‘Bij schrijven ga je het gesprek aan met jezelf’, zegt Robbert Dijkgraaf ter gelegenheid van de naar hem vernoemde essayprijs, die volgende maand voor de tiende keer wordt uitgereikt. Thema dit jaar is ‘gezond verstand’.

‘Gezond verstand is hetgeen waarvan iedereen denkt dat ze precies genoeg hebben’, zegt hij als we videobellen met het IAS in Princeton, waar hij tien jaar geleden naartoe vertrok. ‘Niet te veel, maar ook zeker niet te weinig’, zegt hij. ‘De mens is vooringenomen en denkt genoeg te weten om de juiste beslissingen te nemen. Onderdeel van de wetenschap is om juist te weten wat je niet weet. Heel vaak dacht ik met mijn gezonde verstand dat iets op een bepaalde manier in elkaar stak, maar de werkelijkheid bleek toch net iets anders in elkaar te zitten.’

Vorige week werden de Nobelprijzen uitgereikt, gaat het daar ook vooral om gezond verstand?

‘Bij deze prijzen gaat het om een beslissende doorbraak in de wetenschap; dat je iets doet dat nog nooit eerder is gedaan. Iets dat idealiter leidt tot een hele nieuwe beweging, bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe klimaatmodellen. De wetenschap heeft eigenlijk twee kanten. Enerzijds doet ze dingen die niemand ooit had verwacht, die tegen ieders gezond verstand ingaan. Anderzijds is het zo dat de wetenschap gezond verstand bevestigt. Kijk bijvoorbeeld naar klimaatverandering. CO2 is een invloedrijk gas, wij mensen zijn hard op weg de uitstoot te verdubbelen en natuurlijk heeft dat een effect op de aarde. De helft van het onderzoek bevestigt ons gezond verstand en de ander helft brengt het juist in twijfel. Ik sprak onlangs met een sociaal wetenschapper en die vertelde dat als hij een bepaald resultaat had, er op twee manieren gereageerd werd. ‘Allicht’, was de eerste reactie, ‘want zo zit ik ook in elkaar.’ De andere was: ‘Daar geloof ik niks van want dat doe ik helemaal niet.’ Als we van tevoren zouden weten waar je gezond verstand gelijk heeft en waar je gezond verstand misleidend is, dan hadden geen wetenschap nodig.’

De tijd zal het ­leren
LEES OOK
De tijd zal het ­leren

Er wordt steeds meer, en in het openbaar, getwijfeld aan de wetenschapper en zijn (gezond) verstand.

‘De wetenschap ligt meer onder vuur en dat heeft verschillende redenen. De belangrijkste is dat wat de wetenschap zegt, steeds relevanter wordt. Als ik zeg dat een nieuw elementair deeltje is ontdekt, is dat niet bedreigend. Maar als ik zeg dat je niet meer mag roken of je verplicht moet laten vaccineren, dan komt het opeens in de persoonlijke levenssfeer. De wetenschap duwt meer tegen het leven aan en het leven duwt terug. Dat zal ook niet meer verdwijnen, want de boodschap van de wetenschap – over hoe we leven, wat we eten, hoe we met de planeet omgaan – zal steeds luider klinken.

Ook gaan mensen op een andere manier met kennis om. Vijftig jaar geleden preekte de hoogleraar vanaf zijn kansel de wetenschap – en dat werd geaccepteerd, omdat heel weinig mensen dat konden volgen. Mensen zijn nu hoger opgeleid, er is meer kennis en ze gaan wellicht niet naar de universiteit, maar wel naar de ‘Universiteit van Google’. Iedereen die iets hoort over een bepaald onderwerp, gaat zelf zoeken. Er is heel veel informatie, en die is heel wisselend van kwaliteit. Soms wordt totale flauwekul verpakt als officiële kennis. Voor veel mensen is de wereld ingewikkelder geworden doordat je stemmen hebt die zich vermommen als wetenschap. Nepwetenschap.’

Hoe moeten we daarmee omgaan?

‘De wetenschap moet een gids zijn in dit ingewikkelde landschap. De maatschappij is meer gepolariseerd en mensen hebben fellere meningen. De wetenschap wordt aangevallen en het wordt heel persoonlijk gemaakt. Daar maak ik grote zorgen over. Don’t shoot the messenger. Dat begint helaas wel steeds meer het geval te zijn. Een viroloog die vertelt over corona doet dat soms met gevaar voor eigen leven. Een ding is zeker: de wereld wordt ingewikkelder en wetenschap wordt steeds belangrijker. We hebben de wetenschap nodig om deze wereld te bevaren, maar als we de loodsen op het schip onder vuur gaan nemen, is dat tragisch. Voor de wetenschap en de maatschappij.’

U roept mensen op om te gaan schrijven. Doet u dat zelf nog?

‘Schrijven is een dialoog met jezelf. In mijn eigen leven merk ik dat ik heel veel leer van een gesprek. Dat zie ik als een tenniswedstrijd. Ik zeg iets en jij reageert daar weer op. Schrijven is op een gekke manier een tenniswedstrijd met jezelf. Je slaat de bal – het moment dat je iets op schrijft – en vervolgens lees je het, en daar kun je het dan niet mee eens zijn of denken dat het beter kan. Het schrijven is een manier om gedachten te creëren en vervolgens te ordenen. Ik ben iemand die veel in metaforen schrijft, misschien wel te veel. Iemand noemde dat ooit: metafora nervosa.’

U kreeg bij uw afscheid van Nederland, precies tien jaar geleden, deze naar u vernoemde prijs. Volgens mij zit u in Princeton erg op uw plek.

‘Als een vis in het water. Maar ik voel me ook een vis in het water in Nederland. Eigenlijk voel ik me een quantumdeeltje, die op meerdere plekken aanwezig kan zijn. Een stukje van mijn golffunctie zit zeker in Nederland en een stukje zit hier in Amerika. Ik ben overigens nog steeds heel trots op die essayprijs. Als we één iemand hierdoor aan het schrijven krijgen, dan is het al winst. Schrijven is belangrijk. Vanuit de wetenschap en vanuit de maatschappij. We moeten praten over wat de wetenschap is en wat het betekent. Zo’n essayprijs is een manier om mensen aan het denken te zetten.’


New Scientist en het Algemeen Dagblad reiken in 2021 voor de tiende keer de Robbert Dijkgraaf Essayprijs uit. Het thema van het essay is gelijk aan het thema van het Gala van de Wetenschap dit jaar: ‘Gezond verstand: is het een hulpmiddel om de wetenschap te begrijpen of is het een valkuil?’ Het winnende essay verschijnt in New Scientist en AD en wint een prachtige prijs. Inspiratie? Zet max. 750 woorden op papier en stuur ze in een wordbestand naar c.r.deboer@uva.nl. Inzenden kan t/m 27 oktober 2021.