Dit jaar zijn er in Congo vermoedelijk 120 mensen overleden aan de apenpokken. De schadelijke Clade I-stam is waarschijnlijk de oorzaak. Deskundigen vrezen dat die de mildere Clade II-stam achterna gaat en zich over de hele wereld zal verspreiden.

Het apenpokkenvirus, dat zich dit jaar over de hele wereld verspreidde, is al in meer dan honderd landen opgedoken. De nieuwe uitbraak is de eerste waarbij ook doden zijn gevallen buiten Afrika, waar de ziekte al langer heerst. Het officiële dodental staat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO op 26, maar sterfgevallen in landen waar weinig testlaboratoria beschikbaar zijn, zijn hierin niet meegeteld.

Afrikaanse besmettingen

Volgens de tellingen van getroffen landen zelf gaat de Democratische Republiek Congo het zwaarst onder de ellende gebukt. Van 1 januari tot 21 september 2022 rapporteerde dat land 120 sterfgevallen. Volgens de WHO zijn alle slachtoffers in Congo waarschijnlijk overleden aan de Clade I-stam van het apenpokkenvirus, die eerder bekendstond als de Congobekken-stam. De mildere Clade II-stam, die voorheen de West-Afrikaanse stam heette, begon zich eerder dit jaar over de hele wereld te verspreiden. Clade I heeft een sterftecijfer van 10,6 procent, terwijl Clade II in 3,6 procent van de gevallen tot de dood leidt.

De feiten en mythen over eieren eten
LEES OOK
De feiten en mythen over eieren eten

De Clade I-stam is pas één keer eerder opgedoken in een land waar het virus nog niet eerder voorkwam: in 2005 verscheen hij in Zuid-Soedan. Maar hoe langer deze variant in Congo rondgaat, hoe groter het risico dat ook deze virusstam zich over de wereld gaat verspreiden. ‘Dat is zeker mogelijk, gezien het gemak waarmee we de wereld rondreizen’, zegt immunoloog Stuart Isaacs, verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania.

Het virus plant zichzelf voort tijdens zijn verspreiding, waarbij mutaties optreden. ‘Het apenpokkenvirus kan steeds verder muteren en is daardoor beter in staat om andere mensen te besmetten’, zegt epidemioloog Anne Rimoin van de Universiteit van Californië in Los Angeles.

Vaccinatie tegen het virus

Het is onduidelijk of het hoge aantal doden in Congo te wijten is aan het hoge sterftecijfer van de Clade I-stam, of aan de gebrekkige gezondheidszorg van het Afrikaanse land vergeleken met de rest van het continent. Dat zegt epidemioloog Andrea McCollum van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in de Verenigde Staten. Volgens de WHO heeft Congo dit jaar geen enkel vaccin tegen apenpokken ontvangen, behalve doses die voor klinische testen waren bedoeld. Dat geldt ook voor andere Afrikaanse landen.

In Europa is het Jynneos-vaccin (ook bekend als Imvanex en Imvamune) goedgekeurd tegen apenpokken en de gewone pokken bij mensen van 18 jaar en ouder. In Nederland zijn 70.000 vaccins ter beschikking gesteld.

De regering van Congo probeert de uitbraak van het virus te beperken door besmette mensen op te sporen en te isoleren. Volgens viroloog Mario Stevenson, verbonden aan de Universiteit van Miami in Florida, is dit echter niet genoeg om de ziekte te stoppen.

Verspreiding

Hoewel alles erop duidt dat Congo het epicentrum is van een bijzonder ernstige apenpokkenuitbraak, is de echte belasting van het virus in dat land nog onduidelijk. ‘We hebben niet de capaciteit om overal te surveilleren’, zegt Rimoin. ‘Zeker in de afgelegen gebieden van Congo, waar de meeste besmettingen plaatsvinden, kunnen we geen laboratoriumonderzoeken doen.’

In mei maakte de WHO bekend dat de wereldwijde uitbraak vooral plaatsvindt onder mannen die seks hebben met mannen. ‘Het is op dit moment nog onduidelijk welk deel van de verspreiding in Afrika [inclusief Congo] plaatsvindt onder mannen die seks hebben met mannen’, zegt McCollum. De stigmatisering van homoseksualiteit in veel van de getroffen landen in Afrika, zoals Congo, maakt het moeilijk om het verspreidingspatroon van het virus in kaart te brengen, voegt ze toe.

De oorzaak van de wereldwijde verspreiding van de Clade II-stam eerder dit jaar is nog niet opgehelderd. Volgens Stevenson kan dit liggen aan de mutaties van het virus, zodat het zich makkelijker verspreidt, maar het kan net zo goed domme pech zijn.

‘We weten wel dat apenpokken een groot probleem is in Congo, en we brengen onszelf alleen maar in gevaar als we dit blijven negeren’, zegt Rimoin. ‘Ik denk dat we wereldwijd een kortetermijngeheugen hebben. We moeten onszelf eraan herinneren dat een infectie op één plek de potentie heeft om een infectie op wereldwijde schaal te worden.’