Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka, elk weekend in het AD, verzorgd door de redactie van New Scientist. Deze week: Erick Janssen, hoogleraar bij het instituut voor familiale en seksuologische wetenschappen van de KU Leuven.

‘Soms heeft een ogenschijnlijke toevallige ontmoeting grote gevolgen. Het was ergens in 1987, ik studeerde psychologie in Amsterdam en ik had een gesprek met Walter Everaerd over het mogelijke onderwerp van mijn doctoraal werkstuk. Ik was geïnteresseerd in emoties en het onbewuste, en ik wilde me verdiepen in het onderwerp hypnose, toen professor Everaerd begon te vertellen over zijn seksonderzoek.

Hij sprak erover op een manier die mijn interesse prikkelde. Hij benaderde seksueel verlangen en seksuele opwinding vanuit de emotietheorie. Hij kwam met allerlei interessante vragen en inzichten. Verlangen en opwinding mogen wel spontaan voelen, bijvoorbeeld, maar ze zijn een reactie op iets, al ben je je daar misschien niet altijd bewust van.

Verlangen als emotie

Ik vond het fascinerend dat je kon kijken naar en nadenken over verlangen en opwinding zoals we ook nadenken over emoties als angst, blijdschap en verdriet. Emoties gaan over gevoelens, het lijf, hoe de twee interacteren. Het idee dat seksueel verlangen en opwinding ook als emoties gedefinieerd kunnen worden, opende een nieuwe wereld voor me.

Dit gesprek was niet alleen een eurekamoment, het is allesbepalend geweest voor de rest van mijn carrière. Ter plekke besloot ik dat ik verder wilde in het seksonderzoek. Drieëndertig jaar later doe ik dat nog steeds met heel veel plezier.

De afgelopen drie decennia heb ik onderzoek gedaan naar een hele reeks aspecten van seks: van seksualiteit en relaties tot seksuele agressie, risicovol seksueel gedrag en hyperseksualiteit. De rol van seksueel verlangen, seksuele opwinding en andere emoties loopt daarbij nog steeds als rode draad door mijn werk.’