Momenteel staan we voor grote uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, ongelijkheid en gezondheid. Historicus Sunil Amrith is ervan overtuigd dat we door de historische ontwikkeling van deze problemen in kaart te brengen, ze effectiever te lijf kunnen gaan. Voor zijn onderzoek naar milieu-, gezondheids- en migratiegeschiedenis in Zuid- en Zuidoost-Azië ontving hij de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Historische Wetenschap.

The English translation of this article can be found here.

Luchtvervuiling is vandaag de dag een van de meest voorkomende doodsoorzaken in India. Al in de jaren veertig waarschuwden artsen er voor de schadelijke gezondheidseffecten van luchtv­ervuiling, maar het is tot op heden niet ­gelukt dit probleem op te lossen. Hetzelfde zien we met klimaatverandering als ­gevolg van de uitstoot van broeikasgassen. Sunil Amrith, hoogleraar geschiedenis aan de Yale-universiteit in de Verenigde Staten, probeert te begrijpen hoe zulke problemen jarenlang kunnen blijven groeien terwijl de kennis wel degelijk ­aanwezig is. ‘Hopelijk helpt dit begrip ons om te bepalen hoe we uit deze puinhoop kunnen komen’, zegt Amrith.

Voedsellessen uit de ruimte
LEES OOK
Voedsellessen uit de ruimte

Amrith richt zich specifiek op de geschiedenis van Zuid- en Zuidoost-Azië – grofweg het gebied tussen Pakistan en Indonesië. Naast de milieu- en gezondheidsgeschiedenis, brengt hij ook de grootschalige migratie in kaart die in deze regio heeft plaatsgevonden. Een rode draad in zijn werk vormt ongelijkheid tussen en binnen landen, die vaak haar oorsprong heeft in de koloniale geschiedenis. Die ongelijkheid in welvaart, macht en politieke stem werkt vandaag de dag nog steeds door en zorgt ervoor dat mensen de huidige uitdagingen, bijvoorbeeld op het ­gebied van klimaatverandering, met zeer ­ongelijke uitgangsposities tegemoet treden.

‘Zo’n drie miljard mensen zijn afhankelijk van de rivieren die in de Himalaya ontspringen’

Waar historici al eeuwenlang de geschiedenis van politiek, sociale systemen en cultuur optekenen, zette milieugeschiedenis pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw ferme voet aan de grond. ‘Milieugeschiedenis helpt ons om economische veranderingen en sociale geschiedenis beter te begrijpen’, zegt Amrith. ‘Mensen hebben nooit losgestaan van de natuur, hoewel dat vaak wel een ambitie is geweest van ingenieurs en overheden.’ Een van de milieu-aspecten die Amrith onder de loep nam, is water. ‘In Nederland weten jullie maar al te goed hoe groot de invloed van water en waterbeheer op de geschiedenis kan zijn’, lacht hij. ‘Datzelfde geldt voor Zuid- en Zuidoost-Azië. Neem de moesson. Dit is een sterk seizoensgebonden patroon van regenval, die zeer ongelijk verdeeld is over het gebied. Dat zorgde voor grote regionale verschillen in voedselzekerheid en heeft verregaande ­gevolgen gehad voor hoe de landbouw en de economie zijn ingericht.’

Ook rivieren hebben de geschiedenis van Zuid- en Zuidoost-Azië sterk beïnvloed. ‘Zo’n drie miljard mensen zijn afhankelijk van de rivieren die in de Himalaya ontspringen, voor onder andere irrigatie, drinkwater en visserij’, vertelt Amrith. ‘Die rivieren zijn geconfronteerd met verschillende crises, bijvoorbeeld door klimaatverandering en vervuiling. Maar ook het plaatsen van dammen heeft voor ­grote spanningen gezorgd tussen landen. De tendens is om steeds grotere dammen te bouwen, op steeds kortere afstanden van ­elkaar, en steeds hoger in de bergen.’ Hierdoor stijgt het aantal damdoorbraken, met alle gevolgen van dien – niet alleen voor inwoners in de buurt van de dam, maar ook in landen verder stroomafwaarts.

Afbeelding 1
Beeld: Bram Belloni.

