In Het dierenrijk komt uit de kast laat de Britse wetenschapsjournalist Josh L. Davis zien dat de seksuele diversiteit in de natuur veel groter is dan wetenschappers lange tijd dachten. Het boek verschijnt op 19 juni 2024. Deze voorpublicatie licht een tipje van de sluier op, over het spannende seksleven van de tuimelaar.

Van alle dolfijnensoorten die aan niet-heteroseksuele seks doen, is de tuimelaar de bekendste. Technisch gezien zijn er minstens twee soorten tuimelaars: de ‘gewone’ tuimelaar (Tursiops truncatus) en de langbektuimelaar (Tursiops aduncus). Het zijn de meest voorkomende walvisachtigen in gevangenschap, waardoor zij – en hun homoseksuele gedrag – uitgebreid zijn bestudeerd. Bij zowel vrouwtjes als mannetjes bevinden de genitaliën zich in een ‘genitale gleuf’: een soort zak waarin ze alles bewaren dat weerstand kan veroorzaken tijdens het zwemmen op hoge snelheid, waaronder dus – afhankelijk van het geslacht – een vulva, penis, tepels en testikels.

In tuimelaargemeenschappen komen veel mannetjeskoppels voor. Die zoeken elkaars gezelschap al op jonge leeftijd op en blijven hun hele leven bij elkaar. Ze reizen samen, bewaken elkaar en vechten zelfs tegen haaien om elkaar te beschermen. Ze hebben ook veel seks met elkaar. In de eerste helft van hun leven paren de meeste mannetjesdolfijnen nauwelijks met het andere geslacht. Het overgrote deel van de seksuele activiteit vindt plaats binnen het homokoppel. Dit omvat alles van eenvoudig knuffelen, baltsgedrag en het inbrengen van hun borstvinnen in elkaars genitale gleuf om de penis te stimuleren, tot volledige penetratie – zowel van de genitale gleuf als af en toe van de anus.

Op zoek naar de lachende koe: sensoren leren ons hoe we dieren gelukkiger kunnen maken
LEES OOK

Op zoek naar de lachende koe: sensoren leren ons hoe we dieren gelukkiger kunnen maken

De ene dag naar buiten mogen en de volgende dag niet? Daar houdt een koe niet van, zegt Hilde Aardema, dierenarts bij de facu ...

Dit gedrag beperkt zich niet tot de mannetjes: vrouwtjestuimelaars laten zich ook geregeld van hun lesbische kant zien. Ze steken dan hun borstvinnen in elkaars genitale gleuf en stimuleren zo elkaars grote clitorissen.

Rugvin

De nauw verwante langsnuitdolfijn (Stenella longirostris) gaat nog een stapje verder. Sommige vrouwtjes van deze soort berijden elkaars rugvin, waarbij het ene vrouwtje haar rugvin in de genitale gleuf van het andere vrouwtje steekt, waarna ze een stimulerend blokje om zwemmen.

Dit is niet de enige vorm van penetratie waar dolfijnen zich aan wagen. Met hun gevoelige snuit doen ze aan een soort ‘orale’ seks, door die in de genitale gleuf van de ander te duwen. Terwijl ze in deze positie zitten, begint de penetrerende dolfijn te zwemmen en neemt die de ander mee in wat – in alle serieusheid – bekend is komen te staan als ‘snuit-genitale voortstuwing’. In sommige gevallen draait de penetrerende dolfijn tijdens het zwemmen zelfs om zijn of haar as, vermoedelijk om de ander een nóg plezierigere ervaring te geven.

Hoewel het hier toch vrij ondubbelzinnig om niet-heteroseksueel gedrag gaat, hebben wetenschappers het in de loop van de tijd geregeld geprobeerd ‘weg te verklaren’. Om maar niet te hoeven accepteren dat tuimelaars en langsnuitdolfijnen aan homoseksuele seks doen, beweerden onderzoekers dat dit gedrag het ‘bewijs’ was dat geslachtsgemeenschap niks te maken heeft met seksuele bedoelingen en dat het in plaats daarvan om ‘begroetingen’ en ‘sociale communicatie’ gaat (zelfs als de seks tussen een mannetje en een vrouwtje plaatsvindt). Volgens sommige bronnen is homoseksueel gedrag bij dieren zo in een kwart van de gevallen toegeschreven aan iets anders dan seksualiteit.

Beladen taal

De afgelopen paar honderd jaar is in veel wetenschappelijke artikelen beladen taal gebruikt om homoseksueel gedrag te beschrijven. De literatuur hierover staat bol van termen waarin een moreel waardeoordeel ligt besloten, zoals ‘immoreel’, ‘bizar’, ‘weerzinwekkend’ en ‘paradoxaal’. En homoseks wordt er vaak in aangeduid als ‘pseudoparing’ of ‘schijnparing’. Een buitengewoon voorbeeld van zo’n waardeoordeel is te vinden in de titel van een artikel uit 1987, dat niet-heteroseksueel gedrag bij het klaverblauwtje, een vlindersoort, beschrijft: ‘A Note on the Apparent Lowering of Moral Standards in the Lepidoptera.’

Verwonderlijk is dit niet, als je bedenkt dat homoseksualiteit tussen mannen en vrouwen in sommige landen al honderden jaren illegaal is en beschimpt wordt. De wetenschap weerspiegelt vaak de houding van de maatschappij. Wetenschap is mensenwerk – en mensen zitten nu eenmaal vol expliciete en impliciete vooroordelen. Met als gevolg: eeuwen aan desinformatie en doofpotaffaires.