect proberen te begrijpen en onder de duim proberen te houden.

Volgens de taalkundige is het aannemelijk dat men vroeger van de g zoals in ‘goal’ en ‘gut’ is overgestapt naar de zachte g, omdat dat het dichtst bij elkaar in de buurt ligt. Daarna is langzaam maar zeker de harde g, waar Amsterdammers nu zo trots op zijn, erin geslopen.

Bekijk hier de argumenten van taalkundige Marc van Oostendorp

Lees ook: