De geestelijke gezondheidszorg zit volledig verstopt volgens sommige inwoners én zorgprofessionals van Rotterdam-West. Daarom namen bewoners er zelf de touwtjes in handen en startten ze eind 2018 een gemeenschap om psychisch kwetsbare mensen te helpen, genaamd Geestverwanten. Ympkje Albeda, docentonderzoeker van Inholland, onderzocht met haar collega’s vanuit het Centre of Expertise Preventie in Zorg en Welzijn het succes van het project. Lector Richard de Brabander, ook van Inholland, reflecteerde op de resultaten. Is dit initiatief de opmars naar een nieuw zorgsysteem?

Ga naar treinstation Rotterdam ­Centraal en loop richting het westen: je ziet een vluchtige, dicht­bevolkte wijk waar verschillende culturen en leeftijdsgroepen mengen. ‘Voor een buitenstaander lijkt de wijk anoniem en individueel’, zegt Ympkje Albeda. ‘Maar in Rotterdam-West zijn mensen van oudsher juist collectief en activistisch ingesteld. De bewoners vormen verschillende gemeenschappen. Daarmee ontstaat een vangnet voor psychisch kwetsbare mensen.’

Albeda, net verhuisd vanuit Rotterdam-West, zit achter de webcam en naast haar slaapt haar pasgeboren dochter. Even later verschijnt haar collega Richard de ­Brabander ook in beeld. Albeda en haar ­collega’s volgden een buurtinitiatief in ­Rotterdam-West: Geestverwanten.

Namaak-aanraak
LEES OOK
Namaak-aanraak

Geestverwanten is opgericht door Zorgvrijstaat, samen met bewoners. Zij bieden alternatieve steun aan patiënten die psychiatrische steun nodig hebben, maar die niet (genoeg) krijgen doordat zij in de reguliere zorg tussen wal en schip vallen.

‘Mijn vader en moeder hadden samen een huisartsenpraktijk aan huis en mijn man is psychiater’, zegt Albeda. ‘Ik wilde lang geneeskunde studeren, maar zag bij mijn ouders hoe veranderingen in de zorg leidden tot een systeem met perverse ­prikkels dat slecht was voor zowel dokter als patiënt. Ik besloot geen geneeskunde te studeren; ik wilde het systeem veranderen.’

Wat gaat er fout in de zorg voor mensen met psychische kwetsbaarheid?

Albeda: ‘Er is bij de geestelijke gezondheidszorg (ggz) niet genoeg plek voor ­mensen die zorg nodig hebben. De media hebben het steeds over covid-19, maar in de psychiatrie is het allang code zwart. Dat komt doordat de ggz nu overspoeld wordt met mensen.’

De Brabander: ‘Met studenten die een keer gezakt zijn voor een tentamen of mensen die zich bezighouden met levensvragen, ­bijvoorbeeld. Onze maatschappij is zo ingericht dat je altijd gelukkig moet zijn. We kunnen nauwelijks accepteren dat tegen­slagen bij het leven horen. We hebben niet geleerd daarmee om te gaan en zijn snel geneigd een psycholoog in te schakelen. Je ziet een overbehandeling van lichte gevallen, en een onderbehandeling van mensen met écht zware psychische problemen. Ik denk dat dat komt door de manier waarop het zorgsysteem financieel in elkaar steekt. Instellingen krijgen meestal betaald voor het aantal patiënten dat ze per jaar behandelen. Lichte gevallen stromen lekker door.’

Albeda: ‘Ik betwijfel of dat zo is hoor… Dat de mensen in de zorg echt denken: goh, ­laten we alleen de lichte gevallen meenemen, zodat we meer geld verdienen.’

De Brabander: Niet op individueel niveau, nee. Maar dat is wel een onbedoeld gevolg van het systeem zoals dat geregeld is.’

De baby wordt wakker en komt op schoot bij Albeda.

De Brabander: ‘En, als patiënt word je ­gedwongen om een zorgvraag te formuleren die past bij het zorgaanbod dat er is. Je vraag moet passen binnen vastgestelde diagnostische classificaties. Anders val je tussen wal en schip.’

Albeda: ‘Dat komt vooral door de financiering door de zorgverzekering. En als je uiteindelijk wél hulp krijgt bij de ggz, dan blijft die meestal beperkt tot de spreekkamer. Maar herstel speelt zich af buiten de spreekkamer. Buiten de spreekkamer is een netwerk nodig om bij dat herstel te helpen.’

En dat is wat Geestverwanten doet, zo’n netwerk creëren?

