Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka. Deze week: Clara Mulder, hoogleraar demografie en ruimte aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘Relaties, familie of verhuizen. Als onderzoeker laat ik me graag inspireren door de dagelijkse realiteit. Tijdens mijn promotie deed ik onderzoek naar wanneer jongeren het huis uitgingen, hun eerste huis kochten en wat er qua verhuizen gebeurt bij bijvoorbeeld echtscheidingen. Het beeld dat er heerst dat de vrouw na een scheiding vaker in het ouderlijk huis bleef wonen, klopte bijvoorbeeld niet.

De resultaten van mijn onderzoek zijn belangrijk. Niet alleen voor het welzijn van mensen, maar ook de woningmarkt heeft iets aan de gegevens. Natuurlijk ga ik anders te werk als bijvoorbeeld een natuurkundige. Ik ga het persoonlijk gesprek met mensen aan en kijk of ik patronen in bepaalde anekdotes vind. Die probeer ik vervolgens te staven met data.

Gemurmel in de ruimte
LEES OOK
Gemurmel in de ruimte
Hoogleraar demografie Clara Mulder. Beeld: RUG
Hoogleraar demografie Clara Mulder. Beeld: RUG

Mensen verhuizen als ze op zichzelf gaan wonen, een gezin gaan vormen of hun gezin juist ontbinden. Ik was heel benieuwd welke rol familie buiten het huishouden (ouders, kinderen en broers en zussen) speelt voor lange-afstandsverhuizingen. Ik ben aan de slag gegaan met gegevens uit het Zweedse bevolkingsregister, want Nederlandse data waren niet voorhanden. Wat bleek? Mensen met familie in de buurt verhuizen minder ver weg. Dat geldt ook voor mensen die niet meer in hun geboorteregio wonen. Ook zij trekken meer richting hun familie.

Zelf heb ik dit ook persoonlijk ondervonden. Ik heb bijna mijn hele leven in Amsterdam gewoond en zou nooit verhuisd zijn naar Groningen als ik daar niet mijn partner had gevonden. Hij wilde dichter bij zijn kinderen wonen. Nu woon ik al acht jaar met veel plezier in het noorden.’