Heeft de stemming van een grote groep mensen invloed op apparaten die willekeurige getallen produceren? Klinkt bespottelijk, maar bij onderzoek op een Amerikaans festival kwam dit wel naar voren. In het Lowlands Consciousness Field Project gaan onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen dit geruchtmakende experiment herhalen. Psycholoog Jacob Jolij hoopt daarmee meer inzicht te krijgen in twijfelachtige onderzoekspraktijken.

Wat gaan jullie precies doen?
‘We plaatsen drie toevalsgeneratoren in de Lowlands Science-tent. Daarnaast staat er één in Groningen, die je via een videoverbinding kunt bekijken. Die apparaatjes genereren voortdurend willekeurige getallen. De vraag is nu: zit er onderling samenhang tussen die apparaatjes? Dat zou niet zo mogen zijn. We visualiseren het verband tussen de getallen van de apparaatjes op een website, zodat je binnen en buiten Lowlands live kunt volgen hoeveel samenhang er is.’

Het grootste mysterie in de menselijke evolutie: wie is Voorouder X?
LEES OOK
Het grootste mysterie in de menselijke evolutie: wie is Voorouder X?

Wat zou je dan kunnen zien?
‘Ik verwacht niks te zien. Maar Amerikaanse onderzoekers hebben in 2017 een soortgelijk experiment uitgevoerd op het festival Burning Man, waarbij een grote pop in brand wordt gestoken. Ze zagen toen dat er samenhang was tussen de apparaten op het moment dat die pop in de fik ging. Kwam dat doordat de bezoekers toen gezamenlijk een emotionele ervaring beleefden? Op Lowlands zou je dat dan ook moeten meten, bijvoorbeeld bij een gaaf optreden.

‘Het Burning Man-onderzoek viel onder het Global Consciousness Project – zeg maar de megalomane versie van ons onderzoek. Onderzoekers houden een wereldwijd netwerk van zo’n 200 toevalsgeneratoren in de gaten. Ze zeggen dat ze effecten meten tijdens massale gebeurtenissen zoals een WK-finale of het Songfestival. Maar als je netjes naar hun data gaat kijken, blijkt dat niet te kloppen.’

Hoe gaan jullie ervoor zorgen dat jullie conclusies wel kloppen?
‘Het gaat erom dat je eerst goed meet wat voor stemming ergens heerst. Pas dan kun je die stemming vergelijken met de uitkomsten van de toevalsgeneratoren. Daarom gaan we op Lowlands zo veel mogelijk mensen vragen om bij te houden hoe ze zich voelen. Als het Burning Man-effect ook daar optreedt, dan zou je meer gekke dingen moeten meten wanneer er tussen de bezoekers weinig verschil in stemming is. Maar ik eet mijn schoen op als dat zo is.’

Daar hou ik je aan.
‘Tja, ik heb laatst via Ukrant nog een soortgelijk testje uitgevoerd. Daar maten we toch weer een gigantisch effect. Ik hou het er voorlopig op dat dit een heel maf toeval is.’

Als je maar genoeg data doorspit, vind je toch altijd wel iets geks?
‘Ja en nee. In reeksen van willekeurige getallen zie je altijd wel iets – zo werken die reeksen nu eenmaal. Maar het gekke is dat we vooral grote effecten meten wanneer we iets voor de eerste keer proberen. Als we zo’n experiment herhalen, worden ze kleiner. Dat heet het decline effect. Misschien komt het doordat we bewust of onbewust toch graag iets willen vinden, en daarom bijvoorbeeld precies op het ‘juiste’ moment stoppen met meten. Over dat soort questionable research practices (twijfelachtige onderzoekspraktijken) is momenteel veel discussie in de sociale wetenschappen.’

Moet je daarom niet alle data blind analyseren?
‘Blind analyseren en elkaars data bekijken gebeurt wel steeds vaker in de sociale wetenschappen, maar het blijft moeizaam. Op Lowlands kunnen we dat wel voor een deel doen. De apparaatjes genereren honderd getallen per seconde; die heb je lang niet allemaal nodig. We gebruiken de helft van de data voor de visualisatie, zodat iedereen meteen kan zien of er samenhang is. Voor de uiteindelijke wetenschappelijke analyse hebben we dan een aparte dataset, waar dan nog niks mee is gedaan.’

Wat willen jullie met dit onderzoek bereiken?
‘Het in kaart brengen van het decline effect is een belangrijke component. Daarnaast willen we zien of we het Burning Man-resultaat kunnen repliceren. Ik denk niet dat dat zal gebeuren, maar het zou wel kunnen dat we weer een bepaald effect meten. Daar zouden die questionable research practices dan een rol bij kunnen spelen.’

Is het dan goed nieuws als jullie een effect meten?
‘Voor mijn carrière zou dat heel slecht nieuws zijn. Het is nu al moeilijk te verantwoorden dat ik me met zogenaamd paranormale verschijnselen bezighoud. Maar wetenschappelijk gezien zou het heel interessant zijn. Ikzelf sta ook sceptisch tegenover dit soort onderzoeken, maar feit is dat we wel vaak gekke dingen meten. Als we iets vinden, zou het mooi zijn als een heel sceptische mede-wetenschapper het onderzoek herhaalt. Dan kunnen we de rol van de experimentator beter leren begrijpen.’