Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka, elk weekend in het AD, verzorgd door de redactie van New Scientist. Deze week: Henkjan Honing, hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Zolang ik me kan herinneren, is er muziek in mijn leven. Thuis hadden we een piano, twee vleugels, een klavecimbel, een muur vol met blokfluiten en nog veel meer. Mijn ouders waren totaal obsessed en dat is nog steeds zo. Als mijn moeder langskomt, praten we twee zinnen en vervolgens gaat ze achter de vleugel zitten om muziek te maken.

In de puberteit gaat muziek op een rare manier in je privéleven zitten. De klassieke stukken van Bach maakten plaats voor het drumstel en het hammondorgel van Ekseption, een Nederlandse symfonische rockband. Het zakgeld ging natuurlijk op aan platen.

Dokter Dog wil graag even aan u ruiken
LEES OOK
Dokter Dog wil graag even aan u ruiken

Hoe muziek ‘werkt’

Ik ben in Nederland de eerste hoogleraar muziekcognitie. Ik onderzoek hoe muziek precies werkt. Dan praat je over smaak, taal, ritme, noten, tempo, interpretatie en nog veel meer.

Ik krijg vaak de vraag gesteld wat muziek nou precies is. Daar zijn ontelbaar veel antwoorden op. Voor mij geldt dat alles waar naar je luistert alsof het muziek is, ook daadwerkelijk muziek is. Zelf stilte kun je luisteren als muziek.

Baby’s met koptelefoons

Ik, en ik denk vele anderen met mij, ben er altijd vanuit gegaan dat ritmegevoel bij kinderen iets cultureels is; iets dat is aangeleerd. Het was ergens in 2006 toen ik samenwerkte met een Hongaarse onderzoeksgroep met een geweldig babylaboratorium. Ze deden onderzoek naar vroege luisterervaring van kinderen en wilden ook iets ritme doen. Toen kwam ik om de hoek kijken. We hebben samen een experiment ontwikkeld waarbij we muziektheorie en neuropsychologie samenbrachten.

We hebben kinderen van twee dagen oud een koptelefoon opgezet en het drumritme van ‘We will rock you’ van Queen laten horen. We lieten bij de eerste tel een ritme weg en maten met een EEG-scan hoe de hersenen reageerden. Wat bleek? Als wij een noot weglieten, zag je een negatief piekje in het hersensignaal. Met andere woorden: die pasgeboren baby’s wisten dus al alles van muziektheorie.

Iedereen is muzikaal

Ik stond totaal perplex en jubelde tegelijk, want hieruit bleek dat muzikaliteit voor een deel is aangeboren. In 2009 hebben we dit gepubliceerd en sindsdien heb ik een nieuw onderzoeksprogramma opgezet om dit verder te onderzoeken.

Feit is dat iedereen muzikaal is en dat het niet exclusief voor een bepaalde groep, zeg gechargeerd de mensen uit Amsterdam-Zuid, is weggelegd.’