‘De vraag is altijd wie – direct en indirect – de kosten betaalt van deze projecten’, zegt Amrith. ‘Dat is niet gelijk verdeeld. In India hebben bijvoorbeeld zo’n veertig miljoen mensen zich sinds de jaren veertig moeten verplaatsen door indamming en andere ­grote infrastructurele projecten. Dat is niet een willekeurige veertig miljoen, maar dat zijn grotendeels mensen van inheemse stammen. Die hebben namelijk niet dezelfde politieke stem en niet dezelfde macht om over compensatie te onderhandelen, laat staan om te voorkomen dat deze projecten plaatsvinden. Dat is een patroon dat vandaag de dag nog steeds relevant is. De mensen die heel weinig consumeren, en dus heel weinig hebben bijgedragen aan de wereldwijde klimaatcrisis, zijn vaak de eersten die lijden onder de gevolgen. De laatste twintig jaar komen extreme weersomstandigheden wereldwijd steeds vaker voor. Gemeenschappen in Zuid- en Zuidoost-Azië, die in informele nederzettingen leven, worden als eerste de dupe, omdat het vaak gaat om laaggelegen nederzettingen met nauwelijks bescherming tegen storm en overstroming.’

‘Klimaat­verandering zet bestaande ongelijkheden op scherp’

Optelsom

Toch is de relatie tussen verwoestende milieuomstandigheden en migratie minder ­simpel dan je in eerste instantie zou denken, ontdekte Amrith. ‘Ongeveer een halve eeuw geleden heerste het idee dat met name in armere landen in Azië milieukundige factoren alles bepalen. De gedachte was: als Aziatische arbeiders migreren, is dat vanwege overstromingen of droogtes. Maar sinds de jaren tachtig beseffen we dat het veel complexer is: familienetwerken, economische kansen en de dromen van mensen spelen ook een grote rol. Alleen zijn we nu weer iets te ver doorgeslagen – aan het eind van de twintigste eeuw hadden migratiestudies geen enkele connectie meer met het milieu. Dit kwam doordat historici angstvallig wegbleven bij het beeld van Aziatische migranten als een willoze speelbal van de omstandigheden. Als we het dus in de toekomst hebben over klimaatmigratie, kunnen we hier een les uit trekken: er zijn altijd meerdere en complexe redenen voor migratie. Ook in het geval van klimaatverandering kan niet iedereen zomaar overal heen migreren. Waar mensen heen kunnen, is beperkt door politiek, grenzen en beleid dat naburige landen hebben. Er is absoluut een relatie tussen klimaatverandering en migratie. Maar het is altijd een optelsom. Het is niet zo dat klimaatverandering uit het niets komt en een gebied plotseling onleefbaar maakt. Meestal gaat het om de manier waarop klimaat­verandering bestaande ongelijkheden en andere uitdagingen op scherp zet.’

Afbeelding 2
Beeld: Bram Belloni.

Amrith bestudeerde de geschiedenis van de migratie in Zuid- en Zuidoost-Azië en schreef hierover het boek Crossing the Bay of Bengal, dat verscheen in 2015. ‘De Golf van Bengalen, het noordoostelijke deel van de Indische Oceaan, was in de negentiende en twintigste eeuw een van de meest verbonden en mobiele regio’s ter wereld’, vertelt hij. ‘De blik van historici is vaak gericht op de grootschalige migratie over de Atlantische Oceaan. Maar minstens zoveel mensen staken eind negentiende eeuw de Golf van Bengalen over.’ Amrith liet zien dat deze migratie zorgde voor een constante circulatie van ­culturele, religieuze en politieke ideeën. Maar naast het verhaal van verbondenheid vertelt hij in het boek ook het verhaal van een groeiende verdeeldheid. Destijds was Zuidoost-Azië grotendeels in handen van het Britse rijk. Toen steeds meer landen onafhankelijk werden, wilden nationalisten de grootschalige migratie stoppen, omdat ze vonden dat de vrije beweging van mensen niet in het belang was van de nieuw gevormde landen. ‘Dat is ook een boodschap van het boek’, zegt Amrith. ‘Hoe snel een regio die bij elkaar wordt gehouden door de verplaatsingen van mensen, kan bevriezen, en uit elkaar vallen.’

