Wetenschappers van de Universiteit Twente zijn erin geslaagd om op dezelfde manier als het natuurlijke fotosynthesesysteem licht te transporteren.

Van geïsoleerde eiwitten uit bacteriën hebben ze dunne draden gemaakt waarin licht zo’n 1,5 µm blijkt af te leggen. De onderzoekers hopen deze op termijn te kunnen gebruiken voor het verbeteren van zonnecellen.

De nanotechnologen van het onderzoeksinstituut Mesa+ gebruiken de eiwitten die in bacteriën zorgen voor het transport van zonlicht naar de plaats waar de zonne-energie wordt opgeslagen. Ze leggen deze neer in een lijntje van 80 nm breed en enkele micrometers lang. Door een laserstraal op één punt op de lijn te focusseren, gaat het licht door het draadje lopen. Dankzij een waterval aan fluorescentieprocessen plant het zich voort van molecuul naar molecuul. Imperfecties in het materiaal, opwarming en ongewenste interacties zorgen ervoor dat het licht steeds zwakker wordt, totdat het uiteindelijk uitdooft.

De natuur op de schop
LEES OOK
De natuur op de schop

Tot verrassing van de onderzoekers komt het licht in het experiment zo’n 1,5 µm ver, dertig keer verder dan in de natuur. Hoe dat precies werkt, is nog niet geheel duidelijk, geeft prof.dr. Vinod Subramaniam toe. Maar het schept veel nieuwe mogelijkheden. ‘Bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van heel nieuwe zonnecelconcepten, geïnspireerd door de natuur. Het blad van een boom is ook een zonnecel, maar wel één die miljarden jaren heeft kunnen evolueren. Daar kunnen we veel van leren.’