Wetenschappelijke publicaties moeten voor iedereen gratis toegankelijk zijn, vinden NWO-voorzitter Jos Engelen en NWO-bestuurder Franciska de Jong. Waarom duurt het zo lang om van dit open access-model de nieuwe standaard te maken? 

Bron: Flickr/ Cameraslayer
Bron: Flickr/ Cameraslayer

Publiceren is een essentieel onderdeel van elke wetenschappelijke activiteit. Open access (OA), ofwel vrije toegankelijkheid van wetenschappelijke publicaties, voorziet op optimale wijze in de verspreiding van wetenschappelijke resultaten die op basis van peer review zijn geselecteerd voor publicatie. Vrij toegankelijk betekent dat gebruikers zonder abonnement wetenschappelijke publicaties online kunnen raadplegen. OA-publiceren krijgt brede steun als de gewenste standaard van onder meer onderzoeksorganisaties, de Europese Commissie en nationale overheden.

OA-publiceren stimuleert de samenwerking over disciplinegrenzen heen. Het marktaandeel van OA-publicaties is de afgelopen jaren weliswaar toegenomen, maar de groei is traag. Het aandeel is nog steeds niet groter dan zo’n 20 procent. Dankzij de verdere ontwikkeling van het internet zijn er nauwelijks technische beperkingen. Waarom duurt het dan, ondanks de duidelijke voordelen, zo lang om van OA-publiceren de nieuwe standaard te maken? Dat vragen wij ons af, als wetenschappers en als bestuurders van NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

‘Neem parasieten mee bij het ontrafelen van een voedselweb’
LEES OOK

‘Neem parasieten mee bij het ontrafelen van een voedselweb’

Als we onderzoeken welke plaats een dier inneemt in een voedselweb, moeten we ook kijken welke parasieten het heeft, stelt Ana Born-Torrijos.

Wetenschappelijk publiceren is een miljardenmarkt. Van commerciële uitgevers kunnen we dan ook niet verwachten dat ze uit zichzelf afstand doen van hun verdienmodellen gebaseerd op aanzienlijke abonnementstarieven. Aan uitgeven zijn kosten verbonden, dus ook OA-publiceren is, behalve voor de lezer, niet gratis. Voor de uitgever moet er een verdienmodel zijn. Dat kan bijvoorbeeld zijn dat de auteur betaalt of eigenlijk de instelling waar de auteur in dienst is. Een andere mogelijkheid is dat de organisatie die het onderzoek financiert, de rekening betaalt.

Welk model ook wordt gehanteerd, zonder redelijke overeenkomsten gaat het niet. Wetenschappers zijn zelf meer geïnteresseerd in de reputatie en de hoogte van de impact factor van de tijdschriften waarin ze publiceren, dan in het feit of een tijdschrift vrij toegankelijk is of niet.

Niet-commerciële uitgevers, zoals de American Physical Society of de American Association for the Advancement of Science (AAAS), weigeren tot nu toe hun klassieke, op abonnementsgelden gebaseerde verdienmodel op te geven. Als verdediging voeren ze aan dat ze winst ‘teruggeven’ aan de wetenschappelijke gemeenschap, doordat ze onder meer wetenschappelijke bijeenkomsten organiseren en andere activiteiten

ontplooien. In onze ogen is dat een drogreden die (opzettelijk?) aan de essentie van het OA-pleidooi voorbij gaat.

NWO-voorzitter Jos Engelen Bron: Research Europe
NWO-voorzitter Jos Engelen
Bron: Research Europe

Laten we een voorbeeld bekijken. Science (uitgegeven door de AAAS) is een tijdschrift dat behoort tot de handvol onbetwiste toptijdschriften. De reputatie ervan is gebaseerd op een uiterst selectief publicatiebeleid. Die
reputatie heeft van Science een goed verkopend merk gemaakt, aan de stam waarvan weer andere tijdschriften zijn ontsproten. Science is niet alleen een medium voor wetenschappelijke publicaties, het blad publiceert ook nieuws, commentaren, advertenties en organiseert bijeenkomsten. Hetzelfde geldt, in sterkere mate zelfs, voor Nature, Cell en andere tijdschriften van commerciële uitgevers. Wetenschappelijke publicaties vormen
slechts een deel van de ‘handel’, terwijl de reputatie van het tijdschrift helemaal is gebaseerd op vernieuwende wetenschap die voortkomt uit met publieke middelen gefinancierd onderzoek.

Omgekeerd neemt de reputatie van wetenschappers sterk toe als ze publiceren in die tijdschriften, die eerst en vooral een belang hebben in verkopen en niet in het steunen van de beste wetenschappers.

Het houdt ons al een tijd bezig dat nationale onderzoeksfinanciers (waaronder tot voor kort ook onze eigen organisatie, NWO) niet kritischer zijn over het gezag dat als vanzelfsprekend wordt toegekendaan de redacteuren die betaalde aanstellingen hebben bij die tijdschriften. Wij vinden een grondig en objectief onderzoek naar het redactionele beleid en de resultaten daarvan, uitgevoerd in opdracht van de onderzoeksfinanciers, dringend gewenst.

Gelukkig zijn er ook voorbeelden van succesvolle OA-tijdschriften (zoals PLoS ONE) en OA-initiatieven (zoals SCOAP3). Het is ook zaak om ‘rovers’, die uit zijn op gemakkelijke inkomsten uit de OAmarkt, buiten de deur te houden. Het is teleurstellend dat de Europese Commissie, die aanvankelijk zeer stellig was over de eis dat met EU-geld behaalde resultaten als OA-publicatie moeten worden gepubliceerd, die eis heeft afgezwakt.

Het is echter vooral zaak om open access, welk verdienmodel ook wordt gekozen, krachtig te steunen vanuit de wetenschappelijke organisaties die onderzoek financieren en uitvoeren. Dat moet krachtiger dan nu het geval is: niet alleen met woorden, maar ook met daden. Science et al. moeten wat ons betreft, desnoods gedwongen, het voorbeeld geven. Zij moeten de wetenschappelijke publicaties losmaken van hun andere
‘koopwaar’. Maak de wetenschappelijk publicaties vrij toegankelijk, dus open access, en verkoop de andere producten tegen elke prijs die de consument bereid is te betalen.

Jos Engelen en Franciska de Jong zijn wetenschappers en bestuursleden van NWO, die onderzoek aan Nederlandse universiteiten en instituten financiert. Dit artikel verschijnt ook in de oktobereditie van New Scientist.