Gezondheidscrisis

Momenteel houdt Amrith zich bezig met de relatie tussen luchtvervuiling en gezondheid in India. ‘Steden in India behoren tot de meest vervuilde in de wereld. En die luchtvervuiling is verantwoordelijk voor meer ­doden in India dan bijna alle andere zaken. Toch wordt dit pas sinds kort behandeld als een publieke gezondheidscrisis. Voorheen werd het gezien als een onvermijdelijk gevolg van industrialisatie en ontwikkeling.’ Al in de jaren veertig waarschuwden artsen in India voor de schadelijke gezondheidseffecten van luchtvervuiling, en ondersteunden dit met onderzoeken. Een belangrijke vraag is hoe dit probleem toch zo groot heeft kunnen worden. ‘Dit heeft te maken met een universeel probleem’, zegt Amrith. ‘Sinds halverwege de twintigste eeuw heeft men wereldwijd vastgehouden aan een specifiek ontwikkelingspad. Het doel was: je vergroot de middenklasse, die koopt een auto en gebruikt die in plaats van openbaar vervoer. Dat zou meer vrijheid en comfort moeten opleveren. Auto’s zijn, samen met industriële vervuiling, een belangrijke reden waardoor het luchtvervuilingsprobleem zo snel is gegroeid. Lang heerste de gedachte dat vervuiling het onvermijdelijke gevolg is van welvaartsontwikkeling. Hetzelfde gebeurde in industrialiserende Europese en Noord-Amerikaanse steden, eind negentiende en begin twintigste eeuw. In Londen was bijvoorbeeld een groot smogprobleem. Pas na die smogcrisis in de jaren vijftig begon het Verenigd Koninkrijk met het reguleren van luchtkwaliteit. De Amerikaanse Clean Air Act kwam pas in 1970 echt tot stand. Ook India heeft goede luchtvervuilingswetgeving sinds de jaren zeventig. Maar de handhaving is een groot probleem. Die wordt uitbesteed aan lokale overheden die niet de autoriteit hebben om veel te doen. Toch is het niet een compleet negatief verhaal. In het begin van de jaren tien van deze eeuw hadden zo’n tweehonderd miljoen mensen in India nog geen toegang tot elektriciteit. Ze hadden slechts toegang tot goedkopere, vervuilendere energiebronnen. Zo kookten ze bijvoorbeeld op biomassa. Inmiddels is de elektriciteitsbeschikbaarheid in ­India sterk gegroeid, hoewel veel daarvan nog door kolen wordt opgewekt. Maar meer en meer komt ook van zonnepanelen. Het gaat dus wel degelijk de goede kant op.’

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de Stichting Alfred Heineken Fondsen.

CV
Sunil Amrith (Kenia, 1979) groeide op in Singapore en vertrok daarna naar het Verenigd Koninkrijk voor een studie geschiedenis aan de Universiteit van Cambridge. Hij promoveerde in 2005 in de geschiedenis aan diezelfde universiteit. Na kort als onderzoeker aan Trinity College in Cambridge te hebben gewerkt, werd hij benoemd tot docent aan het Birkbeck College, onderdeel van de Universiteit van Londen. In 2015 werd hij benoemd tot Mehra Family Professor of South Asian History aan de Harvard-universiteit. Sinds 2020 is hij Renu and Anand Dhawan Professor of History aan de Yale-universiteit. Hij ontving onder meer een MacArthur Fellowship.

Onderzoek
Sunil Amrith onderzoekt de geschiedenis van Zuid- en Zuidoost-Azië. Hij is geïnteresseerd in de hechte relatie tussen deze twee gebieden en richt zich met name op de negentiende en twintigste eeuw. Hij heeft onder andere de grootschalige migratie in kaart gebracht ­tussen deze gebieden. Ook richt hij zich op de geschiedenis van het milieu. Zo schreef hij recent het boek Unruly Waters, waarin hij ­uiteenzet waarom water zo’n belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Zuid- en Zuidoost-Azië. In zijn werk probeert hij de historische oorsprong te vinden van de grote ongelijkheid die er vandaag de dag is tussen en binnen landen.

Heinekenprijzen
Elke twee jaar krijgen vijf gerenommeerde internationale wetenschappers en één kunstenaar de Heinekenprijzen toegekend. In 1964 riep Alfred Heineken de Dr. H.P. Heinekenprijs voor de Biochemie en Biofysica in het leven, als eerbetoon aan zijn vader. Later volgden de Heinekenprijzen voor de Kunst, de ­Geneeskunde, de Milieuwetenschappen, de Historische Wetenschap en de Cognitieve ­Wetenschappen.