Heb je wel eens geprobeerd jezelf te kietelen? Lastig, maar waarom eigenlijk? Uit een onderzoek van de universiteit van Linköping in Zweden blijkt dat ons brein de tastzin in onze huid vermindert wanneer we onszelf aanraken. Omdat een aanraking van onszelf ongevaarlijk is, hoeft ons brein niet alert te zijn.

De wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar hoe verschillende delen van ons zenuwstelsel onderscheid maken tussen aanrakingen van onszelf en aanrakingen van een ander. Ze komen tot de conclusie dat de hersenen de tastzin verminderen wanneer iemand zichzelf aanraakt, in tegenstelling tot wanneer iemand door een ander wordt aangeraakt. Het resultaat helpt om beter te begrijpen hoe het brein een zelfbewustzijn vormt en zo een onderscheid maakt tussen het eigen lichaam en dat van de ander.

Op zoek naar de hoplossing
LEES OOK
Op zoek naar de hoplossing

Hersenactiviteit

Onze hersenen bevatten zenuwcellen, neuronen, die via lange uitlopers in het ruggenmerg de rest van het lichaam bereiken. Tijdens een aanraking merkt een sensorische receptor in de huid een prikkel waar. Vervolgens stuurt hij een signaal via de neuronen naar het ruggenmerg. De prikkel wordt via het ruggenmerg naar de hersenen gebracht, waardoor we ons er bewust van worden.

De wetenschappers onderzochten de hersenactiviteit van proefpersonen bij een aanraking door middel van een fMRI-scan. Deze scan bepaalt de activiteit op verschillende plaatsen in de hersenen. De proefpersoon werd gevraagd zichzelf aan te raken of er werd hen verteld dat de onderzoeker hen aan zou raken. Wanneer iemand zichzelf aanraakte, waren de hersenen minder actief dan wanneer iemand door de onderzoeker werd aangeraakt.

Daarnaast bleek dat, wanneer iemand zichzelf aanraakte en tegelijkertijd door een onderzoeker werd aangeraakt, dit ook de gevoeligheid voor de aanraking van de ander verminderde. Misschien verklaart dit waarom we over onze arm wrijven, als we die tegen een tafel stoten.

Voorspellend brein

‘We zagen een duidelijk verschil tussen aanrakingen door een ander en zelfaanraking. In het laatste geval verminderde de activiteit in verschillende delen van de hersenen. We kunnen dit als bewijs zien dat dit verschil al in het ruggenmerg ontstaat, voordat de waarnemingen in de hersenen worden verwerkt’, zegt hoofdauteur Rebecca Böhme van de universiteit van Linköping.

De resultaten komen overeen met een theorie die stelt dat de hersenen alles wat we doen proberen te voorspellen. Je merkt de voorspellende kracht van je hersenen al als je een slok van je glas thee wilt nemen, maar dat opeens appelsap blijkt te zijn. Doordat je iets anders verwachtte, smaakt de appelsap opeens heel smerig. Doordat de hersenen de zintuigelijke gevolgen van onze handelingen proberen te voorspellen, hechten ze niet zoveel belang aan zintuiglijke waarnemingen die door ons eigen lichaam worden veroorzaakt. De informatie daarvan wordt immers al verwacht. Je hersenen weten dan al wat de aanraking gaat doen. Je brein hoeft niet op te letten: een aanraking van jezelf is immers niet gevaarlijk. Hierdoor kun je jezelf ook niet kietelen. We kunnen niet voorspellen hoe de aanraking van de ander verloopt, waardoor de hersengebieden bij deze aanraking actiever zijn.

Het feit dat het brein een onderscheid maakt tussen aanrakingen van onszelf en aanrakingen van een ander bevestigt dat het brein de eigen acties kan onderscheiden van de acties van anderen. Wanneer er problemen zijn met dit zelfbewustzijn, zoals bij de psychiatrische stoornis schizofrenie, interpreteert het brein de zintuiglijke waarneming van het eigen lichaam anders. Sommige patiënten die schizofreen zijn, kunnen zichzelf daardoor wel kietelen.

Potentieel gevaar

‘Het is interessant dat het verschil tussen een aanraking van onszelf en een aanraking van een ander al te zien is in het ruggenmerg’, stelt neuroloog Benno Roozendaal van het Radboud UMC. ‘Dit betekent dat de hersenen direct aan het ruggenmerg vertellen de prikkel te onderdrukken. Het gaat hier om top-down processing. Het brein heeft de informatie dat er een aanraking van jezelf aan gaat komen en geeft dit door aan het ruggenmerg.’

Volgens Roozendaal zien de onderzoekers wel iets belangrijks over het hoofd. In het onderzoek is de aanraking van de ander namelijk afkomstig van de onderzoeker. ‘En dat terwijl het voor je hersenen veel uitmaakt door wie je wordt aangeraakt. Gaat het om een onbekende of een goede vriend? Als we worden aangeraakt door een onbekende, gaat de arousal omhoog en wordt het zenuwstelsel actiever. Je brein is zich ervan bewust dat je alert moet zijn: wat doet deze aanraking?’ Bij deze over-arousal ben je hyperalert. ‘Je bent voortdurend je omgeving aan het scannen op kleine stimuli. Dit heb je bijvoorbeeld ook als je bang bent in het donker, je hoort dan alle kleine enge geluidjes.’

Als je wordt aangeraakt door een goede vriend kan dit juist helpen om de arousal te doen afnemen. ‘Daarom voelt het ook zo fijn om een knuffel te krijgen van iemand die je liefhebt: het zorgt ervoor dat de mentale alertheid afneemt, terwijl het knuffelhormoon oxytocine toeneemt. Als je wordt aangeraakt door een vriend hoef je niet hyperbewust te zijn en neemt de mentale alertheid af.’

De onderzoekers keken naar de hersenactiviteit van proefpersonen bij een aanraking door middel van een fMRI-scan. Beeld: Thor Balkhed/Linköping University
De onderzoekers keken naar de hersenactiviteit van proefpersonen bij een aanraking door middel van een fMRI-scan. Beeld: Thor Balkhed/Linköping University