Als vissen niet meer terechtkunnen in koraalriffen, wat is dan het beste kunstmatige onderkomen dat wij mensen ze kunnen bieden?

Een droomhuis vinden dat aan alle eisen voldoet, is niet makkelijk. Het ideale onderkomen is gemaakt van poreus calciumcarbonaat, laat talrijke gewassen groeien en herbergt veel verstopplekjes voor het geval een grote buurman met scherpe tanden polshoogte komt nemen.

Dat is althans het wensenpakket van de koningsgramma. Dit paarsgele visje uit de Cariben vertoeft het liefst in koraalriffen, de complexe onderwaterstructuren die tot stand komen dankzij soms honderden jaren oude levende koralen én de restanten van reeds gestorven koralen.

De oudgedienden
LEES OOK
De oudgedienden

Koningsgramma’s komen op de zeebodem echter steeds vaker een geheel nieuw type huis tegen: een anderhalve meter grote iglo met verschillende openingen. Dat dit onderkomen van beton is gemaakt, beseffen de koningsgramma’s vermoedelijk niet. Evenmin hebben ze door dat hun doen en laten in de onderwateriglo’s in de gaten gehouden wordt door tweebenige wezens met opvallend lange teenvinnen.

Nagebootst zeewater

De iglo’s en de duikers zijn onderdeel van het onderzoeksproject AROSSTA. De leider van het project is Alwin Hylkema, onderzoeker aan Hogeschool van Hall Larenstein in Leeuwarden. Geregeld is hij te vinden in de kelder van de hogeschool. Daar begroet hij graag de koralen, gorgonen en zee-egels die dobberen in badkuipen met nagebootst Caribisch zeewater.

Maar de meeste maanden van het jaar brengt Hylkema 7000 kilometer verderop door, in de meest afgelegen gemeente van Nederland: het Bovenwindse Eiland Saba. Daar woont Hylkema in zijn droomhuis, op een klif 400 meter boven zijn favoriete werkgebied: de Caribische Zee.

De onderzoeker en zijn studenten duiken regelmatig de diepte in om koraalriffen te bestuderen. ‘Helaas gaat het mede door klimaatverandering en zeeverzuring niet goed met de riffen’, zegt Hylkema. ‘Dat is een ernstig probleem, want zo’n kwart van alle vissen ter wereld brengt een deel van zijn bestaan door in een koraalrif. Daardoor hangt de voedselvoorziening van honderden miljoenen mensen af van het rif.’

Kunstmatige riffen

Bedroeg in de jaren zeventig de bedekking van het rif door levend koraal nog zo’n 30 tot 50 procent, inmiddels is dat op sommige locaties slechts 7 procent. Ter compensatie leggen verschillende organisaties kunstmatige riffen op de zeebodem. Met name reefballs – de eerder beschreven iglo’s.

Alwin Hylkema met reefball
Alwin Hylkema met een reefball: een iglo-vormig onderkomen voor visjes. Foto: Bram Belloni

‘Maar hoe effectief zijn die eigenlijk? Dat is wat we met het RAAK-project AROSSTA hebben uitgezocht’, vertelt Hylkema. ‘We hebben drie typen kunstrif vergeleken: reefballs, een stapel stenen en een layered cake. Dat laatste is een soort betonnen bruidstaart van verschillende laagjes, met tal van tussenruimtes.’

Hylkema leerde studenten hoe ze rustig het kunstrif kunnen benaderen tot op een afstand van enkele meters, om drie minuten lang te kunnen tellen hoeveel vissen er in het kunstrif verborgen zijn. Na twee jaar onderzoek waren de conclusies opvallend. In een gemiddelde reefball wonen zo’n tien vissen; ongeveer evenveel als tussen de stapels stenen. De layered cakes daarentegen huisvesten zo’n veertig vissen.

Met andere woorden: de veelgebruikte onderwater-iglo’s zijn verre van ideaal. ‘Vermoedelijk voelen vissen zich door de gemeenschappelijke open ruimte niet veilig in zo’n reefball.’