Albeda: ‘Ja, bij Geestverwanten komen ­bewoners samen, soms met de wijkpsycholoog erbij. Geestverwanten maakt gebruik van het bestaande netwerk van buurtinitiatieven in de wijk. Het is dus geen opzichzelfstaand buurtinitiatief maar ingebed in meerdere initiatieven. Dat maakt het netwerk zo stevig.’

De Brabander: ‘En bij Geestverwanten kun je gewoon jezelf zijn. Het gaat niet om de diagnose, maar om de persoon.’

Wat doen de mensen wanneer ze ­samenkomen bij Geestverwanten?

Albeda: ‘Dat verschilt heel erg. Iedere maandagochtend zijn er koffiebijeenkomsten. Er wordt ook samen gekookt, gegeten en ­gewandeld. De bewoners komen zelf met ideeën om iets te organiseren.’

Hoe helpen koffie- en wandelafspraken psychisch kwetsbare mensen?

Albeda: ‘Voor sommige mensen, met somberheid bijvoorbeeld, biedt zo’n vast moment in de week op een laagdrempelige manier structuur in het leven. Voor anderen kan het helpen om te praten met mensen die iets soortgelijks ervaren of met de wijkpsycholoog.’

Richard de Brabander en Ympkje Albeda
Richard de Brabander en Ympkje Albeda. Beeld: Bram Belloni.

Jullie onderzoeken vanuit Inholland hoe succesvol dit wijkinitiatief is. Een wijk als laboratorium. En? Is dit is de opmars naar een aangepast zorgsysteem in Nederland?

Albeda: ‘Het lokale wijkinitiatief werkt heel mooi, hoor. En als lectoraat zijn wij ook ­geïnteresseerd in hoe je dit kunt uitbouwen en verduurzamen. Wij onderzoeken bijvoorbeeld hoe de samenwerking tussen verschillende soorten lokale professionals en bewoners op lange termijn succesvol kan blijven. Als het mis gaat met een bewoner, wie is dan verantwoordelijk? En wat is de rol van de zorgprofessionals? Geven zij hun privételefoonnummer en staan ze, als een soort goede buur, dag en nacht klaar? Of blijft hun rol afstandelijk? Dat soort vragen brengt op dit moment nog spanning met zich mee. Het zou mooi zijn als er straks een zorgsysteem ontstaat waarbij formele en informele netwerken elkaar versterken. Geestverwanten bekritiseert het reguliere zorgsysteem, maar verbetert het door ermee samen te werken. Dat is knap.’

De Brabander: ‘Waar je wel voor moet ­oppassen, is dat het niet té veel onderdeel van de reguliere zorg wordt. Dan raken ze hun zelfstandigheid kwijt en krijgen ze te maken met dezelfde regelgeving als de reguliere zorg.’

Hoe kan Geestverwanten dat voorkomen?

De Brabander: ‘Niet te hoge ambities ­stellen. Gewoon zorg blijven bieden aan wie dat nodig heeft.’

De baby is weer in slaap gevallen en ­Albeda legt haar terug in het wiegje.

Albeda: ‘Zo… rust… Ik moet er midden in de nacht één keer uit voor de baby en in de ochtend vroeg weer voor mijn peuter­zoontje.’

De Brabander: ‘Haha, was je nou maar in Rotterdam-West blijven wonen. Daar krijg je steun van je buren.’

Ympkje Albeda (Amsterdam, 1988)
Albeda is stadssocioloog en jurist en sinds 2019 onderzoeker bij het ­lectoraat Dynamiek van de stad aan Hogeschool Inholland. Daar doet ze onderzoek naar wijkgerichte ggz. Een dag per week brengt ze haar liefde voor de sociologie en het onderzoek over op studenten van de opleiding Social Work. Ze bestudeerde in het kader van haar proefschrift gemeenschapsdynamieken in superdiverse wijken.

Richard de Brabander (Delft, 1964)
De Brabander is filosoof en sinds juli 2021 lector Dynamiek van de stad aan Hogeschool Inholland. Daarvoor was hij hoofddocent aan de ­opleiding Social Work van dezelfde hogeschool. De afgelopen jaren deed hij onderzoek naar de ethisch-politieke betekenis van empowerment en politisering in het sociaal werk. In dat kader ­stelde hij de bundel Sociaal weerwerk: Maatschappelijke betrokkenheid in zorg en welzijn samen.


Dit artikel, dat is verschenen in New Scientist 98, kwam tot stand in samenwerking met de Hogeschool Inholland.