Terwijl ik dit schrijf, is de sportzomer nog in volle gang. Ik moet denken aan tennisser Richard Krajicek, die 25 jaar geleden het prestigieuze Wimbledon won. Krajicek had geweldige volleys en een fenomenale service. Zijn backhand was alleen een stuk minder. In een interview werd hem eens gevraagd of hij in trainingen veel aan zijn backhand werkte. Nee, zei Krajicek, ik train vooral mijn service en volleys. Want daar win ik mijn wedstrijden mee.

We zijn altijd enorm geneigd om te focussen op zwakke punten. In de sport, maar ook op school of op het werk, steevast hoor je: A gaat goed, B gaat minder, dus moet je aan B gaan werken. Maar uiteindelijk zijn het je sterke punten waarmee je je kunt onderscheiden. Ik was op school ­bijvoorbeeld heel slecht in tekenen. Ik had allerlei moeite kunnen doen om dat op te vijzelen, maar uiteindelijk was ik nooit een Da Vinci geworden. En dat hoeft ook niet; ik houd me bezig met de tekst van dit blad en bemoei me niet met de illustraties.

Dit is een premium-artikel

Lees direct verder, al vanaf ‚ā¨1,99 per maand. Al abonnee? Log in om direct verder te kunnen lezen.

InloggenBekijk aanbod