Een winterslaap voor mensen. Dat klinkt misschien vreemd, maar voor sommige mensachtigen in Europa was dit een half miljoen jaar geleden de strategie om de winter door te komen. Althans, dat claimen twee onderzoekers. Hoewel anderen het bewijs betwisten, suggereert lopend onderzoek dat het bereiken van een winterslaapachtige toestand bij moderne mensen wellicht mogelijk is.

Sima de los Huesos – de ‘grot van de botten’ – in Noord-Spanje is een van de belangrijkste plekken ter wereld voor het bestuderen van de menselijke evolutie. Opgravingen hier hebben geleid tot de vondst van meer dan 7500 fossiele overblijfselen, afkomstig van skeletten van minstens 29 oermensen. Hiervan zijn de meesten geïdentificeerd als lid van de soort Homo heidelbergensis. De botten – en de DNA-fragmenten die ze bevatten – zijn heel uitvoerig bestudeerd, waaruit bleek dat deze oermensen voorouders van de Neanderthalers zijn.

Zwijgend higgsboson
LEES OOK
Zwijgend higgsboson

Eerdere studies misten echter een belangrijk punt, meent antropoloog Antonis Bartsiokas van de Democritus-universiteit van Thracië in Griekenland. De botten bevatten het bewijs van een reeks ziektes die verband houden met een tekort aan vitamine D, zegt hij.

Dichtbevolkte steden

Onder deze ziektes bevinden zich renale osteodystrofie en rachitis. Dit kon Bartsiokas afleiden uit ongebruikelijk dikke botafzettingen boven de oogkassen. Volgens de onderzoeker wekken de aanwijzingen samen de suggestie dat de oermensen stelselmatig maandenlang verbleven in een donkere omgeving. Beroofd van blootstelling aan zonlicht waren hun lichamen niet in staat om vitamine D te produceren.

‘In eerste instantie begreep ik er niets van’, zegt Bartsiokas. Rachitis en vitamine D-tekorten zijn eerder beschreven in historische populaties. Hierbij ging het voornamelijk om populaties in dichte, stedelijke centra, waar blootstelling aan zonlicht een uitdaging kan zijn. Tekorten aan vitamine D waren echter nog nooit aangetroffen bij mensen die zo lang geleden leefden.

Krankzinnig

Daarop dook Bartsiokas dieper in het onderwerp. Hij ontdekte dat dezelfde verzameling ziektes vaak wordt vastgesteld bij dieren die een winterslaap houden in grotten, waaronder vleermuizen.

De onderzochte botten tonen aan dat ook de Sima de los Huesos-hominiden een winterslaap in grotten hielden. Althans, dat is de bewering waarmee Bartsiokas komt, samen met zijn collega Juan Luis Arsuaga van de Complutense Universiteit van Madrid. Volgens hem is dit de enige manier om te verklaren hoe de oermensen genoeg tijd in het donker doorbrachten om een vitamine D-tekort te ontwikkelen.

‘Dit klinkt misschien als een krankzinnig idee, maar het is krankzinnig genoeg om waar te zijn’, zegt Bartsiokas. Om maar eens iets te noemen: sommige van onze verwante primaten – waaronder de dwergmuismaki (Microcebus murinus) – houden een winterslaap van enkele dagen.

Strenge winters

Daarnaast suggereerde een studie uit 2019 dat de mensachtigen van de Sima de los Huesos tussen de 440.000 en 455.000 jaar geleden leefden, oftewel: tijdens een van de meest heftige ijstijden van de afgelopen miljoen jaar. Volgens Bartsiokas oefenden deze omstandigheden mogelijk een extreme selectieve druk uit op de hominiden. Dat bracht hen wellicht in staat om zich zeer snel – mogelijk binnen 50.000 jaar – aan te passen aan een leefstijl met winterslaap.

Voor zover bekend hebben er nooit andere mensachtigen bestaan die een winterslaap hielden. Vele leefden in warmere omgevingen, waar er weinig aanleiding was hiervoor. Bartsiokas zegt dat de oermensen die wel te maken kregen met strenge winters, zoals de Neanderthalers, anatomisch aangepast waren om met de kou om te gaan. Dit gaf hen hun opvallende gezichtsstructuren.

Daarbij hadden zij mogelijk het hele jaar door meer vetrijk dierenvlees tot hun beschikking. Dit helpt de tegenwoordige Arctische populaties om vitamine D-tekorten te voorkomen gedurende de donkere wintermaanden.

Medische toepassing

Antropoloog Megan Brickley van de McMaster-universtiteit in Canada is echter niet overtuigd. In haar onderzoek richt ze zich op metabolische botziektes en vitamine D-tekorten. Haar eerste indruk is dat de oeroude botten uit Sima de los Huesos geen duidelijk bewijs tonen van rachitis. Sommige van de oermensen zouden gedurende hun leven een andere vorm van metabolische botziekte gehad kunnen hebben, zegt ze. Toch gelooft ze niet dat er bewijs is om een winterslaapstrategie te suggereren.

Dat betekent echter niet dat het idee dat oermensen een winterslaap hielden ondenkbaar is. Volgens paleontoloog Fred Spoor van het Natural History Museum in Londen is er in principe niets mis met dat idee.

Het is wellicht zelfs mogelijk om een winterslaapachtige toestand te bereiken bij levende mensen, zegt bioloog Kelly Drew van de Universiteit van Alaska Fairbanks. Zij onderzoekt of dit idee ingezet kan worden bij de behandeling van bepaalde aandoeningen, waaronder beroertes of hartstilstanden.

‘We hebben geleerd hoe we de thermostaat omlaag kunnen draaien, waardoor het metabolisme vertraagt en de lichaamstemperatuur zakt’, zegt Drew. ‘We hebben het gevoel dat dit een eerste stap is richting het oproepen van een winterslaapachtige toestand bij mensen.’

New Scientist 83 december 2020
LEESTIP: meer over de mogelijkheid voor de mens om in winterslaap te gaan in dit nummer van New Scientist, te bestellen in onze webshop.