We hebben de voorbije jaren dus de verkeerde kunstriffen op de zeebodem geplaatst. Tijd voor layered cakes? ‘Nee, die zijn ook niet optimaal, denken we. We bouwen op basis van onze inzichten nu moreefs’, onthult Hylkema. ‘Die zijn via een LEGO-systeem stapelbaar en dus stormbestendiger. Bovendien zijn ze lichter en daardoor makkelijker te plaatsen dan layered cakes. Ook bevatten ze nog meer kleine openingen en schuilplekken, waar kleine vissen zo blij van worden. Ons einddoel zal altijd zijn om het koraal zelf weer te laten gedijen, maar ondertussen kunnen we de onderwaterwoningnood vast opvangen met deze droomhuisjes.’

‘We kunnen een verschil maken’

‘Hier moet je zo hard lopen als je kunt om te blijven waar je bent.’ Deze beroemde uitspraak uit Alice in Wonderland omschrijft treffend de missie waar koraalgeleerden voor staan, beseft onderzoeker Alwin Hylkema.

Wat maakt het koraalrif voor u zo speciaal?

‘Koraalriffen worden terecht de regenwouden van de zee genoemd. Het zijn haast betoverende ecosystemen. Als student werd ik al gegrepen door hun schoonheid. Nu wil ik vooral achterhalen hoe we ze kunnen beschermen.’

Alwin Hylkema
Alwin Hylkema is als onderzoeker verbonden aan Hogeschool van Hall Larenstein in Leeuwarden. Foto: Bram Belloni

Maakt dat het niet extra pijnlijk om hun teloorgang te moeten aanschouwen?

‘Ik hoor collega’s soms zeggen: ‘Het is deprimerend om koraalonderzoeker te zijn.’ Begrijpelijk, want iemand die al dertig jaar in dit vak zit, moet zijn hele carrière elk jaar weer constateren dat de situatie achteruit is gegaan. Toch ben ik ervan overtuigd dat we met slimme oplossingen een verschil kunnen maken.’

Zelfs in tijden van vervuiling en klimaatverandering?

‘Ja. De wereldwijde processen die het koraalrif teisteren – opwarming van de zee, verlies van biodiversiteit, overbevissing, watervervuiling – kunnen wij als onderzoekers niet omdraaien. Wat we wél kunnen doen, is lokale processen identificeren die we ten bate van het koraal kunnen verbeteren.’

Hebt u daar een voorbeeld van?

‘Recent hebben we een nieuw RAAK-project gelanceerd voor stekelige zee-egels genaamd diadema. We weten dat het koraal gedijt waar die leven. Waarschijnlijk komt dat doordat ze de algen opeten die het koraalrif overwoekeren. Helaas is in de Cariben de diademapopulatie in de jaren 1982-1983 gedecimeerd door een ziekte. Die ziekte speelt inmiddels niet meer, maar de populatie is nooit hersteld.’

Hoe kan dat?

‘Dat is een mysterie. Met behulp van roosters op de zeebodem hebben we ontdekt dat nog altijd grote aantallen larven van diadema rond het rif zwemmen. Die nestelen zich alleen niet op het rif en groeien daardoor niet uit tot hun volwassen vorm.’

Hoe kunnen we de diadema helpen?

‘Met steun van regieorgaan SIA gaan we diademaboosters bouwen: schuilplekken waar jonge zee-egels zich kunnen vestigen tijdens hun kritieke groeifase. Eenmaal volwassen hebben ze met hun flinke stekels onze hulp niet meer nodig.’

Helpt dat het koraalrif te herstellen?

‘Dat denk ik niet. We moeten accepteren dat de situatie van de jaren zeventig niet meer terugkeert. Maar de achteruitgang stoppen en de huidige biodiversiteit redden: dat zou al een enorme overwinning betekenen.’

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA.