Een van de belangrijkste ontwikkelingen in het eerste levensjaar is de vorming van sociaal gedrag. Tussen de vijf en tien maanden zetten baby’s een enorme stap, waarbij zij zich tot sociale wezentjes ontpoppen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht.

Hersenwetenschapper Bauke van der Velde dook in het brein van 850 zuigelingen om de ontwikkelingen vast te leggen. Van der Velde: ‘Na de geboorte gaat het brein steeds beter werken. Belangrijke verbindingen tussen hersengebieden worden sterker, onbelangrijke verbindingen verdwijnen.’

Zo ziet een baby bij de geboorte nog zwart-wit. ‘Na zes weken gaan de zintuigen echt aan: het kind gaat scherper zien en leert gaandeweg waar de geluiden vandaan komen’, zegt Van der Velde. ‘In de loop van het jaar krijgt het interesse in gezichten, gaat het lachen en babbelen en kan het een spelletje spelen, zoals kiekeboe. Het leert dat er een verschil is tussen hemzelf en vader en moeder. Aan het eind van het eerste levensjaar kan het al jaloers zijn, als moeder bijvoorbeeld aandacht geeft aan een ander kind.’

Verrassingen uit het vriesvak
LEES OOK
Verrassingen uit het vriesvak

Kinderliedjes

Om de sociale ontwikkeling van baby’s in kaart te brengen, onderzocht Van der Velde 850 baby’s, op twee momenten: vijf maanden na de geboorte, en na tien maanden. De baby’s kregen twee soorten video’s te zien. De ene keer zagen zij een sociale film, met een jonge vrouw die kinderliedjes zingt, de andere keer een video met alleen bewegend speelgoed, zoals een ronddraaiende tol. Tijdens het kijken hadden de baby’s een soort badmutsje met elektrodes op, zodat de onderzoekers de hersenprocessen konden zien.

Van der Velde: ‘Je ziet dat bij baby’s van vijf maanden vooral het achterste deel van de hersenen actief is. Daar zit de visuele schors die de beelden van de video’s registreert. De sociale hersengebieden aan de voorkant van het brein doen dan nog niet echt mee. Bij baby’s van tien maanden zie je een grote verandering. Met name bij het zien van de sociale video’s is er intensieve communicatie tussen de visuele schors en de frontale kwab, waarin de beelden een betekenis krijgen. Baby’s gaan in die tijd van zien naar begrijpen. Ze gaan dansen of het liedje meezingen.’

De baby’s kregen een badmutsje op, zodat de onderzoekers de hersenprocessen konden zien. Beeld: Universiteit Utrecht.

Afwijkend gedrag

Wat hebben we aan die kennis? ‘We begrijpen steeds beter welke hersengebieden worden geactiveerd bij de sociale ontwikkeling van een kind. In de toekomst kan dat van pas komen als een kind op latere leeftijd afwijkend gedrag vertoont, bijvoorbeeld autisme. Dan kunnen we terugkijken in ons archief en zien of er in het eerste levensjaar misschien al tekenen zijn dat de communicatie tussen de verschillende hersengebieden afwijkend is. Hoe vroeger we erbij zijn, hoe beter.’

‘Je kunt eerder overgaan tot therapie, waarbij de sociale ontwikkeling van het kind wordt bevorderd. Met die kennis kun je ook ouders van een autistisch kind geruststellen. Zij denken vaak ten onrechte dat het aan hen ligt. Vroeger werden moeders van autistische kinderen zelfs ‘ijskastmoeders’ genoemd, die theorie is achterhaald.’

Covidbaby

Van der Velde vraagt zich af of de lockdowns van de afgelopen twee jaar invloed hebben gehad op de emotionele sociale ontwikkeling van de in die periode geboren zuigelingen. ‘Baby’s hebben door de sociale beperkingen niet alleen veel minder mensen gezien, ze leren in het eerste jaar ook gezichten herkennen en dat is met die mondkapjes een stuk ingewikkelder. Misschien zien we bij de komende postcovidzuigelingen in het onderzoek een andere, snellere sociale ontwikkeling dan de covidbaby’s.’

‘Maar goed, dat is speculatief’, vervolgt Van der Velde. ‘Tot grote schade zal het waarschijnlijk niet lijden, ons brein is heel flexibel. Als er al sprake zou zijn van een ontwikkelingsachterstand bij de covidbaby’s, dan kan dat later gemakkelijk weer goedgemaakt worden.’