De Vlaamse omroep VRT heeft in haar archief een twintig minuten durend interview met de Belgische kosmoloog en priester Georges Lemaître teruggevonden. Dit interview met de grondlegger van de oerknaltheorie werd decennialang verloren gewaand.

Georges Lemaître bracht in in 1931 als eerste de stelling naar voren dat het heelal een begin had. Sinds dat moment zou het heelal uitdijen en alsmaar groter worden. Met deze oerknaltheorie ging hij in tegen de destijds heersende wetenschappelijke opvattingen over een statisch heelal.

Verloren gewaand

In 1964 interviewde BRT, de voorloper van VRT, deze grondlegger van de oerknaltheorie. Van dat interview leek enkel een kort fragment van ongeveer een minuut over te zijn gebleven. De rest van het gesprek zou verloren zijn gegaan.

‘Ik maak me al twintig jaar hard voor een telescoop op de maan’
LEES OOK

‘Ik maak me al twintig jaar hard voor een telescoop op de maan’

Minimaal duizend antennes wil Marc Klein Wolt op de achterkant van de maan gaan zetten. Die moeten meer licht gaan werpen op ...

Nu blijkt dat toch niet het geval. Het hele twintig minuten durende interview is teruggevonden in het VRT-archief. Het kwam boven water tijdens het digitaliseren van oude filmrollen. Dat het bij eerdere zoektochten niet gevonden was, komt doordat de opname verkeerd was gecategoriseerd en de naam van Lemaître verkeerd was gespeld, meldt VRT.

Beeld uit het interview met BRT Beeld: VRT

Standvastig Heelal

In het interview vertelt Lemaître hoe het idee van een oerknal voorkwam uit de ontdekking dat het heelal uitdijt. ‘Voordien had men gedacht dat het heelal statisch, onveranderlijk was’, vertelt hij. Hij benadrukt dat het idee van een statisch heelal een ‘vooropgezet idee’ was, dat niet stoelde op observaties.

Lemaître legt uit hoe die uitdijing er volgens hem op wijst dat het heelal ontstaan moet zijn vanuit één primitief atoom: ‘alle materie had de vorm van één atoom’. Als iets door uitdijing steeds groter wordt, dan moet het immers ooit veel kleiner geweest zijn. De ‘desintegratie’, of explosie, daarvan zou geresulteerd hebben in ‘een uitdijend heelal gevuld met plasma’s en energiestralen in alle richtingen’.

Einstein draait bij

Hij slaat met dat idee een compleet andere richting in dan andere wetenschappers uit die tijd, zoals Albert Einstein en de Britse kosmoloog Fred Hoyle. Die blijven vasthouden aan een ‘standvastig heelal’, dat weliswaar uitdijt maar geen begin kent. Lemaître richt zich tijdens het gesprek vooral op de steady-state-theorie van Hoyle. Volgens die theorie was het heelal er altijd al en zal het altijd blijven uitdijen.

Hoyle was overigens degene die als eerste, in een interview met BBC Radio, de term ‘big bang’ (oerknal) gebruikte. Hij bedoelde het spottend, maar de term is blijven hangen. Na verloop van tijd draaien de meeste wetenschappers, waaronder Einstein, bij en wordt de oerknaltheorie breder geaccepteerd. Al duurt het tot de ontdekking van de kosmische achtergrondstraling in 1965, een jaar voor de dood van Lemaître, totdat er onmiskenbaar bewijsmateriaal is.

God en de oerknal

De laatste zeven minuten van het interview gaan over hoe Lemaître zijn werk aan de oerknaltheorie verenigt met zijn geloof en zijn werk als priester en voorzitter van de Pauselijke Academie voor Wetenschappen. Hij formuleert zijn gedachten hierover zorgvuldig, en houdt God buiten de oerknal. Er is volgens Lemaître geen verband tussen het begin van het heelal en het theologische idee van de schepping. Hij omschrijft dat de oerknal geen oorzaak – en dus ook geen God – nodig had. Lachend besluit Lemaître het interview met: ‘[God] is niet de uurwerkmaker van Voltaire die af en toe Zijn uurwerk opwindt.’

Het interview is hier te vinden op het YouTubekanaal van VRT.